Civiel recht overig
Wraking, hoofdzaak is afgedaan. Verzoeker is niet-ontvankelijk
Rechtbank Noord-Nederland, 10 april 2019
ECLI:NL:RBNNE:2019:1879 · Rechtbank Noord-Nederland · 10 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2019-1879
Zaakgegevens
Op 10 april 2019 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 10 april 2019
- Datum publicatie
- 3 mei 2019
- Zaaknummer
- C/18/191241 PR RK 19-118
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2019:1879
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking, hoofdzaak is afgedaan.
Verzoeker is niet-ontvankelijk
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Locatie Groningen
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer / rolnummer: C/18/191241 / PR RK 19-118
Beslissing van 10 april 2019
Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van
[naam] ,
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
1 Procesverloop
Bij brief van 5 april 2019 heeft verzoeker een verzoek tot wraking gedaan van
mr. L.T. de Jonge, rechter in deze rechtbank.
2 De beoordeling
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zijn verzoek doet in de procedure met
zaak-/rolnummer 7557734 EJ VERZ 19-10.
De zaak waarin het verzoek tot wraking is gedaan is inmiddels geëindigd met een beschikking d.d. 26 maart 2019. Dat betekent dat er op 5 april 2019, de datum van het onderhavige wrakingsverzoek, niet langer sprake was van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 36 Rv. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan zal verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
3. Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan
mr. L.T. de Jonge.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.J. Duinkerken, voorzitter, en mrs. R.B.M. Keurentjes en Th.A. Wiersma, leden, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2019.