Bestuursstrafrecht
Wahv. Het weggedeelte doet zich voor als een trottoir. Dit valt te zien aan de afwijkende betegeling en de…
Rechtbank Noord-Nederland, 8 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3371 · Rechtbank Noord-Nederland · 8 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3371
Zaakgegevens
Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 juni 2026
- Datum publicatie
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11909561 BU VERZ 25-2049
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3371
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Het weggedeelte doet zich voor als een trottoir. Dit valt te zien aan de afwijkende betegeling en de verhoogde trottoirband. Dat er een particulier terrein naast ligt, verandert hier niets aan. Ook het feit dat er fietsenrekken op het trottoir staan doet hier niet aan af.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAN
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269453818
zaaknummer: 11909561 BU VERZ 25-2049
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 23 september 2024, om 14:03 uur, op de Gedempte Molenwijk in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 8 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat het betreffende stuk grond niet herkenbaar is als trottoir. Naast dit stuk grond bevindt zich particulier terrein. Op het ‘trottoir’ zijn fietsenrekken geplaatst, waardoor er wordt gefietst, en er is geen bord aanwezig dat het voetpad aangeeft.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Gelet op de jurisprudentie van het hof betekent het enkele feit dat er fietsenrekken op het trottoir staan niet dat er geen sprake kan zijn van een trottoir.
Overwegingen
5. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. De kantonrechter oordeelt dat het weggedeelte waar het voertuig van betrokkene stond geparkeerd zich voordoet als een trottoir. Dit valt te zien aan de afwijkende betegeling en de verhoogde trottoirband. Dat er een particulier terrein naast ligt, verandert hier niets aan. Ook het feit dat er fietsenrekken op het trottoir staan doet hier niet aan af. Van fietsers wordt verwacht dat zij afstappen om hun fiets te plaatsen. Tot slot hoeft een trottoir niet met een bord te worden aangeduid. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
6. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
De kantonrechter is niet in staat te tekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.