Bestuursstrafrecht
Wahv. R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’…
Rechtbank Noord-Nederland, 30 januari 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:390 · Rechtbank Noord-Nederland · 30 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-390
Zaakgegevens
Op 30 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 januari 2026
- Datum publicatie
- 13 februari 2026
- Zaaknummer
- 11764937 BU VERZ 25-1298
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:390
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’. Gegrond beroep. Verschoonbare termijnoverschrijding bij indienen beroep. Gemeente heeft (met terugwerkende kracht) een vergunning verleend en de gemeente wilde de boete intrekken.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266704944
zaaknummer: 11764937 BU VERZ 25-1298
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
30 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: [gemachtigde].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 24 mei 2024, om 13:11 uur, in de [straatnaam] in Leeuwarden, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar man als gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkenes man stelt dat een fout is opgetreden bij de gemeente bij het betalen en verlenen van de parkeervergunning. De gemeente heeft toegezegd dat aan handhaving wordt verzocht om de boete te vernietigen, maar dit is niet gebeurd. Betrokkene legt correspondentie met de gemeente over.
4. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren.
Overwegingen
De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. Het beroepschrift is op 7 januari 2025 bij de CVOM binnengekomen, terwijl het uiterlijk op 24 december 2024 ontvangen had moeten zijn.
Betrokkene voert aan dat zij eerst geen beroep hebben ingesteld bij de kantonrechter, omdat zij dachten het probleem op te kunnen lossen met de gemeente en het CJIB. Zij werden echter van het kastje naar de muur gestuurd en hebben geen rekening gehouden met de mogelijkheid om (pro forma) beroep in te stellen bij de kantonrechter. Pas toen het betrokkene en haar man duidelijk werd dat zij bij de gemeente niets gedaan kregen, zijn zij in beroep gegaan bij de kantonrechter. Daarvoor was de termijn intussen verstreken.
De kantonrechter ziet in de gang van zaken aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen.
6. Uit de door betrokkene overgelegde correspondentie blijkt naar oordeel van de kantonrechter dat de boete niet in stand kan blijven omdat zij (al dan niet met terugwerkende kracht) een geldige parkeervergunning had. Uit het dossier blijkt ook dat de gemeente de boete wilde intrekken. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld en het beroep wordt gegrond verklaard.
Conclusie
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
-
vernietigt die beschikking;
-
bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.