Personen- en familierecht

Afwijzing verzoek opheffing bewind en mentorschap. Psychiatrisch ziektebeeld. Bewindvoerder en mentor blijven…

Rechtbank Oost-Brabant, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
4 november 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000369612:B001 en NL:TZ:0000493353:M001
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:7841
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek opheffing bewind en mentorschap. Psychiatrisch ziektebeeld. Bewindvoerder en mentor blijven nodig zolang de toestand van betrokkene niet wezenlijk verandert.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummers

:

NL:TZ:0000369612:B001 en NL:TZ:0000493353:M001

dossiernummers

:

BM48361 + MB15415

datum

:

3 november 2026

[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap


op verzoek van:

[naam] ,
geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,

met als bewindvoerder: BIGG Bewindvoering B.V., Kvkno. 63631466, Postbus 296, 5600 AG Eindhoven,

en met als mentor: Pro Bewind B.V., Kvkno. 77959434, Dorpstraat 68, 5595 CJ Leende.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift, ontvangen op 26 augustus 2026;

- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 10 september 2026;

- de schriftelijke reactie van de mentor, ontvangen op 10 september 2026.

Het verzoek is mondeling behandeld op 27 oktober 2026. Hierbij zijn betrokkene, de bewindvoerder en de mentor verschenen.

beoordeling

Bij beschikkingen van de kantonrechter van [datum] is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene én is een mentorschap ten behoeve van betrokkene ingesteld, vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand.

Betrokkene verzoekt thans om opheffing van zowel het bewind als het mentorschap. Volgens betrokkene is de beschikking van de kantonrechter, waarbij het bewind en mentorschap op verzoek van de GGzE is ingesteld, haar pas sinds enkele weken bekend. Zij heeft vervolgens contact gezocht met de maatschappelijk werkster van de GGzE, die haar heeft verteld dat zij destijds heeft ingestemd met het instellen van bewind en mentorschap. Betrokkene stelt zich hiervan niet veel meer te kunnen herinneren.

Betrokkene geeft aan twee jaar geleden € 10.000,- te hebben overgemaakt aan een man die ze vertrouwde, omdat hij voor het laatst overgebleven hondje van betrokkene zou zorgen terwijl zij opgenomen was. Deze persoon heeft haar bovendien bedreigd en mogelijk heeft zij ook haar pinpas toen afgegeven. Betrokkene vindt dat ze, na instabiele fases in haar leven, zeer goed met geld om kan gaan en dat zij haar zaken zelf kan regelen, zoals zij ook voor haar opname deed. Zij heeft nog nooit gebruik gemaakt van de mogelijkheid om leefgeld van haar bewindvoerder te ontvangen. Zij leeft van de giften van derden. Om die reden spaart zij al ruim twee jaar ongeveer € 200,- per maand. Betrokkene heeft aangegeven weinig contact te hebben met haar bewindvoerder en mentor. Zij zou eventueel wel graag budgetbeheer door [naam] willen, maar geen bewind of mentorschap.

De bewindvoerder geeft aan het niet eens te zijn met het verzoek. Het bewind (en mentorschap) is ingesteld op verzoek van de GGzE, omdat betrokkene niet in staat bleek haar financiën te beheren, zij geen overzicht had en haar pincode en inloggegevens aan derden verstrekte. Er waren vermoedens van financieel misbruik door derden. Tevens was sprake van psychische problematiek en het ontbreken van een steunend netwerk. De GGzE geeft aan dat het psychiatrisch ziektebeeld onverminderd aanwezig is. Betrokkene heeft een GGZ3-wonen indicatie. Betrokkene heeft tijdens het bewind vaak haar ongenoegen geuit, voornamelijk over de kosten van de uitvoering van het bewind en mentorschap. Hoewel duidelijk is dat betrokkene het lastig vindt dat er bewind is, is dit volgens de bewindvoerder nog wel nodig.

De mentor geeft aan niet achter het verzoek tot opheffing te staan. Betrokkene heeft hulp nodig om zelf passende zorgbeslissingen te nemen. Het psychiatrisch ziektebeeld en het ontbreken van inzicht is niet veranderd sinds het instellen van het mentorschap. Op dit moment loop nog een rechterlijke zorgmachtiging voor het nemen van medicatie tot [datum] . Om te zorgen dat betrokkene medicatie blijft nemen is het de bedoeling de zorgmachtiging te laten verlengen. Omdat betrokkene contact afhoudt, is er beperkt rechtstreeks contact geweest. Wel is de mentor onder meer aanwezig bij de terugkerende behandelplanbesprekingen (waar betrokkene zelf niet altijd bij aanwezig is). De mentor is ook bezig eventuele verhuizing van betrokkene naar een andere setting te onderzoeken.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de noodzaak voor het bewind én het mentorschap nog steeds aanwezig is.

Onvoldoende is komen vast te staan dat betrokkene op dit moment in staat is om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

De kantonrechter heeft geen redenen om aan te nemen dat de toestand van betrokkene zodanig is veranderd dat voor het beheer van de financiën budgetbeheer (in plaats van bewind) voldoende zou zijn. Betrokkene heeft de wens het bewind te laten eindigen, maar zij heeft nog geen stappen gezet naar zelfstandig beheer van haar financiële zaken. Zij geeft ook aan dat zij niet goed is met bankieren en computers. Om de financiën terug in eigen hand te kunnen nemen moet eerst blijken dat betrokkene inzicht en overzicht heeft op het gebied van haar geldzaken. Zij moet bovendien de praktische vaardigheden hebben om die zaken duurzaam zelf te kunnen regelen. Dat is op dit moment niet gebleken.

Ook op zorggebied is de kantonrechter van oordeel dat ondersteuning nog noodzakelijk is. Er loopt een rechterlijke zorgmachtiging voor het nemen van medicatie en mogelijk wordt deze binnen afzienbare tijd verlengd. Daarnaast verblijft betrokkene nog bij de GGzE. Zij heeft de wens om te verhuizen, maar er is op dit moment geen concreet vooruitzicht op verhuizing naar een setting met minder intensieve begeleiding. De mentor is hierbij betrokken. Zij is ook aanwezig bij de besprekingen over de behandeling van betrokkene. De kantonrechter acht het van belang dat de mentor bij al deze zaken betrokken blijft om samen voor het belang van betrokkene op te komen.

Zolang de toestand van betrokkene niet wezenlijk verandert, is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene een bewindvoerder en een mentor nodig zal houden. Daarom zal de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind en mentorschap afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind en mentorschap af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.

[handtekening]

[handtekening]

[handtekening]

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.