Bestuursrecht overig

WR 25/033: Wraking. Verzoek niet ontvankelijk, omdat het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechters…

Rechtbank Oost-Brabant, 13 november 2025

Zaakgegevens

Op 13 november 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13 november 2025
Datum publicatie
18 november 2025
Zaaknummer
WR 25-033
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:7568
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WR 25/033: Wraking. Verzoek niet ontvankelijk, omdat het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechters einduitspraak hebben gedaan.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 25/033

Beslissing van 13 november 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van:

de wrakingskamer,

bestaande uit mrs. H.M.H. de Koning, M.E. Bartels en M. de Vries,

hierna ook te noemen: de rechters.

1 De procedure

1.1

In de zaak met procedurenummer 11869771 CV EXPL 25-656 1 is verzoeker

gedaagde. In die zaak gaat het om een huurovereenkomst en de betalingsverplichting die

daaruit voortvloeit.

1.2

De mondelinge behandeling (zitting) van die zaak was op 8 oktober 2025. De

rechter heeft na afloop van de zitting het onderzoek gesloten en bepaald dat uitspraak wordt

gedaan op 22 oktober 2025. Op 10 oktober 2025 heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek

ingediend, strekkende tot wraking van de rechter mr. E.C. Zandman. De wrakingskamer heeft op 28 oktober 2025 een beslissing genomen op dit wrakingsverzoek, en dit verzoek kennelijk ongegrond verklaard (WR 25/027).

2 Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechters

2.1

Op 30 oktober 2025 heeft verzoeker per mail het voorliggende wrakingsverzoek ingediend, gevolgd door een aanvullende toelichting op 4 november 2025. De wrakingskamer heeft vervolgens de datum van deze beslissing bepaald op vandaag.

2.2

De rechters hebben op 6 november 2025 gereageerd op het wrakingsverzoek. Zij berusten niet in de wraking.

3 De beoordeling

3.1

De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek en zal hierna uitleggen waarom.

3.2

De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking van een rechterlijk college – zo ook van de wrakingskamer – na het geven van de eindbeslissing, welke in deze zaak door de wrakingskamer op 28 oktober 2025 is gegeven. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, voorzitter, mr. V.R. de Meyere en

mr. F.H.E. Boerma, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.A.I.A. Aarts, griffier, en in openbaar uitgesproken op 13 november 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.