Strafprocesrecht
De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Rechtbank Noord-Nederland, 27 februari 2024
ECLI:NL:RBNNE:2024:5446 · Rechtbank Noord-Nederland · 27 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2024-5446
Zaakgegevens
Op 27 februari 2024 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 27 februari 2024
- Datum publicatie
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- 18/226771-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2024:5446
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/226771-22
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 27 februari 2024 op een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking
in de zaak tegen:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te [instelling 1] , hierna te noemen: de veroordeelde.
Procesverloop
Bij onherroepelijk vonnis van 28 maart 2023 van de meervoudige kamer van de rechtbank
Noord-Nederland, locatie Assen, is aan de veroordeelde opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en aftrek van voorarrest. Tevens is aan veroordeelde de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (hierna te noemen: de maatregel) als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.
De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 15 januari 2024 tenuitvoerlegging gevorderd van de maatregel voor een periode van drie jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 20 februari 2024. Veroordeelde en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, advocaat te Groningen, zijn verschenen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten. Tevens zijn als deskundigen gehoord R. Janssen en
S. Jansen, beiden reclasseringswerker.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het advies van de reclassering d.d. 22 december 2023 en het aanvullend reclasseringsadvies d.d. 16 februari 2024.
Beoordeling
Het standpunt van de reclassering
De reclassering adviseert om tot tenuitvoerlegging van de maatregel over te gaan en daarbij een aantal bijzondere voorwaarden op te leggen. In de adviezen is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Uit de pro Justitia rapportage van het NIFP van 5 december 2022, opgemaakt ten behoeve van de inhoudelijk behandeling van onderliggende strafzaak, blijkt dat bij veroordeelde sprake is van een persisterende rouwstoornis, hechtings- en persoonlijkheidsproblematiek,
ADHD en parafiele pedohebefiele stoornis. De pro Justitia rapporteurs concludeerden dat wanneer veroordeelde geen ambulante intensieve zedenbehandeling zal volgen, zij de kans op herhaling op vergelijkbaar seksueel delictgedrag als hoog inschatten. Veroordeelde zal een langdurig traject nodig hebben van behandeling en begeleiding, zo is de voorspelling van zowel de reclassering als het NIFP. Hoewel veroordeelde in de penitentiaire inrichting een pre-behandeling volgt voor eerdergenoemde problematiek, kan een intensieve op zedenproblematiek gerichte behandeling binnen detentie niet worden gestart. Voorts is in het kader van een verlofaanvraag op 28 september 2023 door [instelling 2] een risicotaxatie gemaakt. Dit betrof een inschatting van de kans op recidive ten aanzien van een seksueel gewelddadig delict. Volgens de gespecialiseerde behandelinstelling [instelling 2] scoorde veroordeelde hoog op het ingezette risico taxatie instrument. Gezien de nog altijd aanwezige ingeschatte hoge risico's op herhaling van een seksueel gewelddadig delict, het feit dat veroordeelde nog niet intensief behandeld is voor de gestelde diagnoses en het beperkte inzicht wat veroordeelde heeft in zijn problematiek, adviseert de reclassering de destijds opgelegde maatregel ten uitvoer te leggen. De aanbevelingen die vanuit het NIFP en [instelling 2] destijds gedaan zijn, zal de reclassering als bijzondere voorwaarden adviseren in het kader van tenuitvoerlegging van de maatregel.
De reclassering adviseert derhalve tenuitvoerlegging van de maatregel met oplegging van de navolgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, ambulante (woon)begeleiding, contactverbod, locatieverbod, locatiegebod, dagbesteding, vermijden van contact minderjarigen en vermijden van kinderporno, alsmede meewerken aan controles daarop. De reclassering adviseert daarnaast om naleving van het locatieverbod, het locatiegebod en het contactverbod te controleren middels elektronische monitoring.
