Strafrecht overig

Bewezenverklaring van openlijke geweldpleging door voetbalsupporters op basis van herkenning door…

Rechtbank Oost-Brabant, 9 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2018 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 oktober 2018
Datum publicatie
8 oktober 2018
Zaaknummer
01/195759-17
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2018:4945
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bewezenverklaring van openlijke geweldpleging door voetbalsupporters op basis van herkenning door verbalisanten van verdachte op camerabeelden van de vechtpartij.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.195759.17

Datum uitspraak: 9 oktober 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is, na verwijzing door de politierechter ter zitting van 4 april 2018, op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 september 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 november 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 april 2017 te Eindhoven met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het Parkforum, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer perso(o)n(en) (te weten: personen met een zwart shirt), door meermalen, althans éénmaal (telkens),

- dreigend op te dringen in de richting van die perso(o)n(en) en/of

- die perso(o)n(en) te slaan en/of te schoppen en/of te duwen;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Op zaterdag 8 april 2017 omstreeks 01:00 uur doet [getuige 1] melding van herrie en geschreeuw, waarbij ‘hooligans’ werd geroepen en waarbij ze zag dat aan het Parkforum te Eindhoven een groep van ongeveer 30 personen liep die allemaal witte t-shirts droegen en in de daar geparkeerde auto’s en op de daar geparkeerde scooters stapten en wegreden. [getuige 2] heeft deze groep ook gezien en heeft ook gehoord dat in de groep duidelijk werd gesproken over een vechtpartij.

Op zaterdag 8 april 2017 omstreeks 01:02 uur ontvingen verbalisanten de melding dat er een vechtpartij gaande was tussen 20 tot 30 personen op het Parkforum te Eindhoven. Toen verbalisanten ter plaatse kwamen kregen de verbalisanten de melding dat de vechtpartij gestopt was en dat een groep van ongeveer 30 personen, gekleed in witte shirts, in auto’s en op scooters stapten en weg reden in de richting van de wijk Meerhoven. Direct hierop zagen de verbalisanten diverse auto’s en scooters aan komen rijden over de Meerhovendreef komende uit de richting van het Parkforum. Van een scooter en een auto, Volkswagen Golf met [kenteken] , die langs reden zien de verbalisanten dat de bestuurder van de scooter en de inzittenden van de auto witte shirts dragen. De Volkswagen Golf is kort daarna tot stoppen gedwongen, waarna de vier inzittenden zijn gecontroleerd. De vier personen droegen witte shirts die enigszins bevuild waren en één van de personen had een kleine snee in zijn onderlip. Van de vier personen zijn de namen genoteerd, één van de mannen was [medeverdachte 1].

Op 12 april 2017 heeft [verbalisant 1] een filmpje aangaande een vechtpartij tussen Vitesse en PSV welke op sociale media circuleerde veilig gesteld en gebrand op een DVD en overgedragen aan het onderzoeksteam.

Op 13 april 2017 zijn [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] naar het Parkforum te Eindhoven gegaan. Daar zagen zij een weg, die was gelegen tussen de bossen. Ook zagen zij dat de weg verlicht werd door lantaarnpalen die overeen komen met de lantaarnpalen op de videobeelden van de vechtpartij. Tevens zagen verbalisanten aan het eind van de weg een moestuin, daar werd een beschermbitje gevonden, dat wordt gebruikt om de tanden te beschermen bij vechtwedstrijden. De verbalisanten werden tijdens dit onderzoek aangesproken door [getuige 2] die eerder melding van de vechtpartij had gedaan. [getuige 2] gaf aan dat de auto’s van de personen in de witte shirts bij de moestuin, waar het beschermbitje werd gevonden, geparkeerd stonden.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van het dossier niet is komen vast te staan dat er een vechtpartij heeft plaatsgevonden op 8 april 2017 aan het Parkforum te Eindhoven en dat, mocht dit wel zo zijn geweest, niet vaststaat dat de beelden die zich in het dossier bevinden (dat zijn de beelden, afkomstig van het voormelde filmpje) beelden zijn van deze vechtpartij.

Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, kan er geen gerede twijfel over bestaan dat op 8 april 2017 een vechtpartij heeft plaatsgevonden aan het Parkforum te Eindhoven. De rechtbank wijst in dit verband in het bijzonder op de verklaring van [getuige 2] , die heeft verklaard dat hij de woorden ‘Hooligans’ en ‘vechten’ heeft gehoord en op het feit dat verbalisanten op het Parkforum kort na het voorval een gebitsbeschermer hebben gevonden. De beeldopnamen die kort na deze datum circuleerden op social media sluiten in tijd en inhoud aan bij de vechtpartij aan het Parkforum op 8 april 2017. Verbalisanten hebben op de beeldopnamen lantaarnpalen waargenomen die in vorm en uiterlijk overeen komen met de lantaarnpalen aan het Parkforum te Eindhoven. Er zijn verder geen concrete aanwijzingen gesteld of gebleken dat deze beeldopnamen betrekking hebben op een ander voorval. Op grond van voormelde bewijsmiddelen stelt de rechtbank daarom vast dat er op 8 april 2017 een treffen is geweest tussen groeperingen die in het zwart en wit gekleed waren en dat de camerabeelden die zich in het dossier bevinden beelden zijn van deze vechtpartij.

[verbalisant 2] heeft de videobeelden bewerkt door cirkels en nummers te plaatsen bij een aantal verdachten die duidelijk in beeld kwamen. Op het moment dat [verbalisant 2] de cirkels plaatste, was de identiteit van de verdachten niet bekend. Daarna zijn de originele videobeelden en de bewerkte videobeelden verspreid onder spotters en politieambtenaren die zich bij voetbalwedstrijden van PSV bezig houden met begeleiding van de PSV-supporters, met als doel het vaststellen van de identiteit van verdachten.

De betreffende beelden zijn voorafgaand aan de zitting bekeken door de rechtbank, de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte. De voorzitter heeft ter zitting medegedeeld dat de rechtbank het volgende op de beelden heeft waargenomen. Er zijn twee groepen van elk ongeveer 20 personen die naar elkaar toelopen. De groepen zijn van elkaar te onderscheiden doordat de ene groep in het wit en de andere groep in zwart gekleed is. De groepen blijven dicht bij elkaar wanneer ze elkaar naderen. Op het moment dat ze elkaar genaderd zijn ontstaat er een massale vechtpartij waar over en weer geslagen, geschopt en geduwd wordt.

Deze waarneming wordt door de verdediging en de officier van justitie niet betwist.

[verbalisant 5] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 26 april 2017 als volgt verklaard:

Ik ben werkzaam als [cördinator] , onderdeel van

het Team crisisbeheersing van de politie eenheid Oost Brabant. In deze hoedanigheid

begeef ik mij vaak tussen de voetbalsupporters en ken ik ook een aantal leden van de

doelgroep ofwel de harde kern van onder andere PSV.

Het was mij ambtshalve bekend dat er een gevecht had plaatsgevonden in de buurt van

het vliegveld in Eindhoven tussen hooligans van PSV en die van Vitesse. Dit gevecht

zou hebben plaatsgevonden in de nacht van 7 op 8 april 2017.

Het is mij bekend en het is gebruikelijk dat leden van de diverse doelgroepen zelf

filmopnamen maken van dit soort vechtpartijen en deze later via de social media

verspreiden. Op Youtube verscheen al snel een filmpje waarin duidelijk zichtbaar was

dat twee groepen van ongeveer 20-30 personen elkaar in een vuistgevecht te lijf

gingen.

(…)

Ik zag bij het bekijken van de beelden dat twee groepen mannen, ieder ongeveer 25/30

personen, elkaar te lijf gaan in een bosachtige omgeving. Ik zag dat de ene groep

gekleed was in witte T-shirts en de andere in donkere, waarschijnlijk zwarte T-shirts.

Op de ondergrond zag ik iets wat op een verhard pad lijkt. Ik zag aaneengesloten

wegverlichting. Ik zag een naar alle waarschijnlijkheid, door de betreffende

wegbeheerder voor het publiek toegankelijke ingerichte plaats.

