Civiel recht overig
Rechtbank Oost-Brabant · Conservatoire maatregel · Civiel recht overig
Rechtbank Oost-Brabant, 27 februari 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:1230 · Rechtbank Oost-Brabant · 27 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/conservatoire-maatregel/ecli-nl-rbobr-2015-1230
Zaakgegevens
Op 27 februari 2015 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 februari 2015
- Datum publicatie
- 6 maart 2015
- Zaaknummer
- C/01/290274 / BP RK 15-179
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Conservatoire maatregelConservatoire maatregelEen maatregel om iets veilig te stellen voordat de rechter beslist, zoals conservatoir beslag op geld of goederen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2015:1230
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Handelsrecht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rekestnummer: C/01/290274 / BP RK 15-179
Beschikking van de voorzieningenrechter van 27 februari 2015
in de zaak van
commanditaire vennootschap
[verzoekster] ,
gevestigd te [vestigingsplaats],
verzoekster,
advocaat mr. C.J.Th. Smeets te Ommel, gemeente Asten
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[belanghebbende] ,
gevestigd te [vestigingsplaats],
belanghebbende.
1 Het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het leggen van conservatoir beslag op een onroerende zaak.
2 De beoordeling
Het verzoek van [verzoekster] zal worden afgewezen. In de eerste plaats heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter onvolledig geïnformeerd en daarmee in strijd gehandeld met art. 21 Rv, hetgeen als sanctie dient te hebben dat het verzoek wordt afgewezen.
In eerste instantie heeft [verzoekster] een verzoekschrift zonder bijlagen ingediend. Naar aanleiding van een telefonisch verzoek om nadere informatie, heeft [verzoekster] de koopovereenkomst in het geding gebracht.
Nadat de voorzieningenrechter vervolgens een mondelinge behandeling had bepaald op 27 februari 2015, heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter bij brief van 25 februari 2015 verzocht of “vanwege proces economie en kostenbesparing” niet telefonisch wederom een toelichting kan worden verschaft.
Daarop heeft de griffier [verzoekster] (wederom) telefonisch gehoord. Vervolgens heeft [verzoekster] bij brief van 26 februari 2015 een drietal producties overgelegd, waaronder een vonnis tussen [verzoekster] en [verzoekster] van 9 juli 2014. Opvalt dat bladzijde 4 van het vonnis ontbreekt alsmede de inleidende de dagvaarding.
De hiervoor geschetste gang van zaken is in strijd met een behoorlijke procesorde, hetgeen de afwijzing van het verzoek eveneens rechtvaardigt. Het is niet aan de voorzieningenechter om er voor te zorgen dat het dossier compleet is en het verzoek kan worden toegewezen.
Tot slot dient het verzoek te worden afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat gegronde vrees bestaat dat [verzoekster] de onroerende zaak zal verkopen.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter:
weigert het gevraagde verlof.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg op 27 februari 2015.