Civiel recht overig

Ontslag uit de verplichtingen jegens de vennootschapsschulden met vrijwaring van alle schulden en vorderingen…

Rechtbank Noord-Nederland, 4 juli 2014

Zaakgegevens

Op 4 juli 2014 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
4 juli 2014
Datum publicatie
2 juli 2014
Zaaknummer
K L 2849483 - CV EXPL 14-2307 (T)
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2014:3212
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontslag uit de verplichtingen jegens de vennootschapsschulden met vrijwaring van alle schulden en vorderingen van de vennootschap door achterblijvende vennoot, ontslaat uitgetreden vennoot niet uit verplichtingen van de mede door hem gesloten (bedrijfs)huurovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 2849483 \ CV EXPL 14-2307

vonnis van de kantonrechter d.d. 4 juli 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

F. REEN VASTGOED SNEEK B.V.,

gevestigd te Sneek,

eiseres,

gemachtigde: Straetus Incasso Friesland B.V.,

tegen

[gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

gemachtigde: mr.drs. M.P.C. Breeuwer

en

[gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

procederende in persoon,

gedaagden.

Partijen zullen hierna Reen Vastgoed en [gedaagde 1 en 2], dan wel ieder voor zich [gedaagde 1] en [gedaagde 2], worden genoemd.

Procesverloop

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] (met producties)

- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] (met producties)

- het tussenvonnis van 4 april 2014

- de brief van WSNP-bewindvoerder [A] van 15 mei 2014

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 2 juni 2014

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.1. In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

Reen Vastgoed heeft op 22 maart 2011 aan de vennootschap onder firma [B] en diens firmanten [gedaagde 1 en 2] verhuurd en in huur en gebruik afgegeven de bedrijfsruimte, plaatselijk bekend te [woonplaats] aan de [adres]. De betreffende huurovereenkomst is op genoemde datum schriftelijk vastgelegd. De overeengekomen huurprijs bedraagt € 20.569,92 per jaar ofwel € 1.714,16 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen op de eerste van elke maand.

Voormelde vennootschap onder firma is ontbonden bij overeenkomst van 30 juli 2012. De vennootschap onder firma [B] is op 30 juli 2012 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. De onderneming van die vennootschap is door [gedaagde 1] als eenmanszaak voortgezet onder de naam [B].

[gedaagde 1] is op 22 april 2014 toegelaten tot de wettelijke schuldsanering (insolventienummer [nummer]). De procedure - voor zover deze is ingesteld tegen [gedaagde 1] - is op grond van artikel 313 jo art 29 Faillissementswet (Fw) van rechtswege geschorst.

Over de periode van 1 mei 2013 tot 1 januari 2014 is in totaal een bedrag van € 15.427,44 aan huurpenningen vervallen, waarop door [gedaagde 1 en 2] een bedrag van € 2.811,22 in mindering is betaald.

Het standpunt van Reen Vastgoed

3.1. Reen Vastgoed vordert ontbinding van de huurovereenkomst van partijen, ontruiming van het gehuurde met aanverwante vorderingen, betaling van een bedrag groot € 13.846,90 wegens achterstallige huur, zulks inclusief een bedrag van € 140,28 wegens rente berekend tot 4 februari 2014, en een bedrag ad € 901,16 wegens incassokosten, en daarover verschuldigde BTW ad € 189,24, vermeerderd met de wettelijke rente over de (resterende) hoofdsom vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede betaling van een bedrag van € 1.714,16 zijnde de verschuldigde maandelijkse huurpenningen voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1 en 2] het gehuurde nog in gebruik hebben na 1 februari 2014 tot aan het tijdstip dat de huurovereenkomst zal zijn ontbonden, daarna als vergoeding voor voortgezet gebruik tot de dag van ontruiming van het gehuurde en voorts als vergoeding tot het perceel wederom is verhuurd, doch uiterlijk tot 1 november 2016. Ten slotte vordert Reen Vastgoed veroordeling van [gedaagde 1 en 2] in de kosten van het geding, alsmede de nakosten zonder dat daarvoor betekening vereist is.

Het standpunt van [gedaagde 1 en 2]

4.1. [gedaagde 1 en 2] heeft de vordering betwist.

4.2. [gedaagde 1] heeft aangevoerd dat hij al in juni 2013 in goed overleg met Reen Vastgoed met zijn onderneming uit het gehuurde pand is vertrokken. Daarbij is afgesproken dat tijdelijk slechts de helft van de huur zou worden voldaan en dat de rest bevroren zou worden in de hoop dat er snel een nieuwe huurder zou komen. Nadat hij met Reen Vastgoed nog had getracht in goed overleg tot een afkoop van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst te komen, maar Reen Vastgoed daartoe niet bereid bleek, heeft hij een verzoekschrift WSNP bij de rechtbank Noord-Nederland ingediend.