Ik zag en hoorde dat beide groepen luid schreeuwend, met elkaar op de vuist gingen,

duidelijk wit tegen zwart. Ik zag in de videofragmenten dat bij diverse personen het

gezicht omcirkeld was. Ik zag dat de persoon met het omcirkelde gezicht met het cijfer

2 de mij bekende [medeverdachte 2] was.

Ik zag dat hij duidelijk deelnam aan dit gevecht. Ik zag dat hij gekleed was in een

donkere broek, wit t-shirt en aan zijn gezicht zag ik dat hij een bitje inhad,

vermoedelijk ter bescherming van zijn tanden. Ik herkende hem direct aan zijn

volledige uiterlijk. Ik ken hem qua uiterlijk goed. Ik heb op 1 april 2017 tijdens een

voetbalwedstrijd nog een gesprek met hem gehad.

[verbalisant 6] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 4 mei 2017 als volgt verklaard:

Op woensdag 20 april 2017, omstreeks 13.15 uur zag ik de opnamen, c.q. opgenomen

videobeelden van een massale vechtpartij tussen twee groepen, ogenschijnlijk alleen

mannelijke personen. Ik zag dat elke groep ongeveer uit dertig personen bestond en

dat de ene groep was gekleed in zwarte bovenkleding en de andere groep in witte

bovenkleding. (…)

Vanaf 2011 ben ik tevens voetbalspotter met als hoofdtaak het kennen van en gekend

zijn bij deze PSV harde kern supporters om bij eventuele escalaties omtrent deze

voetbalwedstrijden een observerende en informatieve rol te vervullen. Door deze

jarenlange ervaring zijn en groot aantal harde kern supporters mij zeer goed van

gezicht en voorkomen bekend.

Op de genoemde beelden zijn enkele personen, welke goed in beeld komen, gekenmerkt

door een cijfer. Van deze personen herken ik als verdachte, voorzien van nummer 2

voor de volle honderd procent als [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] te

[geboorteplaats 1] . Ik herken [medeverdachte 2] aan zijn gelaat, zijn postuur en zijn manier

van bewegen.

Tevens herken ik verdachte voorzien van nummer 3 voor de volle honderd procent als

[verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] . Ook [verdachte] herken ik aan zijn gelaat,

zijn haardracht en zijn manier van bewegen.

[verbalisant 7] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 11 mei 2017 als volgt verklaard:

Ik ben werkzaam als [functie 1] en

werkzaam op de afdeling Eindhoven Zuid. Als neventaak word ik vaak wordt ingezet als zogenoemde spotter rondom voetbalwedstrijden van PSV, zowel bij thuis- als uitwedstrijden. (…)

Op donderdag 20 april 2017 heb ik, de genoemde DVD, met de daarop de beelden bekeken.

Ik zag daarop 2 groepen die met elkaar op de vuist gingen. De ene groep was geheel in

het zwart, en de andere groep was voornamelijk in het wit gekleed. Dit betroffen

Vitesse (zwart) en PSV (wit). (…)

Ik zag op de beelden een persoon voorzien van nummer 2 en ik herken hem alszijnde

[medeverdachte 2] .

Het is mij ambtshalve bekend dat [medeverdachte 2] deel uitmaakt van de

doelgroepsupporters van PSV.

Ik zag op de beelden een persoon voorzien van nummer 3 en ik herken hem alszijnde

[verdachte] .

Het is mij ambtshalve bekend dat [verdachte] deel uitmaakt van de

doelgroepsupporters van PSV.

[verbalisant 8] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 13 april 2017 als volgt verklaard:

Ik ben werkzaam als brigadier [functie 2]

.

Als neventaak ben ik regelmatig werkzaam tijdens voetbalwedstrijden, zowel uit- als

thuiswedstrijden, van PSV.

