Bestuursstrafrecht
Wahv. Op grond van het zaakoverzicht, de foto in het dossier en het feit dat betrokkene zelf aangeeft waar de…
Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3733 · Rechtbank Noord-Nederland · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3733
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 31 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12067958 BU VERZ 26-126
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3733
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Op grond van het zaakoverzicht, de foto in het dossier en het feit dat betrokkene zelf aangeeft waar de overtreding heeft plaatsgevonden, is de kantonrechter van oordeel dat het dossier voldoende informatie bevat om de exacte locatie van de gedraging waarop de inleidende beschikking betrekking heeft te preciseren. Betrokkene is in dit geval niet in zijn verdedigingsbelang geschaad. De kantonrechter zal de pleeglocatie daarom wijzigen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272501300
zaaknummer: 12067958 BU VERZ 26-126
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘4 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 9 maart 2025, om 11:07 uur, op [adres 1] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 45,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Reith.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de vermelde pleeglocatie onjuist is. De inleidende beschikking noemt gemeente Tynaarlo als pleeglocatie, terwijl uit de foto in het dossier blijkt dat de overtreding op [adres 2] heeft plaatsgevonden. Betrokkene was dan ook niet op de genoemde locatie. Betrokkene erkent wel dat hij vier kilometer te hard heeft gereden op [adres 2] .
4. De vertegenwoordigster stelt dat de gedraging kan worden vastgesteld, en verzoekt de kantonrechter de pleeglocatie te wijzigen. Omdat betrokkene zelf weet waar de overtreding heeft plaatsgevonden en er een foto aan het dossier is toegevoegd, is zijn verdedigingsbelang volgens de vertegenwoordigster niet geschaad.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat in de inleidende beschikking een onjuiste pleeglocatie is vermeld, namelijk [adres 1] in plaats van [adres 2] . Artikel 4, eerste lid, van de Wahv beoogt te verzekeren dat het een betrokkene, aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, redelijkerwijs duidelijk is op welke gedraging die sanctie is gebaseerd en, waartegen hij zich heeft te verdedigen.
6. Op grond van het zaakoverzicht, de foto in het dossier en het feit dat betrokkene zelf aangeeft waar de overtreding heeft plaatsgevonden, is de kantonrechter van oordeel dat het dossier voldoende informatie bevat om de exacte locatie van de gedraging waarop de inleidende beschikking betrekking heeft te preciseren. Betrokkene is in dit geval niet in zijn verdedigingsbelang geschaad. De kantonrechter zal de pleeglocatie daarom wijzigen van ‘ [adres 1] ’ naar ‘ [adres 2] ’.
7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging op grond van het zaakoverzicht en de foto in het dossier kan worden vastgesteld. Daarnaast ziet zij geen reden om de boete te matigen of te vernietigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven, maar daarvan is niet gebleken.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
-
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
-
wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als pleeglocatie luidt ‘ [adres 2] ’.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.