Civiel recht overig

Verschoningsverzoek toegewezen.

Rechtbank Noord-Nederland, 18 maart 2026

Zaakgegevens

Op 18 maart 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 maart 2026
Datum publicatie
20 maart 2026
Zaaknummer
C/18/253842 / KG RK 26/174
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:863
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoningsverzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Verschoningskamer

Locatie Leeuwarden

Zaaknummer: C/18/253842 / KG RK 26/174

beslissing van de meervoudige kamer van 18 maart 2026 op het verzoek tot verschoning van

mr. C.S. Huizinga

rechter in deze rechtbank,

in de zaak van:

[verzoekster]

verzoekster,

gemachtigde: mr. N.E. Koelemaij,

tegen

Stichting Psychologische Vervolgopleidingen c.s.

belanghebbende,

gemachtigde: mr. D. Kuijken.

1 Het procesverloop

1.1.

Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster privaatrecht, locatie Groningen is een zaak aanhangig bekend onder zaaknummer [zaaknummer] .

1.2.

Op 9 maart 2026 heeft mr. C.S. Huizinga (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2 Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan

2.1.

Aan zijn verschoningsverzoek heeft de rechter het volgende ten grondslag gelegd. In de onderliggende procedure treedt de rechter op als rechter-commissaris en in die hoedanigheid heeft hij op 5 maart 2026 op verzoek van de verzoekster twee getuigen gehoord. Aan het einde van de zitting heeft de advocaat van de verzoekster verzocht om het verhoor nog niet te sluiten en om toestemming te geven voor het horen van een aanvullende derde getuige. De rechter heeft medegedeeld na de zitting een schriftelijke beslissing te zullen nemen op dat verzoek, welke beslissing nog niet is genomen. Op 8 maart 2026 ontdekte de rechter dat de verzoekster en hij zich in gemeenschappelijke sociale kringen bevinden. Teneinde de schijn van partijdigheid te voorkomen, heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend. De rechter heeft benadrukt dat hij zich tot 8 maart 2026 niet bewust was van deze situatie en dat de situatie tot op dat moment geen invloed heeft gehad op de procedure.

2.2.

Uit artikel 41 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

2.3.

Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.

2.4.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.

2.5.

Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige

omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een

beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor

verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit

betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden

overgenomen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijst het verzoek tot verschoning van mr. C.S. Huizinga in verband met de behandeling van de zaak geregistreerd onder het zaaknummer [zaaknummer] toe;

3.2.

bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure in de zaak met het nummer [zaaknummer] wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning;

3.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

- mr. C.S. Huizinga;

- de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. C.S. Huizinga werkzaam is;

- de partijen in de hoofdzaak.

Deze beslissing is gegeven op 18 maart 2026 door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.J. Idzenga en mr. I.F. Clement, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Toussaint als griffier.

- de griffier - de voorzitter

Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.