Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland, 8 oktober 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:6775 · Rechtbank Noord-Nederland · 8 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnne-2014-6775
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2014 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2014
- Datum publicatie
- 26 januari 2015
- Zaaknummer
- C-17-136980- KG ZA 14-266
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2014:6775
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewijsbeslag
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/136980 / KG ZA 14-266
Vonnis in kort geding van 8 oktober 2014
in de zaak van
1. de vennootschap naar vreemd recht
VOITH PAPER GMBH & CO
gevestigd te Heidenheim an der Benz, Duitsland,
2. de besloten vennootschap
VOITH PAPER B.V.,
gevestigd te Epe,
eiseressen in conventie,
verweerders in reconventie,
advocaat mr. M. Schut, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap
ECONVERT WATER & ENERGIE B.V.,
gevestigd te Drachten,
2. [A],
wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. W.H.R. van Boetzelaer, kantoorhoudende te Heerenveen.
Partijen zullen hierna Voith c.s. enerzijds en Econvert en [A] anderzijds genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het proces-verbaal ex artikel 438 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
-
de mondelinge behandeling
-
de pleitnota van de deurwaarder de heer G. Bakker van Equilibristen Gerechtsdeurwaarders te Dordrecht.
Naar aanleiding van de aanwezigheid van een belangstellende op de publieke tribune heeft mr. Schut de voorzieningenrechter verzocht de mondelinge behandeling met gesloten deuren te laten plaatsvinden. Volgens mr. Schut zal er vertrouwelijke informatie aan de orde komen. Mr. Van Boetzelaer heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Desgevraagd heeft de belangstellende aan de voorzieningerechter medegedeeld dat hij zich niet nader bekend wenste te maken. Na een korte schorsing heeft de voorzieningenrechter vervolgens beslist dat de behandeling met gesloten deuren zal plaatsvinden, waarbij is verwezen naar artikel 27 Rv en de parlementaire geschiedenis, waarin expliciet bedrijfsgeheimen zijn genoemd. De belangstellende is vervolgens verzocht de zaal te verlaten.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Voith c.s. heeft de voorzieningenrechter op 15 augustus 2014 verlof gevraagd tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag op de papieren administratie van Econvert, de zakelijke en privé e-mailbox van [A], de privé-computer(s) van [A] en de servers van Econvert met betrekking tot de zich daarin bevindende:
a. a) technische tekeningen en (3D) AutoCAD modellen van de R2S reactor die [A] vermoedelijk heeft meegenomen / bewaard na afloop van zijn dienstverband met Voith c.s.;
b) (e-mail)correspondentie, tussen [A] en zijn huidige werkgever Econvert en/of tussen [A] en klanten van Econvert en/of Voith c.s., en daarbij behorende bijlagen die aantonen dat [A] zijn technische kennis met betrekking tot de R2S reactor heeft gedeeld met zijn nieuwe werkgever Econvert en/of met haar klanten.
c) (e-mail)correspondentie en bestanden die aantonen dat (werknemers van) Econvert deze kennis heeft gebruikt bij het ontwerp en het op de markt brengen van haar IR reactor.
Tevens is verlof verzocht tot het in gerechtelijke bewaring (doen) nemen - door (kort samengevat) het maken van digitale kopieën, welke kopieën in gerechtelijke bewaring worden genomen - van de hiervoor bedoelde documenten door de deurwaarder - de heer G. Bakker en/of mevrouw J.A.Voogt van Equilibristen Gerechtsdeurwaarders te Dordrecht - al dan niet in samenwerking met ICT-deskundige(n) [B] en/of[C] (althans een deskundige medewerker van ICT-dienstverlener Probatius B.V. te Waddinxveen), waarbij de termijn voor dataselectie (indien dit niet op locatie mogelijk blijkt te zijn) is gesteld op drie werkdagen.
Bij beschikking van 18 augustus 2014 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank het gevraagde verlof verleend met de in die beschikking vermelde uitzonderingen en aanvullingen. Onder meer is in de beschikking vermeld:
[…]
* het verlof strekt zich enkel uit tot de in paragraaf 3.1 van het verzoekschrift onder a en b concreet genoemde bescheiden en derhalve niet tot de onder c genoemde bescheiden, of andere niet specifiek genoemde bescheiden.
Op 20 augustus 2014 heeft Voith c.s. op basis van voornoemd verlof, conservatoir bewijsbeslag laten leggen onder [A] en Econvert op de locaties [X] (de privéwoning van [A]) en [Y](bedrijfsruimte Econvert). Het beslag is gelegd door deurwaarder G. Bakker van Equilibristen Deurwaarders te Dordrecht, die gespecialiseerd is in het leggen van bewijsbeslagen. Bij de beslaglegging is hij geassisteerd door een ICT deskundige van Probatius, een dienstverlener met ervaring op het gebied van het leggen van bewijsbeslag en lid van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Informaticadeskundigen.
Op beide voornoemde locaties heeft de deurwaarder beoordeeld of het mogelijk was om op locatie de data te separeren. Dit bleek op onderdelen niet mogelijk, zodat (op grond van het verlof) kopieën zijn gemaakt van (onderdelen van) gegevensdragers en bestanden. Alle mogelijk relevante data zijn op locatie gekopieerd; er zijn geen originele gegevensdragers meegenomen. De door de deurwaarder gekopieerde dataset (de "grote doos") kan als volg worden aangeduid:
Digitale kopie van de data onder [A]:
170 Gigabyte; 118.409 bestanden (alle export van de mailboxen zijn aangeduid als 1 bestand); 13.799 mappen;
Digitale kopie van de data onder Econvert:
1,6 Gigabyte; 1913 bestanden; 345 mappen.
Zowel [A] als Econvert hebben van de deurwaarder direct een kopie ontvangen van deze dataset. Deze niet-gesepareerde dataset is conform het beslagverlof in tijdelijke bewaring genomen teneinde de dataseparatie elders door de deurwaarder te laten uitvoeren.
Na een deurwaarders kort geding ex artikel 438 lid 4 Rv teneinde een verlenging te verkrijgen van de in het beslagverlof gestelde termijn van drie werkdagen voor dataseparatie, is de termijn voor dataseparatie bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 22 augustus 2014 verlengd tot en met 1 september 2014 en waarbij is bepaald dat de teruggave van de grote dataset (de "grote doos") en het verstrekken van een kopie van de kleine dataset uiterlijk op 2 september 2014 zal dienen plaats te vinden.
Aan de hand van zoektermen zijn vervolgens de data gesepareerd. Het resultaat is de "kleine doos". Op 26 augustus 2014 heeft de deurwaarder partijen bericht dat de dataseparatie voltooid was. De "grote doos" en een kopie van de "kleine doos" zijn op 27 augustus 2014 bezorgd op het bedrijfsadres van Econvert. Uit het daarbij verstrekte overzicht van de deurwaarder volgt dat er 20.852 bestanden zijn aangetroffen (42 GB) waarin één of meerdere van de gehanteerde zoektermen voorkomen. Uit dit overzicht volgt voorts dat als zoektermen zijn gehanteerd: IR reactor OR "IR-reactor" OR "IR reaktor" OR "IR-reaktor" OR R2S OR Gommel OR Rosner OR Vogl or ".dwf" or ".dwfx" or ".dwg".
Naar aanleiding van bezwaren van de zijde van [A] en Econvert omtrent de wijze waarop de dataselectie is uitgevoerd, heeft de deurwaarder een aanvullende dataselectie uitgevoerd, waarbij slechts met de zoekterm R2S de kleine dataset is doorzocht. Hierdoor is een ultra-kleine dataset (de "ultra kleine doos") vervaardigd.
De deurwaarder heeft de bestanden uit de "ultra kleine doos" vervolgens visueel doorgelopen. Zo is bijvoorbeeld een map met foto's, welke map werd aangeduid met "R2S", verwijderd. Hetgeen resteerde wordt door de deurwaarder aangeduid als de "ultra ultra kleine doos".
Tussen Voith c.s. enerzijds en Econvert en [A] anderzijds is tevens een kort geding aanhangig onder kort geding nummer C/17/136794 / KG ZA 14/255 waarin - kort samengevat - Voith c.s. inzage in bescheiden vordert op grond van artikel 843a Rv (jo 1019a Rv) en Econvert en [A] in reconventie opheffing van het bewijsbeslag vorderen, alsmede vernietiging van bescheiden. Heden vindt tevens een uitspraak plaats in dat kort geding.
3. Het geschil en de beoordeling daarvan
De deurwaarder die met de onderhavige executie is belast (G. Bakker) heeft zich met een door hem opgemaakt proces-verbaal van een bezwaar van Econvert en [A] tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek partijen en de deurwaarder te instrueren. Kort samengevat betreft het bezwaar de in rechtsoverweging 2.7 bedoelde bezwaren van Econvert en [A] omtrent de wijze waarop de dataselectie is uitgevoerd.
