Bestuursstrafrecht

Wahv. VB017 – ‘17 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)’. Administratief…

Rechtbank Noord-Nederland, 7 september 2026

Zaakgegevens

Op 7 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
7 september 2026
Datum publicatie
12 oktober 2026
Zaaknummer
12064650 BU VERZ 26-115
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4418
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. VB017 – ‘17 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)’. Administratief beroep te laat ingediend. Betrokkene heeft gedurende langere tijd ernstige psychische problemen gehad en heeft onvrijwillig niet thuis verbleven. Daarom is de termijnoverschrijding verschoonbaar. De verkeersovertreding staat vast, maar gelet op het proces-verbaal van de politie kan die betrokkene niet worden toegerekend vanwege haar psychische toestand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271809161

zaaknummer: 12064650 BU VERZ 26-115

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
7 september 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. M.R.M. Schaap.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VB017 – ‘17 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 30 januari 2025, om 21:21 uur, op de Europaweg ter hoogte van het Sontplein in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 204,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens een termijnoverschrijding. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 7 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar gemachtigde en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. Baltus.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Overwegingen

Is het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard?

2. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift in administratief beroep te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. Het beroepschrift had uiterlijk op 26 maart 2025 ontvangen moeten zijn, maar is pas op 15 mei 2025 bij de CVOM binnengekomen.

3. De gemachtigde heeft aangevoerd dat betrokkene gedurende langere tijd ernstige psychische problemen heeft gehad en dat zij in die periode (onvrijwillig) niet thuis heeft verbleven. Betrokkene heeft geen familie in Nederland en geen partner die haar kan ondersteunen. Op zakelijk vlak heeft zij ondersteuning gehad van iemand die niet op hetzelfde adres woont. Via deze persoon is de inleidende beschikking bij de gemachtigde tegengekomen, maar te laat.

4. In de geschetste omstandigheden ziet de kantonrechter om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De officier van justitie heeft het administratief beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter vernietigt de beslissing van de officier van justitie daarom en zal de zaak inhoudelijk behandelen.

Kan de verkeersovertreding worden vastgesteld?

5. De verkeersovertreding wordt niet betwist en kan daarom worden vastgesteld.

Zijn er gronden voor matiging van de boete?

6. De gemachtigde stelt dat betrokkene op 31 januari 2025 is aangehouden door de politie. Zij bleek in een psychose te verkeren. Daarom kan de verkeersovertreding haar niet worden aangerekend.

7. De vertegenwoordiger stelt dat betrokkene, gelet op het proces-verbaal dat bij het beroepschrift is gevoegd, geen eigen verantwoordelijkheid kon nemen over de situatie.

8. De kantonrechter overweegt dat de overtreding betrokkene niet kan worden toegerekend vanwege haar psychische toestand. Hij matigt de boete daarom naar nul.

Proceskostenvergoeding

9. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond verklaart, veroordeelt hij de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene. Hij kent één punt van € 666,00 toe voor het indienen van het administratief beroepschrift en hij kent twee punten van € 934,00 toe voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aangezien de gemachtigde advocaat is en geen no cure no pay-bureau, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv niet toe. De berekening is als volgt: (1 (punt) x € 666,00 (tarief) + 2 (punten) x € 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) = € 1.267,00.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete naar nul;

  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt;

  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van € 1.267,00.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht.