Personen- en familierecht
Afwijzing verzoek opheffing bewind. Betrokkene niet in staat zelfstandig geldzaken te regelen en niet…
Rechtbank Oost-Brabant, 3 november 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:7842 · Rechtbank Oost-Brabant · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbobr-2026-7842
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:0000477580:B001
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:7842
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek opheffing bewind. Betrokkene niet in staat zelfstandig geldzaken te regelen en niet gebleken dat kinderen op dit moment betrokkene voldoende kunnen bijstaan. Na stabilisering op termijn werken aan zelfredzaamheid.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
|
zaaknummer |
: |
NL:TZ:0000477580:B001 |
|
dossiernummer |
: |
BM51149 |
|
datum |
: |
3 november 2026 |
[initialen]
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[naam] ,
geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokken,
met als bewindvoerder: Dinamis Bewind B.V., Kvkno. 58640606, Postbus 107, 5660 AC Geldrop.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 20 augustus 2026;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 23 september 2026;
- het bericht van de bewindvoerder, met bijgaand een brief van Sociale Teams Helmond, ontvangen op 7 oktober 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 27 oktober 2026. Hierbij zijn betrokkene, haar zoon en de bewindvoerder verschenen.
beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter van 4 november 2025 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene, vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand.
Betrokkene verzoekt thans om opheffing van het bewind. Zij stelt dat het bewind vooral is ingesteld vanwege de situatie van haar inmiddels overleden partner, die dementerende was en voorheen de gezamenlijke financiën regelde. Betrokkene wil haar financiën weer zelf gaan beheren. De twee kinderen van betrokkene hebben schriftelijk verklaard bereid te zijn haar hierbij te ondersteunen, zodat er voldoende achtervang is. Bij het verzoek heeft betrokkene nog een bericht van 21 juli 2026 gevoegd, dat is gericht aan de bewindvoerder, met het verzoek om haar wekelijkse leefgeld te verhogen naar € 200,-. Volgens betrokkene is haar huidige wekelijkse leefgeld van € 100,- veel te laag om de dagelijkse en voor haar noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen.
De bewindvoerder heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek en hierbij een aantal zorgen en bezwaren geuit. Volgens de bewindvoerder is in ieder geval duidelijk dat betrokkene niet zelf haar geldzaken kan regelen. Van financiële stabiliteit is momenteel geen sprake. Zij leent regelmatig geld van haar kinderen en overziet niet wat de gevolgen zijn van het lenen van geld voor de rest van haar financiële situatie. De afwikkeling van de erfenis en de eindrekening- en verantwoording van de partner van betrokkene, van wie de goederen bij dezelfde bewindvoerder onder bewind waren gesteld, is nog niet afgerond. Een reactie van de erfgenamen (betrokkene en haar kinderen) blijft vooralsnog uit. Kennelijk lukt het hen niet de daarvoor noodzakelijke actie te nemen. Dat is een verdere aanwijzing dat nog geen sprake is van voldoende zelfredzaamheid of ondersteuning op andere wijze. De bewindvoerder is daarom van mening dat bewind op dit moment noodzakelijk is.
Op 7 oktober 2026 heeft de bewindvoerder nog een brief ingediend van de begeleidster van betrokkene vanuit Sociale Teams Helmond. Met betrokkene zou het sinds het overlijden van haar partner niet goed gaan. Volgens de begeleidster maakt betrokkene soms keuzes die niet helpend voor haar zijn en lijkt betrokkene hierin ook niet leerbaar te zijn. Bewindvoering is nodig, ook vanwege alle problemen die momenteel spelen in het leven van betrokkene.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de noodzaak van bewind nog aanwezig is. De kantonrechter ziet onvoldoende aanknopingspunten waaruit blijkt dat betrokkene op dit moment in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Ook is niet gebleken dat de kinderen van betrokkene haar (op financieel vlak) op dit moment voldoende bij kunnen staan. Op de vraag van de kantonrechter tijdens de zitting om een beeld te geven van de inkomsten en vaste uitgaven konden zowel betrokkene als haar zoon geen duidelijk antwoord geven. Daarnaast wist betrokkene niet hoe het zat met de afwikkeling van de erfenis en de eindrekening- en verantwoording van haar overleden partner. Opheffing van het bewind is daarom nu niet aan de orde.
De kantonrechter merkt nog op dat het niet de bedoeling is dat een bewind langer duurt dan nodig. De kantonrechter vindt het van belang dat betrokkene (op termijn) de kans krijgt samen met de bewindvoerder te gaan werken aan haar financiële zelfredzaamheid, gezien haar sterke wens om haar financiële zaken zonder bewindvoerder te gaan regelen. Als de situatie van betrokkene stabiel is, kan zij samen met de bewindvoerder een zelfredzaamheidstraject opstarten, zodat betrokkene aan kan tonen op een verantwoorde wijze haar geldzaken te kunnen beheren. Mogelijk kan de bewindvoerder bij dit traject ook de kinderen van betrokkene betrekken. Mocht een zelfredzaamheidstraject succesvol worden doorlopen, dan kan betrokkene, bij voorkeur samen met de bewindvoerder, opnieuw een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.
De kantonrechter zal op basis van het bovenstaande het verzoek tot opheffing van het bewind afwijzen.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026. |
||
|
[handtekening] |
[handtekening] |
|
|
[handtekening] |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
-
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.