Tijdens deze werkzaamheden ben ik werkzaam in burger en belast met de begeleiding van

de zogenaamde probleemsupporters van PSV. In deze hoedanigheid begeef ik mij vaak

tussen de zogenaamde probleemsupporters en ken ik ook een aantal van deze

probleemsupporters. (…)

Tijdens het bekijken van de beelden herkende ik verbalisant persoon met nummer 2. (…)

Ik verbalisant herken deze persoon als zijnde de mij ambtshalve bekende

probleemsupporter [medeverdachte 2] . Ik verbalisant ken deze verdachte uit mijn

werkzaamheden rondom wedstrijden van PSV, bij zowel thuis- als uitwedstrijden. Het is

mij verbalisant bekend dat [medeverdachte 2] deel uitmaakt van de groep

probleemsupporters van PSV en ken hem reeds meerdere jaren. (…)

Tijdens het bekijken van de beelden herkende ik verbalisant persoon met nummer 3. (…)

Ik verbalisant herken deze persoon als zijnde de mij ambtshalve bekende

probleemsupporter [verdachte] . Ik verbalisant ken deze verdachte uit mijn werkzaamheden

rondom wedstrijden van PSV, bij zowel thuis- als uitwedstrijden. Het is mij

verbalisant bekend dat [verdachte] deel uitmaakt van de groep probleemsupporters van PSV

en ken hem reeds meerdere jaren. (…)

Tijdens het bekijken van de beelden herkende ik verbalisant persoon met nummer 9. (…)

Ik verbalisant herken deze persoon als zijnde de mij ambtshalve bekende

probleemsupporter [medeverdachte 1] . Ik verbalisant ken deze verdachte uit mijn werkzaamheden

rondom wedstrijden van PSV, bij zowel thuis- als uitwedstrijden. Het is mij

verbalisant bekend dat [medeverdachte 1] deel uitmaakt van de groep probleemsupporters van PSV

en ken hem reeds meerdere jaren. [medeverdachte 1] is eveneens regelmatig aanwezig in het

horecaconcentratiegebied in het centrum van Eindhoven.

[verbalisant 9] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 10 mei 2017 als volgt verklaard:

Mij werd gevraagd om deze beelden te bekijken omdat ik als verbalisant vaak werkzaam

ben bij PSV als zogenaamde spotter. Ik ben al sinds 2005 spotter. In die hoedanigheid

ben ik vaak bij wedstrijden van PSV, zowel thuis als uit, zowel nationaal als

internationaal. Daarnaast ben ik als spotter ook regelmatig werkzaam op andere

locaties waar mogelijke doelgroep van PSV aanwezig kan zijn, zoals bijvoorbeeld

dance-festivals.

Door mijn jarenlange ervaring als spotter ben ik goed bekend met de doelgroep van

PSV. Ik bedoel hiermee de risico-supporters, de zogenaamde harde kern.

Op de beelden is van sommige supporters welke actief deelnemen aan het gevecht een

cirkel geplaatst met een nummer. De beelden zijn echter vrij donker en niet van

allerbeste kwaliteit waardoor de herkenning van éénieder niet mogelijk is.

Toch is het voor mij heel duidelijk te zien dat de persoon met nummer 2 de elders

volledig genoemde [medeverdachte 2] betreft. Ik ken [medeverdachte 2]

al jaren. Hij is in het verleden reeds diverse malen aangehouden geweest voor zijn

betrokkenheid bij zaken aangaande PSV. Ik herken [medeverdachte 2] aan zijn

gezicht, ondanks dat hij een bitje in heeft. Zijn gezicht is duidelijk zichtbaar voor

mij. Ik zie [medeverdachte 2] regelmatig bij wedstrijden van PSV. De laatste keer

dat ik [medeverdachte 2] gezien heb is bij de wedstrijd PSV-Ajax op 23 april 2017.

Ik stond toen slechts enkele meters van hem vandaan in het stadion.

De persoon met nummer 3 betreft de mij ambtshalve bekende en elders volledig genoemde

[verdachte] . [verdachte] komt ook al jaren bij PSV en zie ik dan ook regelmatig. Ik

herken [verdachte] aan zijn postuur, zijn houding en zijn gezicht.

[verbalisant 10] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 3 mei 2017 als volgt verklaard:

Ik, verbalisant, ben al meerdere jaren belast met de neventaak voetbalspotter en

supportersbegeleider en wordt daarbij veelvuldig ingezet rondom wedstrijden van PSV

met onder andere het doel om het gedrag en de bewegingen van zogenaamde doelgroep

risicosupporters waar te nemen.

