Bestuursstrafrecht
Wahv, ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Gegrond beroep. De…
Rechtbank Noord-Nederland, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3330 · Rechtbank Noord-Nederland · 10 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3330
Zaakgegevens
Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11950477 BU VERZ 25-2243
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3330
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv, ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Gegrond beroep. De kantonrechter constateert dat de verbalisant in het zaakoverzicht vermeldt dat het E1-bord aan de zijde van de weg staat waar het voertuig geparkeerd stond. Op die plek staat echter geen bord. In de binnenstad van Leeuwarden geldt namelijk een parkeerverbodszone. De verbalisant heeft kennelijk het verkeerde tekstblok geselecteerd. De kantonrechter overweegt dat de verbalisant zijn werk goed moet doen. De fout is niet gecorrigeerd met een aanvullend proces-verbaal. Aangezien de boete volgens het dossier is opgelegd op grond van een bord dat er niet staat, kan de verkeersovertreding niet worden vastgesteld.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273055859
zaaknummer: 11950477 BU VERZ 25-2243
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 20 maart 2025, om 19:12 uur, op het Droevendal in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat het voertuig geparkeerd stond aan het einde van het Droevendal. Hier is een groot tekort aan parkeerplaatsen. Daarom staan er altijd auto’s op de deze plek. Twee weken voor de boete heeft een boa tegen betrokkene gezegd dat parkeren op die plek gedoogd wordt. Daarnaast wordt in het zaakoverzicht verwezen naar een E1-bord langs de kant van de weg. Dit bord is echter niet aanwezig.
4. Volgens de vertegenwoordiger is niet aangetoond dat sprake is van gedoogbeleid. Over het door de verbalisant genoemde bord zegt de vertegenwoordiger dat het verkeerde tekstblokje is gebruikt door de verbalisant. Er was namelijk geen bord zichtbaar. Dat het een parkeerverbodszone is, had betrokkene kunnen weten. Maar de verbalisant heeft in dit geval een boete opgelegd op basis van een bord dat er inderdaad niet staat. De vertegenwoordiger heeft de verbalisant gevraagd om meer informatie, maar heeft geen reactie ontvangen. Daarom verzoekt hij om gegrondverklaring van het beroep.
Overwegingen
5. De kantonrechter constateert dat de verbalisant in het zaakoverzicht vermeldt dat het E1-bord aan de zijde van de weg staat waar het voertuig geparkeerd stond. Op die plek staat echter geen bord. In de binnenstad van Leeuwarden geldt namelijk een parkeerverbodszone. De verbalisant heeft kennelijk het verkeerde tekstblok geselecteerd. De kantonrechter overweegt dat de verbalisant zijn werk goed moet doen. De fout is niet gecorrigeerd met een aanvullend proces-verbaal. Aangezien de boete volgens het dossier is opgelegd op grond van een bord dat er niet staat, kan de verkeersovertreding niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
-
vernietigt die beschikking;
-
bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.