De deskundigen R. Janssen en S. Jansen hebben ter terechtzitting van 20 februari 2024 de adviezen bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt -zakelijk weergegeven- in:
Er is een locatieverbod voor de gemeente Assen geadviseerd omdat in Assen de camping gelegen is waar veroordeelde een van de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd. Het locatieverbod kan wat betreft de reclassering wel beperkt worden tot het terrein van de camping en een straal van ongeveer 200 meter daaromheen. Het contactverbod heeft betrekking op de slachtoffers zoals vermeld in het vonnis van 28 maart 2023 en de directe gezinsleden van die slachtoffers. Met het vermijden van contact met minderjarigen wordt bedoeld dat veroordeelde niet actief plekken opzoekt waar zich doorgaans veel minderjarigen begeven. Wat betreft de reclassering is dat het uitgangspunt. In overleg met de reclassering kan gekeken worden naar wat binnen die voorwaarde de mogelijkheden zijn. Aansluitend op de detentieperiode van veroordeelde zal hij verblijven op de begeleid wonen locatie van [instelling 3] te [plaats] . Dit verblijf is tijdelijk van aard. Het is de bedoeling dat veroordeelde na een periode van drie maanden wordt overgeplaatst naar de locatie in [plaats] . Nu er gedurende de nachtelijke uren geen begeleiding aanwezig is op de locatie in [plaats] en de reclassering het van belang acht dat veroordeelde gedurende die uren wel op die locatie verblijft, dient het locatiegebod in die periode gecontroleerd te worden middels elektronische monitoring. Het advies is ook om de naleving van het locatieverbod en het contactverbod te controleren middels elektronische monitoring. Gelet op het vrijheidsbenemende karakter van de elektronische monitoring zal de elektronische monitoring na drie maanden geëvalueerd worden.
Indien daar dan aanleiding toe is, zou met de elektronische monitoring gestopt kunnen worden. Een indicatie over de benodigde duur van de inzet van elektronische monitoring is vooraf niet te geven, dat hangt af van de ontwikkelingen. De reclassering hanteert als einddatum voor de detentie 28 februari 2024, omdat dan de detentieperiode van veroordeelde afloopt. Om die reden wordt op dit moment 27 februari 2024 onder voorbehoud aangehouden als de datum waarop veroordeelde in de penitentiaire inrichting kan worden aangesloten op elektronische monitoring.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel met dien verstande dat in tegenstelling tot hetgeen is vermeld in de vordering wordt gevorderd dat de maatregel ten uitvoer wordt gelegd voor een periode van twee jaar.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat aan alle formele vereisten voor tenuitvoerlegging van de maatregel is voldaan. Gelet op het hoge recidiverisico dient er ernstig rekening mee gehouden te worden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter de maatregel kan opleggen. De officier van justitie neemt daarbij onder andere in aanmerking dat de noodzakelijke intensieve op zedenproblematiek gerichte behandeling nog niet gestart is en het zeer onwenselijk is dat veroordeelde onbehandeld terugkeert in de maatschappij. Met betrekking tot de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het contactverbod en het locatieverbod specifieker geformuleerd moeten worden. Zo kan het locatieverbod met betrekking tot de gemeente Assen beperkt worden tot de camping in Assen en een straal van 200 meter daaromheen. Ook het locatieverbod met betrekking tot Nijega dient beperkt te worden, dusdanig dat de doorgaande autoweg (N31) geen verboden gebied is. Voor de handhaving van het locatieverbod, contactverbod en het locatiegebod is elektronische monitoring noodzakelijk. Gelet op het stevige pakket aan bijzondere voorwaarden dient de periode van tenuitvoerlegging van de maatregel in eerste instantie te worden beperkt tot twee jaren. De officier van justitie stelt zich voorts op het standpunt dat vervangende hechtenis dient te worden toegepast voor de duur van twee weken voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, tot een maximum van zes maanden.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
De verdediging verzet zich niet tegen toewijzing van de vordering. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden wel genuanceerd dienen te worden. Met betrekking tot de locatieverboden zijn de aangewezen gebieden te ruim. Wat betreft Assen
kan worden volstaan met alleen de omgeving rondom de camping in plaats van de hele gemeente Assen. Met betrekking tot het gebied rond Nijega is nu ook een doorgaande weg (N31) aangegeven als zijnde verboden gebied. Dat betreft echter een weg die veroordeelde veelal zal gebruiken om zijn familie te bezoeken. Ook die weg dient derhalve uitgesloten te worden van het locatieverbod. Voorts stelt de verdediging zich op het standpunt dat elektronische monitoring niet noodzakelijk is nu veroordeelde gemotiveerd is om zich aan alle voorwaarden te houden. Er is dan ook geen sprake van risico op onttrekking. Gelet op het voornoemde en in aanmerking nemende dat elektronische monitoring een verstrekkende en vrijheidsbeperkende maatregel is, stelt de verdediging zich op het standpunt dat elektronische monitoring niet verbonden hoeft te worden aan de bijzondere voorwaarden. Verder is de voorwaarde van het vermijden van contact met minderjarigen thans te algemeen geformuleerd. In de voorwaarde dient opgenomen te worden dat het gaat om het doelbewust opzoeken van minderjarigen.
