Bestuursstrafrecht

Wahv.De kantonrechter benadrukt dat het om boetes voor overtredingen op twee verschillende plekken gaat: de…

Rechtbank Noord-Nederland, 14 september 2026

Zaakgegevens

Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
14 september 2026
Datum publicatie
9 oktober 2026
Zaaknummer
11909611 BU VERZ 25-2054 en 11909635 BU VERZ 25-2055
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4406
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv.De kantonrechter benadrukt dat het om boetes voor overtredingen op twee verschillende plekken gaat: de Minckelerstraat en het Breedpad. Niet om dezelfde plek zoals betrokkene zelf zegt. Verder is het onduidelijk wat de verbalisant precies tegen haar heeft gezegd over de (straat). Het lijkt onwaarschijnlijk dat die heeft gezegd: “rij er maar langs”.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummers: 272968054 en 272967949

zaaknummers: 11909611 BU VERZ 25-2054 en 11909635 BU VERZ 25-2055

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 september 2026

in de zaken van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene zijn boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertredingen waarvoor de boetes zijn opgelegd zijn:

- ‘ ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 5 februari 2025, om 14:29 uur, op de [adres 1] in Heerenveen, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 89,00 (inclusief administratiekosten); en

- ‘ ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 5 maart 2025, om 16:04 uur, op het [adres 2] in Heerenveen, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 89,00 (inclusief administratiekosten).

Vanwege de onderlinge samenhang doet de kantonrechter één uitspraak.

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft de beroepen op 14 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S.J. Roelofs aanwezig.

1.3.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkene voert aan dat zij kort voor de eerste overtreding op 5 februari 2025 aan een politieagent in de buurt van de [adres 1] heeft gevraagd of zij daar mocht rijden om haar scooter te parkeren. De politieagent heeft toen gezegd dat dit was toegestaan. Betrokkene geeft aan dat het moeilijk is om achteraf bewijs te leveren van dit korte contact met de politieagent. Wel wijst zij op een politiecontrole kort voor de overtreding, waarbij zij haar kentekenbewijs heeft getoond. Deze controle ziet zij als bewijs van haar interactie met de politieagent en als reden om te betwijfelen dat zij direct daarna opzettelijk een verkeersovertreding heeft begaan. Verderop in haar beroepschrift heeft zij aangevoerd dat zij kort voor de overtreding op 5 februari 2025 op het [adres 2] een politiecontrole heeft gehad.

2.1.

Ook stelt betrokkene dat het ‘ne bis in idem’-beginsel is geschonden, omdat zij beide boetes op 12 april 2025 heeft ontvangen. Als zij de eerste bekeuring tijdig had gekregen, zou zij hebben geweten dat het niet was toegestaan de geslotenverklaring in te rijden, waardoor de tweede overtreding was voorkomen.

2.2.

Daarnaast voert betrokkene aan dat beide beschikkingen voortkomen uit hetzelfde verkeersbesluit en een aaneengesloten handeling betreffen. Zij betwist niet dat zij op beide data de [adres 1] is ingereden, maar dat deed zij onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde intentie, namelijk om haar scooter te parkeren. Verder stelt zij dat het doel van het C1-bord is het weren van doorgaand verkeer en dat er geen sprake is van doorgaand verkeer op het moment dat iemand een straat inrijdt.

2.3.

Tot slot verzoekt betrokkene om matiging van de boetes, gelet op de korte afstand, het doel van de rit en de afwezigheid van gevaarzetting.

3. De vertegenwoordigster is van mening dat de beroepen ongegrond moet worden verklaard. Zij geeft aan dat achter de geslotenverklaring wel geparkeerd mag worden, maar dat betrokkene van haar scooter had moeten afstappen. Tijdens de zitting heeft de vertegenwoordigster schouwrapporten van de bebording overgelegd.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Overwegingen

Kan de gedraging worden vastgesteld?

5. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

6. De kantonrechter benadrukt dat het om boetes voor overtredingen op twee verschillende plekken gaat: de [adres 1] en het [adres 2] . Niet om dezelfde plek zoals betrokkene zelf zegt. Verder is het onduidelijk wat de verbalisant precies tegen haar heeft gezegd over de [adres 1] . Het lijkt onwaarschijnlijk dat die heeft gezegd: “rij er maar langs”. Je wordt dan immers “geflitst”. Mocht die verbalisant hebben gezegd dat betrokkene achter de geslotenverklaring mocht parkeren, dan betekent dat nog niet dat betrokkene daarmee de geslotenverklaring ook mocht inrijden. Dit geldt ook voor het [adres 2] . Verder betekent ‘ne bis in idem’ dat je niet twee keer kunt worden veroordeeld voor hetzelfde. Maar hier gaat het niet om dezelfde handeling: tussen beide overtredingen zit een maand. Ten slotte is de strekking van een geslotenverklaring niet alleen het weren van doorgaand verkeer, maar ook het bevorderen van de leefbaarheid. Beide gedragingen kunnen worden vastgesteld. Er is geen aanleiding om de boetes te matigen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart de beroepen ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.