Gelet op de omstandigheid dat in het kort geding onder kortgedingnummer C/17/136794 / KG ZA 14/255 dezelfde bezwaren aan de orde zijn geweest, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te verwijzen naar de in dat - eveneens heden uit te spreken - vonnis, waarin in de overwegingen en in het dictum het volgende is vermeld:
De beoordeling
De voorzieningenrechter stelt voorop dat het rechterlijk verlof om het bewijsbeslag te leggen geen verdergaande aanspraken geeft dan de bewaring van de in beslag genomen bescheiden; noch het verlof, noch de beslaglegging zelve geven de beslaglegger dan ook recht op afgifte, inzage of afschrift. De procedure om inzage te verkrijgen in de in beslag genomen documenten en gegevens is een zelfstandige bevoegdheid (zie HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8510).
De voorzieningenrechter stelt voorts voorop dat artikel 843a Rv (jo. 1019a Rv) niet voorziet in een onbeperkt recht op inzage van bescheiden jegens degene die deze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, maar dat deze bepaling het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden afhankelijk stelt van een aantal cumulatieve vereisten. Op grond van het eerste lid van artikel 843a Rv moet de eiser een rechtmatig belang hebben bij de inzage, het afschrift of het uittreksel en moet hij inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn. Artikel 843a Rv biedt niet de mogelijkheid voor het opvragen van documenten waarvan slechts vermoed wordt dat zij bestaan en dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan de stellingen van Voith c.s. De vordering kan, ook indien aan voormelde vereisten is voldaan, worden afgewezen wegens gewichtige redenen - zoals in het geval bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd - of omdat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ook zonder de gevorderde gegevens een behoorlijke rechtsbedeling is gewaarborgd.
Voith c.s. stelt dat [A] toerekenbaar tekort is geschoten jegens haar en dat [A] en Econvert beiden onrechtmatig hebben gehandeld en inbreuk maken op de auteursrechten van Voith c.s. en dat zij de gevraagde bescheiden nodig heeft om haar stellingen in een eventuele bodemprocedure te kunnen onderbouwen. Naast de onweersproken stelling van Voith c.s. dat Econvert voor een klant van Voith c.s. in Engeland een IR reactor heeft gebouwd en onlangs een pitch heeft gewonnen voor een klant van Voith c.s. in Polen, merkt de voorzieningenrechter dit aan als een voldoende spoedeisend belang bij de gewenste inzage. Hiermee is bovendien aan de ondergrens van een rechtmatig belang en een rechtsbetrekking voldaan. Bij de belangenafweging die vervolgens dient plaats te vinden, dient evenwel ook getoetst te worden hoe concreet de stellingen van eiseressen zijn. In het kader van dit kort geding hoeft niet te worden vastgesteld dat sprake is van toerekenbaar tekortschieten, onrechtmatig handelen en/of inbreuk op een auteursrechtelijk beschermd werk, maar slechts of voldoende aannemelijk is dat hiervan sprake zou kunnen zijn om toewijzing van de op artikel 843a jo. 1019a Rv gebaseerde vordering gerechtvaardigd te achten.
De voorzieningenrechter overweegt dat [A] - zoals hij ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft erkend - bedrijfsinformatie van Voith c.s. onder zich heeft gehouden na het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst met Voith c.s. [A] heeft niet weersproken dat daaronder mede technische specificaties van de R2S zijn begrepen. Deze informatie heeft [A] - zoals hij heeft aangevoerd - onder zich gekregen als gevolg van de omstandigheid dat hij destijds twee dagen per week thuis werkte. Op grond van artikel 13 lid 3 van de arbeidsovereenkomst met Voith c.s. was [A] verplicht deze informatie aan Voith c.s. te retourneren bij het beëindigen van zijn dienstverband. [A] heeft erkend dat dit niet is geschied. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is [A] daarmee toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens eiseres sub 2. Vast staat voorts dat [A] kort na het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst met eiseres sub 2 als indirect bestuurder betrokken is geraakt bij een met Voith c.s. concurrerende onderneming (Econvert). Gelet op het voorgaande, alsmede gelet op de omstandigheid dat Econvert vervolgens kort na haar oprichting een anaerobe zuiveringsreactor heeft ontwikkeld (de IR) die een aantal opvallende overeenkomsten vertoont met de R2S, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Voith c.s. haar stelling dat [A] deze informatie van Voith c.s. - in strijd met artikel 13 lid 1 van zijn arbeidsovereenkomst met eiseres sub 2 - heeft gedeeld met Econvert en/of met haar klanten, voldoende aannemelijk heeft gemaakt om toewijzing van de op artikel 843a jo. 1019a Rv gebaseerde vordering gerechtvaardigd te achten. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat - gelet op de tekst van artikel 13 lid 1 van de arbeidsovereenkomst tussen [A] en eiseres sub 2, waarin gesproken wordt van "any information" - in het kader van deze procedure in het midden kan worden gelaten of sprake is van geheime bedrijfsinformatie/auteursrechten en of Voith c.s. al dan niet schade heeft geleden door het (mogelijk) delen van bedrijfsinformatie door [A] met Econvert en/of met haar klanten.