Daarnaast dient opgenomen te worden dat veroordeelde in overleg met de reclassering zich wel op plekken mag begeven waar ook minderjarigen komen, aldus de verdediging.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in deze zaak te toetsen of er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde opnieuw een misdrijf zal begaan waarvoor gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd kan worden.
De reclassering heeft in haar adviezen aangegeven dat zij het recidiverisico als hoog inschatten. Hoewel die adviezen voornamelijk gebaseerd zijn op de minder recente pro Justitia rapportage van 5 december 2022 en de risicotaxatie door [instelling 2] van 28 september 2023, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat het recidivegevaar thans zodanig verminderd is dat tenuitvoerlegging van de maatregel niet meer noodzakelijk is. De rechtbank neemt ook in aanmerking dat, hoewel veroordeelde in detentie gestart is met een pre-behandeling, veroordeelde nog niet gestart is met de noodzakelijke intensieve op zedenproblematiek gerichte behandeling. Gelet op de rapporten en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde opnieuw een misdrijf zal begaan waarvoor gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd kan worden. De rechtbank wijst derhalve de vordering van de officier van justitie toe en zal de tenuitvoerlegging van de maatregel gelasten voor een periode van twee jaar.
De rechtbank legt daarbij (deels) de bijzondere voorwaarden op zoals door de reclassering geadviseerd. Anders dan door de reclassering geadviseerd en door de officier van justitie gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan veroordeelde een locatieverbod op te leggen voor de gemeente Assen of voor de camping in Assen waar veroordeelde een van de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd. De rechtbank acht onvoldoende onderbouwd waarom ten aanzien van die camping een locatieverbod opgelegd dient te worden. Het enkele feit dat verdachte daar een van de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd, acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank wel aanleiding om het locatieverbod, het contactverbod en het locatiegebod te controleren middels elektronische monitoring. De rechtbank neemt daarbij met name in aanmerking dat veroordeelde de eerste drie maanden na zijn detentieperiode zal verblijven op een locatie waar in de nachtelijke uren geen begeleiding aanwezig is.
Gelet op het hoge recidiverisico, de problematiek van verdachte en het feit dat verdachte na zijn detentieperiode nog geen intensieve behandeling heeft gehad, acht de rechtbank het van belang dat middels elektronische monitoring de naleving van het locatiegebod gedurende de drie maanden dat dit geldt gecontroleerd kan worden. De rechtbank acht het ook van belang dat de naleving van locatieverbod en het contactverbod gecontroleerd wordt middels elektronische monitoring. De elektronische monitoring duurt gedurende het eerste jaar van tenuitvoerlegging van de maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De noodzaak tot elektronische monitoring dient in ieder geval elke drie maanden door de reclassering geëvalueerd te worden.