In de loop der jaren ben ik door deze diensten in combinatie met de voorhanden zijnde

systeeminformatie en foto's, goed bekend geraakt met een groot deel van de doelgroep

supporters van PSV.

Op woensdag 3 mei 2017, heb ik de beelden individueel bekeken op een PC in de

teamrecherchekamer van bureau Eindhoven Noord.

Op de camerabeelden met naam [naam camerabeelden] nummers personen + lichter' is door mij

het volgende waar te nemen:

De beelden hebben een looptijd van 2.13 minuten.

- Op 01.03 minuut, zie ik iemand op de voorgrond verschijnen. Deze persoon draagt een

wit t-shirt, zwarte bedekking van de onderarmen, een zwarte broek en witte schoenen.

De persoon staat afgebeeld met nummer 3. Ik herken deze persoon direct met zekerheid

als zijnde [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] .

Mij is ambtshalve bekend dat [verdachte] deel uitmaakt van de PSV doelgroep en ik zie hem

veelvuldig rondom wedstrijden van PSV zonder hem daarbij gesproken te hebben.

Tevens is het mij ambtshalve bekend dat [verdachte] op zondag 16 april 2017, werd

aangehouden voor een ander feit. Van hem werd toen nog een goed gelijkende foto

gemaakt bij de insluiting die ik heb gezien.

- Op 01.05 minuut, zie ik iemand vooraan op de beelden verschijnen. Deze persoon

draagt onder andere een wit t-shirt en een zwarte muts met lichtere opdruk. De

persoon staat afgebeeld met nummer 2. Ik herken deze persoon direct en met zekerheid

als zijnde [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] . Mij is ambtshalve

bekend dat ook [medeverdachte 2] deel uitmaakt van de PSV doelgroep en ook hem zie ik

veelvuldig rondom wedstrijden van PSV.

Ik heb in het verleden meerdere goed gelijkende foto's van [medeverdachte 2] gezien en herken hem vanaf de beelden met name aan zijn ietwat breder postuur en zijn

gelaatkenmerken die goed in beeld waarneembaar zijn.

[verbalisant 11] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 25 april 2017 als volgt verklaard:

Ik ben als wijkagent werkzaam binnen de eenheid Oost-Brabant. Daarnaast maak ik deel

uit van de groep "spotters" Dit is een neventaak waarbij ik mij met een aantal

politiemensen bezig houdt met de probleemsupporters tijdens wedstrijden van

voetbalclub PSV. Vanuit deze neventaak die ik sinds 2001 uitvoer heb ik kennis over

een deel van de probleemsupporters van PSV. (…)

Ik zag op de beelden dat bij enkele personen die deel uitmaakte van de groep

vechtende personen het hoofd omcirkeld was met daarnaast een nummer. Van deze

personen werd de herkenning gevraagd.

Persoon 2:

Ik zag op de beelden een persoon met wit t-shirt met daarop een zwarte afbeelding met

op borsthoogte de letters EFC. Ik zag dat deze persoon een muts op zijn hoofd droeg.

Ik zag dat zijn hoofd omcirkeld was met daarnaast de letter 2. Ik herken deze persoon

als: [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 1] . Ik herken het shirt wat hij droeg als het shirt wat de 4e generatie probleemsupportersgroep van PSV, ook wel genoemd de E.F.C (Eindhoven Football Casuals) wel eens vaker droeg.

Persoon 3:

Ik zag op de beelden een persoon die deel uitmaakt van de groep waarvan het hoofd

omcirkeld was met daarnaast het nummer 3. Ik herken deze persoon als:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1].

[verbalisant 12] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 8 mei 2017 als volgt verklaard:

Ik [verbalisant 12] heb als neventaak spotten bij voetbalwedstrijden van PSV,

Jong PSV en FC Eindhoven. Tijdens deze werkzaamheden begeleid en observeer ik

voetbalsupporters van genoemde clubs tijdens uit- en thuiswedstrijden. Ik verbalisant

verricht deze werkzaamheden reeds meerdere jaren en ben redelijk tot goed bekend met

de voetbalsupporters van deze clubs. (…)

Ik verbalisant zag op de beelden van deze DVD 2 groepering het gevecht met elkaar

aangingen. De ene groepering was in het wit, en de ander in het zwart gekleed.