Tussen partijen is voorts in geschil in hoeverre en op welke wijze inzage door Voith c.s. dient plaats te vinden en in verband daarmee de vraag of het beslag al dan niet onrechtmatig is gelegd. Volgens [A] en Econvert is het beslag onrechtmatig gelegd - en dient het beslag te worden opgeheven - omdat het is gelegd buiten de voorwaarden van het verleende verlof.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het verlof is verzocht ter zake van
a) technische tekeningen en (3D) AutoCAD modellen van de R2S reactor die [A] vermoedelijk heeft meegenomen / bewaard na afloop van zijn dienstverband met Voith c.s.;
b) (e-mail)correspondentie, tussen [A] en zijn huidige werkgever Econvert en/of tussen [A] en klanten van Econvert en/of Voith c.s., en daarbij behorende bijlagen die aantonen dat [A] zijn technische kennis met betrekking tot de R2S reactor heeft gedeeld met zijn nieuwe werkgever Econvert en/of met haar klanten.
c) (e-mail)correspondentie en bestanden die aantonen dat (werknemers van) Econvert deze kennis heeft gebruikt bij het ontwerp en het op de markt brengen van haar IR reactor.
Bij beschikking van 18 augustus 2012 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank het gevraagde verlof verleend voor zover dit zich uitstrekt tot de onder a) en b) concreet vermelde bescheiden.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoet slechts de inhoud van de "ultra ultra kleine doos" aan het verleende verlof. De data hadden gelet op het specifiek verleende verlof en het deel dat is afgewezen naar het oordeel van de voorzieningenrechter slechts gesepareerd mogen worden met de zoekterm "R2S", waarbij gelet op de mededelingen van de deurwaarder in dit verband kennelijk nodig was om vervolgens nog tot een visuele inspectie van de data uit de "ultra kleine doos" over te gaan om ervoor zorg te dragen dat slechts sprake zou zijn van (de in het verlof en in de beschikking genoemde) technische tekeningen, (3D) AutoCAD modellen en (e-mail)correspondentie. Zo heeft de deurwaarder aangegeven dat hij door middel van visuele inspectie van de "ultra kleine doos" foto's heeft verwijderd. Zoektermen zoals "IR-reactor" zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter te ruim en hebben kennelijk slechts betrekking op de vraag of de door [A] (beweerdelijk) gedeelde informatie omtrent de R2S is gebruikt bij het ontwerp van de IR, waarvoor het verlof - te weten de in het verlof bedoelde bescheiden onder c) - uitdrukkelijk niet is verleend.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van Voith c.s. strekkende tot inzage in bescheiden beperkt zal worden tot de "ultra ultra kleine doos". Daarmee zijn deze bescheiden tevens voldoende bepaald in de zin van artikel 843a RV (jo 1019a Rv). Dat ook wat betreft de "ultra ultra kleine doos" sprake zou zijn van een "weeffout" en dat het onrechtmatige beslag er niet uit te halen zou zijn (zoals [A] en Econvert hebben aangevoerd) valt zonder nadere onderbouwing - die ontbreekt - niet in te zien. Er is immers specifiek gezocht op "R2S".
Gelet op de omstandigheid dat de inhoud van "de ultra ultra kleine doos" (bestaande uit kopieën) zich onder de deurwaarder bevindt en de gevorderde (en toe te wijzen) veroordeling van [A] en Econvert om inzage te verlenen in feite neerkomt op een door de (door Voith c.s. ingeschakelde) deurwaarder te verstrekken inzage in deze stukken, valt niet in te zien dat Voith c.s. enig belang heeft bij de door haar gevorderde dwangsomoplegging. De vordering van Voith c.s. zal dan ook in zoverre worden afgewezen.