Wanneer veroordeelde de gestelde voorwaarden gekoppeld aan de maatregel niet naleeft, zal vervangende hechtenis worden toegepast bij iedere keer dat de veroordeelde een voorwaarde overtreedt. De rechtbank zal de duur van die vervangende hechtenis per keer bepalen op twee weken. De totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
- gelast de tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking, opgelegd door de rechtbank Noord-Nederland locatie Assen bij vonnis van 28 maart 2023 voor een periode van twee jaren;
- legt aan de veroordeelde de navolgende voorwaarden op:
-
Veroordeelde meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de maatregel bij de Reclassering. Afhankelijk van de plaats waar de maatschappelijke opvang van veroordeelde zich bevindt zal dit een zo dicht mogelijk bij in de buurt gelegen Reclasseringsorganisatie zijn (Leger des Heils, Reclassering Nederland). Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
-
Veroordeelde laat zich behandelen door Forint of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel als mogelijk is. De behandeling duurt gedurende de tenuitvoerlegging van de maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
-
Veroordeelde verblijft in een RIBW of een andere instelling voor begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel dat mogelijk is. Het verblijf duurt gedurende de gehele periode van tenuitvoerlegging van de maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
-
Indien de reclassering dat noodzakelijk vindt laat veroordeelde zich ambulant begeleiden door de instelling [instelling 2] of een soortgelijke zorgverlener te bepalen door de reclassering. De begeleiding start wanneer de reclassering dat nodig vindt en zal bestaan uit praktische ondersteuning op de leefgebieden. De begeleiding duurt gedurende de gehele periode van tenuitvoerlegging van de maatregel of zo lang als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de gemaakte afspraken die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.
-
Veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met
-
[slachtoffer 1] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum] 2015;
-
[slachtoffer 2] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum] 1999;
-
[slachtoffer 3] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum] 2009;
en de gezinsleden van voornoemde slachtoffers. Dit verbod duurt zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring ten aanzien van dit contactverbod. De elektronische monitoring duurt gedurende de het eerste jaar van tenuitvoerlegging van de maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.
6. Veroordeelde bevindt zich gedurende de tenuitvoerlegging van de maatregel niet op de navolgende locaties, waarbij het verbod niet geldt voor de N-wegen binnen de aangeduide plaatsen:
-
de plaats Nijega,
-
de plaats Tubbergen,
zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring ten aanzien van dit locatieverbod. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. De elektronische monitoring duurt gedurende het eerste jaar van tenuitvoerlegging van de maatregel of
zoveel korter als de reclassering nodig vindt.
7. Veroordeelde is gedurende de eerste drie maanden van de maatregel op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres: [adres] . De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met veroordeelde en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van minimaal 12 uur en maximaal 17 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van minimaal 4 en maximaal 17 uur per dag vrij te besteden. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring ten aanzien van dit locatiegebod.
8. Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van werk, dagbesteding en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
9. Veroordeelde zoekt op geen enkele wijze actief contact met minderjarigen. Veroordeelde vermijdt plekken waar zich doorgaans minderjarigen bevinden, bijvoorbeeld sportverenigingen en zwembaden, zulks nader in te vullen door de reclassering. Indien veroordeelde zich op dergelijke plekken wil begeven, dient hij dit vooraf te overleggen met de reclassering. In het specifieke geval van zijn nichtje en neefjes zorgt veroordeelde dat zijn zus aanwezig is tijdens dit contact.
10. Veroordeelde onthoudt zich gedurende de gehele duur van de maatregel op welke wijze dan ook:
11. van het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen/kinderen,
12. van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen,
13. van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen/kinderen wordt gecommuniceerd,
14. van het aanwezig hebben of gebruiken van wisprogramma's op zijn digitale apparatuur.
Veroordeelde bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 6:3:14 van het Wetboek van Strafvordering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Het toezicht op de onder 10 vermelde voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers; de verdachte werkt daaraan mee tijdens een huisbezoek; deze controles mogen gedurende de tenuitvoerlegging van de maatregel van twee jaren maximaal twee keer worden uitgevoerd en mogen slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van afbeeldingen (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan). Ten behoeve van deze controle mag een deskundige (niet zijnde een opsporingsambtenaar) de reclassering (technische) ondersteuning bieden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de termijn van de maatregel:
-
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 6:3:14 van het Wetboek van Strafvordering, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Daarbij geldt dat de totale duur van de vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt en de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de maatregel niet opheft.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. M.C. Fuhler en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Kamphuis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 februari 2024.
Mr. F. Sieders is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.