Bestuursstrafrecht
Wahv. De snelheid is door middel van goedgekeurde radarapparatuur vastgesteld, welke was gemonteerd aan een…
Rechtbank Noord-Nederland, 14 september 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4407 · Rechtbank Noord-Nederland · 14 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-4407
Zaakgegevens
Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 14 september 2026
- Datum publicatie
- 9 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12016593 BU VERZ 25-2573
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4407
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. De snelheid is door middel van goedgekeurde radarapparatuur vastgesteld, welke was gemonteerd aan een flitspaal. Dat op de door gemachtigde overgelegde uitdraai uit het GPS-systeem geen snelheid is te zien van hoger dan 55 km per uur, houdt niet in dat geen hogere snelheid is behaald.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273551448
zaaknummer: 12016593 BU VERZ 25-2573
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 september 2026
in de zaak van
de gemeente Heerenveen (de betrokkene),
die is gevestigd in Heerenveen,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘13 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 30 april 2025, om 09:43 uur, op de [adres] in Heerenveen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 160,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [gemachtigde] (de bestuurder van de bedrijfsauto) en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S.J. Roelofs.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. [gemachtigde] voert aan dat hij hooguit 55 km per uur heeft gereden. Er zit een GPS-systeem in zijn bedrijfsauto waaruit dit volgt. [gemachtigde] heeft een screenshot van zijn rit volgens het GPS-systeem aan het dossier toegevoegd. Hij heeft nog contact gehad met Geotrack, en daar werd aangegeven dat het onmogelijk is dat betrokkene 13 km per uur te hard heeft gereden. [gemachtigde] denkt dat hij bijvangst is geweest, of dat er iets anders aan de hand was waardoor de meting niet klopt. Tot slot geeft hij aan dat hij zich benadeeld voelt.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Zij voert aan dat de flitspaal een goedgekeurd meetinstrument is. Ook heeft zij tijdens de zitting schouwrapporten overgelegd. Deze zijn als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “Door mij is waargenomen hetgeen langs elektronische weg is geconstateerd en digitaal is vastgelegd. De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Gemeten (afgelezen) snelheid: 66 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 63 km per uur. Toegestane snelheid: 50 km per uur. Overschrijding met: 13 km per uur.”
7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. De snelheid is door middel van goedgekeurde radarapparatuur vastgesteld, welke was gemonteerd aan een flitspaal. Dat op de door [gemachtigde] overgelegde uitdraai uit het GPS-systeem geen snelheid is te zien van hoger dan 55 km per uur, houdt niet in dat geen hogere snelheid is behaald. Verder kloppen de schouwrapporten die de vertegenwoordigster op de zitting heeft overgelegd: de H1-borden stonden er. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de verrichte snelheidsmeting.
8. In de overige omstandigheden ziet de kantonrechter geen reden om de boete te matigen of te vernietigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven, maar die zijn er niet.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.