Bestuursstrafrecht

Wahv. Dat sprake is van een groene golf, waardoor betrokkene niemand zou hebben gehinderd, vormt onvoldoende…

Rechtbank Noord-Nederland, 8 juni 2026

Zaakgegevens

Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
8 juni 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
11813283 BU VERZ 25-1640
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3373
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Dat sprake is van een groene golf, waardoor betrokkene niemand zou hebben gehinderd, vormt onvoldoende grond voor matiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269030702

zaaknummer: 11813283 BU VERZ 25-1640

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],

(gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan een autoweg of autosnelweg’, verricht op 5 september 2024, om 21:03 uur, op de Overijsselselaan in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 8 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: K. Finnema, mr. F.J. Woud namens Appjection en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Gemachtigde voert aan dat betrokkene links reed, omdat hij twee auto’s had ingehaald. Betrokkene bleef daarna ongeveer 500 meter links rijden om tijdig voor te sorteren voor een afslag naar links. Hij is van mening dat het gevaarlijk of ongunstig zou zijn om na het inhalen terug naar de rechterrijbaan te gaan, om vervolgens na 300 meter van twee rijbanen te wisselen om de afslag te nemen. Bovendien wordt dit wegvak geregeld door een ‘groene golf’, waardoor te hard rijden niet wordt beloond. Daardoor hinderde betrokkene op dat moment niemand. Daarnaast geeft de verbalisant aan dat betrokkene bij de Harinxmabrug ook 200 meter onnodig links zou hebben gereden. Betrokkene was toen echter verkeer aan het inhalen. Daarnaast zou betrokkene 20 km/u te hard hebben gereden. Betrokkene weet niet waarop deze snelheid is gebaseerd en ervaart dit als ‘stemmingmakerij’ om de boete te rechtvaardigen. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.

4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. De verbalisant geeft aan dat de rechterbaan ten minste 400 meter geheel vrij was van verkeer.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

6. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Van belang is dat de verbalisant aangeeft dat het verkeersbeeld rustig was. Dit brengt met zich mee dat er geen aanleiding was om van de geldende verkeersregels af te wijken en links te blijven rijden. Ook het argument dat sprake is van een groene golf, waardoor betrokkene niemand zou hebben gehinderd, vormt onvoldoende grond voor matiging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. W.B. Jongsma, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter

De kantonrechter is niet in staat te tekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.