Bestuursstrafrecht

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Gegrond beroep…

Rechtbank Noord-Nederland, 27 juli 2026

Zaakgegevens

Op 27 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
27 juli 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
12008904 BU VERZ 25-2531
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3362
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Gegrond beroep. De kantonrechter overweegt dat betrokkene vanaf de staande houding consistent verklaart dat hij niet zijn telefoon vasthield, maar zijn portemonnee. Zoals de vertegenwoordiger op de zitting stelt, is die verklaring niet gecontroleerd door de verbalisant bij de staandehouding. Vanwege het tijdsverloop, is het niet opportuun om nog een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Betrokkene krijgt daarom het voordeel van de twijfel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272392988

zaaknummer: 12008904 BU VERZ 25-2531

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
27 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 5 maart 2025, om 16:23 uur, op het Wielewaalplein in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 439,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 27 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. Huisjes.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene zegt dat hij geen mobiele telefoon vasthield, maar zijn portemonnee. Deze lijkt op een mobiele telefoon en deze portemonnee heeft hij soms tijdens het rijden vast om de adressen van zijn klanten te lezen. Het is ook mogelijk dat hij naar het geld in zijn portemonnee keek. Zijn telefoon had hij niet bij zich, of achter de stoel liggen. Betrokkene bood de agenten aan om de auto te doorzoeken, maar dit wilden zij niet doen.

4. De vertegenwoordiger verzoekt om gegrondverklaring van het beroep.

Overwegingen

5. De wet zegt dat de betrokkene minimaal een bedrag van € 225,00 en de administratiekosten van € 9,00 aan zekerheid moet betalen voordat de kantonrechter het beroep behandelt. In deze zaak heeft betrokkene € 225,00 betaald en aangevoerd dat hij een uitkering heeft. De kantonrechter stelt de zekerheid daarom op € 225,00 en behandelt de zaak inhoudelijk.

6. De kantonrechter overweegt dat betrokkene vanaf de staande houding consistent verklaart dat hij niet zijn telefoon vasthield, maar zijn portemonnee. Zoals de vertegenwoordiger op de zitting stelt, is die verklaring niet gecontroleerd door de verbalisant bij de staande houding. Vanwege het tijdsverloop, is het niet opportuun om nog een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Betrokkene krijgt daarom het voordeel van de twijfel. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld en het beroep is dus gegrond.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die beschikking;

  • bepaalt dat betrokkene de zekerheid terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 11 van de Wahv.