Personen- en familierecht

Verzoek opheffing bewind wordt omzetting van algeheel bewind naar beperkt bewind over de verkoopopbrengst van…

Rechtbank Oost-Brabant, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
4 november 2026
Zaaknummer
12315264 TD VERZ 26-382
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:7830
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek opheffing bewind wordt omzetting van algeheel bewind naar beperkt bewind over de verkoopopbrengst van de woning totdat er meer structurele duidelijkheid c.q. zekerheid bestaat over de nieuwe woon- en werksituatie van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

zaaknummer : 12315264 TD VERZ 26-382

dossiernummer : BM 47414
datum : 3 november 2026

[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind

op verzoek van:

[naam] ,

geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

met als bewindvoerder Verhagen Assistance B.V.,

Kvkno. 98277383, Postbus 71, 5260AB Vught.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoek, ontvangen op 15 juli 2026;

- de berichten van de bewindvoerder in het Aansluitpunt Toezicht, ontvangen op

4 augustus 2026, 5 augustus 2026, 24 augustus 2026, 2 oktober 2026 en 26 oktober

2026.

beoordeling

Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Hij stelt dat de onderliggende problematiek inmiddels volledig is opgelost. Sinds de afronding van zijn echtscheiding is de rust in zijn leven terug. De schuldenlast is bovendien geheel afgelost, waardoor hij weer grip heeft gekregen op zijn financiën. Daarnaast gaat betrokkene verhuizen naar Oostenrijk, waar hij reeds beschikt over een aanstelling in loondienst. Zijn voormalige woning is verkocht en betrokkene is voornemens om met de overwaarde een woning in Oostenrijk aan te kopen. Betrokkene acht zich thans in staat om zijn financiën weer zelfstandig te beheren.

De bewindvoerder heeft aangevoerd dat de schuldenlast van betrokkene inmiddels volledig is opgelost en dat betrokkene al langer wil emigreren naar Oostenrijk. De bewindvoerder uit echter grote zorgen over de financiële zelfredzaamheid van betrokkene; er is nauwelijks een financieel plan en betrokkene overziet de risico's niet, mede omdat een gedegen uitwerktraject ontbreekt. Betrokkene verblijft momenteel in Oostenrijk om woonruimte en werk te regelen. Hoewel betrokkene vooraf de maandlasten had berekend, bleek het meegegeven budget, inclusief een buffer voor onvoorziene kosten, al na een week volledig te zijn opgebruikt. De woning van betrokkene is inmiddels verkocht, waarvan nog een restant van de opbrengst over is.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Gelet op de stukken is de kantonrechter van oordeel dat de emigratieplannen van betrokkene nog onvoldoende stabiel zijn om het bewind (algeheel) op te heffen. Bovendien wil de kantonrechter betrokkene dan eerst op zitting spreken om te kunnen bepalen of dit verantwoord is, maar dan moet betrokkene vanuit Oostenrijk overkomen om dit te bespreken.

De kantonrechter heeft per brief als praktische oplossing voorgesteld het bewind gedeeltelijk en zonder zitting op te heffen. De kantonrechter heeft hierbij voorgesteld het bewind in stand te laten voor zover het betreft een bedrag van € 17.500,- uit de verkoopopbrengst van de woning. Het is de bedoeling dat de bewindvoerder dit restantbedrag in beheer houdt totdat er meer structurele duidelijkheid bestaat over de nieuwe woon- en werksituatie van betrokkene in Oostenrijk. Op deze manier heeft betrokkene gelegenheid om in Oostenrijk te bezien of hij een zelfstandig bestaan kan opbouwen. Zodra betrokkene een concrete en duurzame bestemming heeft voor dit deel van de overwaarde, kan dit bedrag in overleg met de bewindvoerder worden aangewend, dan wel kan een gemotiveerd verzoek tot algehele opheffing van het bewind worden ingediend. Als betrokkene en de bewindvoerder het dan met elkaar eens zijn dat dit verantwoord is, kan ook dat resterende opheffingsverzoek misschien zonder zitting worden afgedaan.

De bewindvoerder en betrokkene hebben ingestemd met dit voorstel. De kantonrechter zal daarom aldus beslissen.

Na de beperking van het bewind tot € 17.500,- kan het bewind als opgeheven worden beschouwd ten aanzien van de overige goederen van betrokkene. Het vermogen waarover het bewind wordt opgeheven kan dan door de bewindvoerder aan betrokkene worden overgemaakt/overgedragen. De kantonrechter zal bepalen dat de bewindvoerder reeds nu een eindrekening- en verantwoording zal opstellen (met uitzondering van het resterende bewind).

Aangezien van de bewindvoerder ten aanzien van dit beperkte bewind slechts minimale werkzaamheden worden verwacht, acht de kantonrechter een beloning ter hoogte van 50% van het reguliere tarief passend.

beslissing

De kantonrechter:

  • beperkt met ingang van drie dagen na de datum van verzending van deze beschikking het bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam] tot de opbrengst uit de verkoop van de voormalige woning van betrokkene op een bij de bewindvoerder bekende bankrekening tot een bedrag van € 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro);

  • heft met ingang van drie dagen na verzending van deze beschikking voor het overige het bewind op;

  • bepaalt dat de bewindvoerder eindrekening- en verantwoording zal opmaken op de gebruikelijke wijze, met dien verstande dat daarin moet worden opgemerkt dat het bewind voor € 17.500,- in stand blijft;

  • bepaalt dat de beloning van de bewindvoerder met ingang van drie dagen na de datum van verzending van deze beschikking is beperkt tot 50% van het reguliere tarief.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.