Bestuursstrafrecht

Wahv. Betrokkene heeft in eerste instantie een boete heeft gekregen voor: ‘9 km per uur harder rijden dan mag…

Rechtbank Noord-Nederland, 8 juni 2026

Zaakgegevens

Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
8 juni 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
11792474 BU VERZ 25-1531
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3372
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Betrokkene heeft in eerste instantie een boete heeft gekregen voor: ‘9 km per uur harder rijden dan mag binnen een erf (bord G5)’. Betrokkene heeft echter een brief van het CVOM gekregen waarin aangegeven wordt dat de informatie op die boete niet juist is en dat die boete ingetrokken wordt en dat betrokkene een nieuwe boete met de juiste informatie zal krijgen. Vervolgens heeft betrokkene onderhavige boete gekregen. Betrokkene is hierdoor niet in enig belang geschaad. De kantonrechter zal hier daarom geen consequenties aan verbinden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 265178055

zaaknummer: 11792474 BU VERZ 25-1531

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],

(gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘9 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 12 maart 2024, om 11:53 uur, op de N354 Jeltewei ter hoogte van hectometerpaal 29.6 in Hommerts, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 88,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 8 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. F.J. Woud namens Appjection en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. Van der Velde.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat hij in eerste instantie een andere boete heeft gekregen van € 128,00 voor te hard rijden binnen een erf. Dit bleek onjuist en die boete is ingetrokken. Daarna kwam er een nieuwe boete van € 88,00 met een andere omschrijving. Verder voert gemachtigde aan dat er getwijfeld dient te worden aan de meting omdat het meetmiddel zijn ijking heeft verloren. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.

4. De vertegenwoordigster is van mening dat de boete met 25% gematigd moet worden, omdat de redelijke termijn is geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Overwegingen

5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene in eerste instantie een boete heeft gekregen voor: ‘9 km per uur harder rijden dan mag binnen een erf (bord G5)’. Betrokkene heeft echter een brief van het CVOM gekregen waarin aangegeven wordt dat de informatie op die boete niet juist is en dat die boete ingetrokken wordt en dat betrokkene een nieuwe boete met de juiste informatie zal krijgen. Vervolgens heeft betrokkene onderhavige boete gekregen. Betrokkene is hierdoor niet in enig belang geschaad. De kantonrechter zal hier daarom geen consequenties aan verbinden.

6. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. De verbalisant heeft een NMI-verklaring bij het aanvullend proces-verbaal gevoegd. Hieruit blijkt dat het meetmiddel geijkt was ten tijde van de gedraging. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.

7. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

8. De kantonrechter zal de boete matigen met 25% tot € 68,25 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.

9. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en één punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op de kantonfase.

10. De berekening is als volgt: 2 (procespunten) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 233,50. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 233,50.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 68,25 (inclusief administratiekosten);

  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;

  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 233,50.

Waarvan proces-verbaal,

mr. W.B. Jongsma, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter

De kantonrechter is niet in staat te tekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.