Bestuursstrafrecht

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Gegrond beroep…

Rechtbank Noord-Nederland, 18 juni 2026

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
11835734 BU VERZ 25-1914
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3408
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Gegrond beroep. Overtreding vanaf staandehouding betwist. Twijfel bij waarneming verbalisant die volgens betrokkene “dacht” dat hij een mobiele telefoon zag door summier zaakoverzicht. Geen reactie op verzoek om aanvullende informatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 270099465

zaaknummer: 11835734 BU VERZ 25-1914

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 4 november 2024, om 16:16 uur, op de Rijksweg A7 bij Terwispel, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene betwist dat hij een mobiele telefoon heeft vastgehouden. De politieagent “dacht” dat betrokkene een telefoon in de hand had, maar wist dat niet 100% zeker. Betrokkene wees de agent op zijn twijfel, maar kreeg toch een boete. Hij zegt eerder een boete te hebben gehad voor het rijden met een telefoon in de hand en die was heel hoog. Hij zag de agent staan, dus zou hij niet met zijn telefoon in de hand langsrijden. Het zou kunnen dat de agent een collega van betrokkene, die daar ook reed in eenzelfde bedrijfsauto, heeft gezien met een telefoon in de hand.

3. De vertegenwoordiger verzoekt om gegrondverklaring van het beroep vanwege twijfel aan de waarneming van de verbalisant.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

6. De verbalisant heeft verklaard dat hij betrokkene al rijdend een mobiele telefoon zag vasthouden in zijn rechterhand, ter hoogte van het stuur. Hij had volgens die verklaring direct zicht op de bestuurder en de telefoon.

7. Daar staat tegenover dat betrokkene de overtreding vanaf de staandehouding consistent betwist en aangeeft dat de verbalisant “dacht” dat hij een mobiele telefoon zag. De kantonrechter heeft daardoor twijfel bij de waarneming van de verbalisant. Deze twijfel wordt groter door het summiere zaakoverzicht, waarin niet staat om wat voor type telefoon het ging en ook niet, zoals gebruikelijk is, staat of de verbalisant het toestel herkende als het apparaat dat werd vastgehouden.

8. De vertegenwoordiger heeft reden gezien om aanvullende informatie op te vragen bij de verbalisant over de omstandigheden rond de waarneming. Daarop is geen reactie gekomen. De twijfel van de kantonrechter is hierdoor niet weggenomen en daarom verklaart hij het beroep gegrond.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

  • vernietigt die beschikking;

  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M.D. Hellinga, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

De griffier is buiten staat om

dit proces-verbaal te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.