Socialezekerheidsrecht
PW. Vovo. Griffierecht niet betaald, ook niet dat de nota nog een keer per mail aan verzoekster is gezonden…
Rechtbank Noord-Nederland, 3 juli 2024
ECLI:NL:RBNNE:2024:2633 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnne-2024-2633
Zaakgegevens
Op 3 juli 2024 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 3 juli 2024
- Datum publicatie
- 15 juli 2024
- Zaaknummer
- LEE 24/1785
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2024:2633
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PW. Vovo. Griffierecht niet betaald, ook niet dat de nota nog een keer per mail aan verzoekster is gezonden. Geen reden gegeven voor het niet alsnog betalen van het griffierecht. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/1785
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juli 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Groningen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster van 13 april 2024. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 17 april 2024 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Verzoekster is in deze brief gewezen op het risico van niet-ontvankelijk verklaring indien zij het griffierecht niet op tijd betaald. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 19 april 2024 is bezorgd op een PostNL-punt. Deze brief is vervolgens op 10 mei 2024 retour binnen gekomen bij de rechtbank, met als reden dat het poststuk niet bij een PostNL-punt is afgehaald. Het niet afhalen van een poststuk komt voor rekening en risico van de verzoekster. Op 14 mei 2024 is de aangetekende brief van 17 april 2024 per e-mail naar verzoekster verzonden. Zij heeft het griffierecht niet alsnog betaald. Verzoekster is hiermee voldoende in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen.
4. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2024.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: