Bestuursstrafrecht
Wahv. VM039A – ‘39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord…
Rechtbank Noord-Nederland, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3407 · Rechtbank Noord-Nederland · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3407
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11835400 BU VERZ 25-1907
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3407
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. VM039A – ‘39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’. Ongegrond beroep. Geen reden voor twijfel aan zaakoverzicht. Hoorplicht niet geschonden. Bij aanvullende beroepsgronden heeft toenmalige gemachtigde afgezien van hoorzitting.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268593369
zaaknummer: 11835400 BU VERZ 25-1907
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VM039A – ‘39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 21 augustus 2024, om 16:37 uur, op de Rijksweg A6 bij Sint Nicolaasga, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 504,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P. Belopavlovic aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene geeft aan dat hij ten onrechte niet is gehoord door de officier van justitie. Hij heeft namelijk niet aangegeven dat hij niet meer gehoord wilde worden. Betrokkene wil bewijs van de overtreding zien.
3. De vertegenwoordiger voert aan dat betrokkene onvoldoende heeft aangevoerd om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. Betrokkene wil bewijs zien van de overtreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. Daarvan is geen sprake. Het zaakoverzicht is duidelijk en bevat alle benodigde gegevens. De overtreding wordt vastgesteld.
6. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waardoor de boete moet worden aangepast.
7. De kantonrechter constateert ten slotte dat betrokkene eerst administratief beroep heeft ingesteld via een gemachtigde, op 1 oktober 2024. De toenmalige gemachtigde heeft verzocht om te worden gehoord. Op 9 oktober 2024 heeft betrokkene zelf beroepsgronden ingediend, zonder een verzoek om een hoorzitting. Bij aanvulling van het beroep van 18 februari 2025 heeft de toenmalige gemachtigde afgezien van de hoorzitting. Daarom heeft de officier van justitie betrokkene (of de toenmalige gemachtigde) terecht niet gehoord.
8. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M.D. Hellinga, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
De griffier is buiten staat om
dit proces-verbaal te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.