Gelet op de omstandigheid dat het inzagerecht van Voith c.s. beperkt blijft tot de "ultra ultra kleine doos", te weten bestanden zoals onder a) en b) van het verleende verlof bedoeld, waarin de term "R2S" - te weten de anaerobe zuiveringsreactor van Voith c.s. - voorkomt, valt niet in te zien dat de inzage vanwege de concurrentie tussen beide partijen niet rechtstreeks door Voith c.s. zou mogen plaatsvinden.
De door [A] en Econvert in reconventie gevorderde opheffing van het beslag zal gelet op het voorgaande worden afgewezen. Op grond van het hiervoor weergegeven oordeel dat slechts de inhoud van de "ultra ultra kleine doos" aan het hiervoor bedoelde verleende verlof voldoet, volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat voor zover de onder de deurwaarder bevindende bescheiden niet behoren tot de "ultra ultra kleine doos", deze bescheiden - zoals door [A] en Econvert eveneens is gevorderd - vernietigd moeten worden. De reconventionele vordering zal in zoverre worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal deze veroordeling echter - zoals Voith c.s. heeft gevorderd - niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Voith c.s. - die zich primair op het standpunt stelt dat uitgegaan dient te worden van beslag op de inhoud van "de kleine doos" - heeft aangegeven in hoger beroep te zullen gaan. Vernietiging van de bescheiden zou tot een onomkeerbare situatie leiden, terwijl [A] en Econvert geen enkele hinder ondervinden van de omstandigheid dat niet alleen de inhoud van de "ultra ultra kleine doos" onder de deurwaarder berust, maar (ook) de inhoud van de "kleine doos". De inhoud van de "kleine doos" bestaat immers slechts uit onder de deurwaarder berustende (digitale) kopieën van gegevens, waartoe Voith c.s. geen toegang heeft.
De gevorderde oplegging van dwangsommen zal worden toegewezen.
Voith c.s. heeft de voorzieningenrechter op grond van artikel 29 lid1 sub b Rv verzocht om partijen te verbieden mededelingen te doen aan derden over de technische bijzonderheden van de R2S. Omdat de mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden, is het partijen naar het oordeel van de voorzieningenrechter reeds op grond van artikel 29 lid 1 sub a Rv verboden om mededelingen aan derden te doen omtrent het verhandelende tijdens de mondelinge behandeling. Een expliciete bepaling daartoe is dan ook onnodig.
Gelet op de omstandigheid dat - zoals hiervoor is overwogen - partijen zowel in conventie als in reconventie over en weer deels in het ongelijk zullen worden gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten (zowel in conventie als in reconventie) te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie:
veroordeelt Econvert en [A] om binnen 3 werkdagen na de betekening van dit vonnis Voith c.s. inzage te verlenen in en afschrift te verschaffen van alle bescheiden die in het kader van het in deze dagvaarding genoemde bewijsbeslag door de deurwaarder zijn geselecteerd op de term "R2S" én visueel zijn geïnspecteerd (de "ultra-ultra kleine doos"),
verklaart de veroordeling onder 6.1 uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt,
bepaalt de termijn zoals bedoeld in artikel 1019i Rv op 6 maanden na heden,
veroordeelt Voith c.s. binnen drie dagen na dit vonnis, alle in het kader van het op 20 augustus 2014 gelegde bewijsbeslag verkregen informatie - ongeacht of de informatie in digitale vorm is verkregen of op enige andere gegevensdrager staat - te (laten) vernietigen voor zover deze niet de "ultra ultra kleine doos" betreft,
bepaalt dat Voith c.s. een dwangsom verbeurt van EUR 1.000,00 voor elke dag dat zij niet aan de hiervoor onder 6.6 bedoelde veroordeling voldoet,
verbindt aan de aldus sub 6.7. te verbeuren dwangsommen een veroorlopig maximum van EUR 20.000,00,
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en achter gesloten deuren uitgesproken op 8 oktober 2014.
Partijen en de deurwaarder zullen aldus geïnstrueerd worden dat zij dienen te handelen conform voormeld vonnis.
Evenals in rechtsoverweging 5.3.13. van het vonnis in de zaak onder kortgedingnummer c/17/136794 / KG ZA 14/255 is overwogen, ziet de voorzieningenrechter op dezelfde gronden aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter:
instrueert partijen en de deurwaarder aldus dat gehandeld dient te worden conform het heden gewezen vonnis in de zaak onder kortgedingnummer C/17/136794/KG ZA 14/255, zoals in de overwegingen geciteerd,
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2014.