Civiel recht overig

Wraking in een niet aanhangig zaak. niet-ontvankelijk

Rechtbank Noord-Nederland, 28 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2020 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Assen
Datum uitspraak
28 oktober 2020
Datum publicatie
4 december 2020
Zaaknummer
C/19/13331 KG RK 20-214
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2020:4321
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking in een niet aanhangig zaak.

niet-ontvankelijk

Uitspraak

beslissing

[afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen Wrakingskamer

Zaaknummer: C/19/13331 / KG RK 20-214

Beslissing van 28 oktober 2020

van de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, inzake het door

[naam] ,

[adres] ,

[woonplaats] ,

hierna te noemen: [verzoeker] .

ingediende verzoek strekkende tot wraking.

1 De procedure

1.1.

Op 16 oktober 2020 is ter griffie een brief met daarin een wrakingsverzoek binnengekomen, afkomstig van [verzoeker] .

1.2.

De wrakingskamer heeft, gelet op het navolgende, afgezien van een mondelinge behandeling en heeft bepaald dat deze beslissing vandaag wordt uitgesproken.

2. De feiten l[afbeelding niet beschikbaar]

2.1.

Op 12 februari 2020 heeft de voorzieningenrechter v.ap·dèzrr echtbank in de zaak met zaaknummer C/19 / 1 29290/KG ZA 19-190 [verzoeker] bij.v,erstek veroordeeld.

3 De beoordeling

3.1.

Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2.

In haar brief heeft [verzoeker] het volgende vermeld: "betreft; verzet tegen besluit van 12 febr zaak nr C19/129290, KG ZA 191190". Vervolgens schrijft [verzoeker] : "Ik wraak de rechter in opgemelde zaak(...). De wrakingskamer leidt hieruit af dat het wrakingsverzoek van [verzoeker] zich richt tegen de rechter die het verzet tegen het verstekvonnis behandelt of zal gaan behandelen.

3.3.

Uit navraag bij de griffie is gebleken dat, anders dan de brief van [verzoeker] doet vermoeden, [verzoeker] geen verzet heeft ingesteld tegen het verstekvonnis van 12 februari 2020. Het wrakingsverzoek is dan ook niet gericht op een zaak die bij deze rechtbank aanhangig is, laat

staan op een rechter die die zaak zou behandelen. Het wrakingsverzoek van [verzoeker] lijkt eerder op een wraking op voorhand van een rechterlijk college. Dit is, gelet op artikel 36 Rv, niet mogelijk.

3.4.

De wrakingskamer is van oordeel dat [verzoeker] kennelijk niet-ontvankelijk is in haar verzoek. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.W. van Weringh, voorzitter, mr. A. van der Meer en

mr. J.S. Bartstra, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 oktoberber 2020.

coli: md

de griffier de voorzitter