Bestuursstrafrecht

Uitrustingsstuk steekt meer dan 3,50 meter voor het stuurwiel uit. Op de foto is te zien dat de giek ook…

Rechtbank Noord-Nederland, 19 mei 2026

Zaakgegevens

Op 19 mei 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
19 mei 2026
Datum publicatie
28 augustus 2026
Zaaknummer
11848934 BU VERZ 25-1974
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3708
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitrustingsstuk steekt meer dan 3,50 meter voor het stuurwiel uit. Op de foto is te zien dat de giek ook minder dan 3,5 meter kan uitsteken. Gemachtigde heeft bevestigd dat ook op deze manier met het voertuig gereden kan worden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272136405

zaaknummer: 11848934 BU VERZ 25-1974

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

19 mei 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],

gemachtigde: [naam].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘de voertuigdelen en/of het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk steekt meer dan 3,50 meter voor het hart van het stuurwiel uit’, verricht op 20 februari 2025, om 09:42 uur, op de Hoofdstraat in Hoogezand, met een mobiele machine, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 19 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [naam] en als vertegenwoordiger van de officier van justitie

mr. M. van der Spek.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat de shovel, in de staat waarin hij op de weg werd gebruikt, is goedgekeurd door de RDW. Hij geeft daarbij aan dat hij niet met de bak reed, omdat het rijden met de bak niet is toegestaan en hiervoor al eerder boetes zijn uitgedeeld. De agent heeft aangegeven dat de machinist met de giek omhoog moet rijden. Betrokkene stelt dat dit juist gevaarlijk is vanwege het beperkte zicht en het risico op kantelen in bochten. Hij is het daarom niet eens met de opgelegde boete en verzoekt om duidelijkheid over hoe er met een RDW-goedgekeurde machine wel mag worden gereden. Ter onderbouwing zijn twee foto’s bijgevoegd: één met de bak en één zonder.

3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De verkeersovertreding kan vastgesteld worden, omdat de giek meer dan 3,5 meter uitstak. Betrokkene heeft ook geen maatregelen genomen om het gevaar weg te nemen.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. Zij zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

5.1.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de hefinrichting meer dan 3,50 meter uitstak voor het hart van het stuurwiel. Een voertuig mag niet op deze manier op de openbare weg rijden omdat dat gevaarlijk is voor de overige weggebruikers. Daar komt bij dat gemachtigde ook een foto heeft overgelegd van de shovel waarbij de giek niet 3,50 meter uitstak en op de zitting heeft bevestigd dat op deze manier ook met de shovel gereden kan worden. Bovendien waren er ook geen maatregelen genomen waardoor gezichtsveldbeperkingen bij kruisingen, verkeersknooppunten en uitritten worden opgeheven. Verder betekent een RDW-goedkeuring niet dat op alle manieren met het voertuig op de openbare weg gereden mag worden. Het voertuig moet zo worden bestuurd dat er geen grotere kans op ongelukken ontstaat.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M. Hidding, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.