Bestuursrecht overig
Wraking. Verzoek bevat alleen maar veronderstellingen en suggesties
Rechtbank Oost-Brabant, 22 januari 2021
ECLI:NL:RBOBR:2021:5806 · Rechtbank Oost-Brabant · 22 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbobr-2021-5806
Zaakgegevens
Op 22 januari 2021 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 22 januari 2021
- Datum publicatie
- 9 november 2021
- Zaaknummer
- WR 20/046
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2021:5806
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking. Verzoek bevat alleen maar veronderstellingen en suggesties
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 20/046
Beslissing van 22 januari 2021
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker.
1 De procedure
Bij beschikking van 31 mei 2019 is aan verzoeker een administratieve sanctie van € 400 opgelegd. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft op 20 februari 2020 een dwangbevel aan verzoeker uitgevaardigd om het openstaande bedrag van € 1.209 te verhalen. Dit dwangbevel is op 26 februari 2020 aan verzoeker betekend.
Tegen de tenuitvoerlegging van dit dwangbevel (met CJIB-nummer 2062 5422 2579 7473) heeft verzoeker op 4 maart 2020 verzet ingesteld.
De rechtbank heeft verzoeker bij brief van 9 november 2020 laten weten dat het verzet (met zaaknummer 8365586 MV VERZ 20-5) behandeld zal worden op de zitting van 14 december 2020 te 10:30 uur.
Verzoeker heeft bij e-mail van 13 december 2020 om 16:30 uur een wrakingsverzoek ingediend.
2 De beoordeling
Verzoeker heeft in zijn e-mail van 13 december 2020 het volgende vermeld:
“Hierbij wraak ik de onderstaande rechter,
De reden, de rechtspraak is zo corrupt dat mijn broertje beslist waar de rechter de handtekening onder zet en de rechtbanken zijn bezig om hem daaron te dienen.
Er is een schrijven naar de Tweede Kamer gegaan over het van de rechtspraak, mocht daar geen antwoord op komen of een onafdoende ga ik naar een ander rechtsysteem op zoek.”
De e-mail van verzoeker bevat slechts veronderstellingen en suggesties. Concrete feiten waaruit de vooringenomenheid van een rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid, ontbreken. Uit het verzoek blijkt voorts niet dat dit betrekking heeft op de rechter die met de behandeling van de zaak belast is. Een wrakingsgrond moet gelegen zijn in feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Verzoeker heeft niet concreet uiteen gezet welke feiten en omstandigheden hij aan zijn verzoek ten grondslag legt. Een beweerd gebrek aan onafhankelijkheid of beweerde corruptie van ‘de rechtspraak’ levert geen grond voor wraking op. Verzoeker heeft niet gemotiveerd waarom de met de beoordeling van de zaak belaste rechter onvoldoende onafhankelijk zou zijn. De rechtbank oordeelt dat het verzoek daarom kennelijk ongegrond is. De mondelinge behandeling van het verzoek kan om die reden achterwege blijven.
4 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven op 22 januari 2021 door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, en mr. M.L.W.M. Viering en mr. F.E. Roll , leden, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open