4.3. [gedaagde 2] heeft zich er op beroepen dat hij geen vennoot meer is van de onderneming van [gedaagde 1] en dat [gedaagde 1] hem heeft gevrijwaard voor alle schulden en vorderingen per 1 juli 2012 welke betrekking hebben op de vennootschap. Volgens [gedaagde 2] is Reen Vastgoed zowel door hem als door [gedaagde 1] mondeling van de ontbinding van de vennootschap op de hoogte gesteld. Verder stelt [gedaagde 2] niet op de hoogte te zijn geweest van de ontstane huurachterstand en daarvoor nooit door Reen Vastgoed te zijn aangesproken. Deze huurachterstand is een jaar na de ontbinding van de vennootschap ontstaan.

De beoordeling van het geschil

5.1. Nu vast staat dat [gedaagde 1] is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 Fw brengt dat met zich mee dat het geding - voor zover ingesteld tegen [gedaagde 1] - op de voet van artikel 313 jo 29 Fw is geschorst. Dit betekent dat het geding alleen ten aanzien van [gedaagde 2] is voortgezet.

5.2. De stelling van [gedaagde 2] dat hij door [gedaagde 1] ter gelegenheid van de ontbinding van de vennootschap onder firma is ontslagen uit zijn verplichtingen jegens de vennootschap(schulden) en dat hij door [gedaagde 1] is gevrijwaard voor alle schulden en vorderingen per 1 juli 2012 welke betrekking hebben op de vennootschap, kan hem jegens Reen Vastgoed niet baten, omdat hij niet tevens door laatstgenoemde uit zijn verplichtingen uit hoofde van de mede door hem gesloten huurovereenkomst is ontslagen. Dat betekent dat hij hoofdelijk aansprakelijk is gebleven voor de (ontstane) huurschulden.

5.3. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde 2] brengt in beginsel mee dat de gevorderde en onbetwist gebleven huurachterstand, alsmede de overige onbetwiste vorderingen voor toewijzing gereed liggen. Niettemin heeft de kantonrechter acht geslagen op de stelling tot verweer van [gedaagde 1], in diens al vóór toelating tot de schuldsaneringsregeling genomen conclusie van antwoord, dat hij met Reen Vastgoed in goed overleg had afgesproken dat tijdelijk de helft van de huur zou worden voldaan en dat de rest bevroren zou worden. Indien die stelling, waarop door Reen Vastgoed nog geen reactie kon worden gegeven door de schorsing van de procedure tussen haar en [gedaagde 1], juist is, heeft dit ook gevolgen voor de omvang van de aansprakelijkheid van [gedaagde 2] jegens de door Reen Vastgoed ingestelde vorderingen. Voorts heeft [gedaagde 1] aangevoerd dat het gehuurde door hem, althans zijn bedrijf, in goed overleg met Reen Vastgoed al in juni 2013 is verlaten en ontruimd, zodat niet goed valt in te zien welk belang Reen Vastgoed heeft bij toewijzing van de gevorderde (ontbinding van de huurovereenkomst en) ontruiming van het gehuurde jegens [gedaagde 2]. Indien ook die stelling juist is, zou daar immers uit kunnen worden afgeleid dat de huurovereenkomst in overleg met Reen Vastgoed al is geëindigd en dat ontruiming van het gehuurde al heeft plaatsgevonden. In het laatste geval gaat het in deze procedure dan nog slechts om de vaststelling van de omvang van de aansprakelijkheid van [gedaagde 2] en daarmee om de hoogte van het toe te wijzen bedrag.

5.4. De kantonrechter wenst, alvorens een verdere beslissing te kunnen nemen, nader te worden geïnformeerd over de mogelijke juistheid van de in voorgaande rechtsoverweging besproken weren van [gedaagde 1]. Daartoe zullen partijen, eerst Reen Vastgoed en vervolgens [gedaagde 2], in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten. De kantonrechter zal de zaak daarom naar de rol verwijzen voor een akte uitlating van partijen over de in rechtsoverweging 5.3. besproken stellingen van [gedaagde 1].

Beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van vrijdag 1 augustus 2014 voor akte uitlating van Reen Vastgoed inzake het besprokene in rechtsoverweging 5.3. van dit vonnis;

verstaat dat [gedaagde 2] na uitlating door Reen Vastgoed een antwoordakte mag nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A. van der Meer, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 28/482