Bestuursstrafrecht
Wahv. R402B – ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige…
Rechtbank Noord-Nederland, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3411 · Rechtbank Noord-Nederland · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3411
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11859980 BU VERZ 25-1992
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3411
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. R402B – ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart’. Gegrond beroep. Halvering boete. Aan de ene kant weegt het zwaar dat mensen met een handicap kunnen parkeren in de binnenstad. Aan de andere kant konden betrokkene en haar zus niet goed nadenken door de panieksituatie waarin zij als mantelzorgers voor hun vader verkeerden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272410351
zaaknummer: 11859980 BU VERZ 25-1992
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
18 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R402B – ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart’, verricht op 1 maart 2025, om 16:22 uur, op de [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 389,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 18 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, vergezeld door haar zus, en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene erkent de overtreding. Haar vader verkeerde in een medische noodsituatie in een winkel. Betrokkene en haar zus, mantelzorgers voor hun vader, gingen zo snel mogelijk naar hem toe, maar letten niet op waar zij parkeerden. De situatie duurde een minuut of twintig.
3. De vertegenwoordiger stelt een matiging van de boete tot de helft voor. Hij maakt een afweging tussen het belang van vrije gehandicaptenparkeerplaatsen en de acute panieksituatie waarin betrokkene en haar zus verkeerden.
Overwegingen
4. Betrokkene erkent de overtreding, die wordt vastgesteld.
5. De kantonrechter overweegt dat het voorstel van de vertegenwoordiger redelijk is. Aan de ene kant weegt het zwaar dat mensen met een handicap kunnen parkeren in de binnenstad. Aan de andere kant konden betrokkene en haar zus niet goed nadenken door de panieksituatie waarin zij als mantelzorgers voor hun vader verkeerden. Daarom matigt de kantonrechter de boete met de helft, tot een bedrag van € 199,00 inclusief administratiekosten.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot € 199,00 inclusief administratiekosten;
-
bepaalt dat betrokkene het te veel betaalde terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.