Enkele personen werden op deze omcirkelt met nummers.

Ik verbalisant herken met zekerheid terug:

Nummer 2: [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] .

Ik verbalisant herken [medeverdachte 2] terug omdat ik hem tientallen malen heb

gezien voor, tijdens en na voetbalwedstrijden van PSV. Meerdere malen heb ik met [medeverdachte 2]

gesproken. Eenmaal heb ik hem als verdachte overgebracht van het

politiebureau Eindhoven naar het Paleis van Justitie in Den Bosch.

Tijdens het bekijken van de beelden herken ik tevens terug:

Nummer 3: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] . Ik verbalisant heb

[verdachte] meerdere malen gezien bij voetbalwedstrijden van PSV. Ik herken [verdachte] terug

aan zijn lange postuur, haardracht, gelaatskenmerken.

[verbalisant 13] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 1 mei 2017 als volgt verklaard:

Ik, verbalisant, ben sinds augustus 2005 werkzaam als spotter bij voetbalwedstrijden

van PSV. De taak van een spotter is om de doelgroepsupporters van PSV te begeleiden

en observeren bij ongeregeldheden. In mijn jaren als spotter heb ik met regelmaat

persoonlijk contact met doelgroepsupporters en ben op die manier gekend met een groot

deel van de doelgroep.

Op maandag 01 mei 2017, omstreeks 10:50 uur, heb ik, verbalisant, de DVD met daarop

de videobeelden bekeken.

Ik, verbalisant, zag dat er in totaal 5 bestanden op de DVD stonden en heb deze

allemaal bekeken. Voor mij, verbalisant, was het bestand " [naam camerabeelden] NUMMERS

PERSONEN ORIGINEEL" het meest bruikbaar en hier heb ik mijn herkenningen op gedaan.

Herkenning [verdachte] :

Ik, verbalisant, zie op tijdspannen 1:03 een persoon in beeld komen waarbij een

cirkel om zijn hoofd staat met het cijfer "3". Ik, verbalisant, herken deze persoon

als de mij ambtshalve bekende [verdachte] ( [roepnaam] ). Ik,

verbalisant, herken [verdachte] aan zijn lichaamshouding en zijn gelaat. Ik, verbalisant,

heb in het verleden meerdere malen contact gehad met [verdachte] , hem gesproken maar ook

beelden dan wel foto's gezien. (…)

Herkenning [medeverdachte 2] :

Ik, verbalisant, zie op tijdspanner 1:06 een persoon in beeld komen waarbij een

cirkel om zijn hoofd staat met het cijfer "2". Ik, verbalisant, herkend deze persoon

als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 2] . Ik, verbalisant, herken [medeverdachte 2]

aan zijn gezicht. Ik, verbalisant heb in het verleden meerdere keren met

[medeverdachte 2] gesproken en ben derhalve goed met hem bekend.

[verbalisant 14] heeft na het bekijken van bovengenoemde beelden op 18 juli 2017 als volgt verklaard:

Ik, [verbalisant 14] , heb op verzoek van collega [verbalisant 3] , werkzaam bij de

recherche te Eindhoven, op vrijdag 2 juni 2017, de dvd bekeken met daarop de beelden

van de elders in dit dossier volledige omschreven vechtpartij tussen supporters van

PSV en Vitesse.

Ik, [verbalisant 14] , ben de afgelopen 6 jaar binnen de politie Oost Brabant

werkzaam geweest als [cördinator] . Vanuit deze

hoedanigheid ben ik beken met een groot aantal personen die deel uitmaken van de

zogenaamde harde kern-supporters van PSV.

Ik, [verbalisant 14] , ben derhalve ambtshalve goed bekend met [medeverdachte 1]

, welke deel uitmaakt van de harde kern van PSV. Ik, [verbalisant 14] ,

heb de afgelopen jaren diverse keren met [medeverdachte 1] gesproken.

Op de beelden van genoemde vechtpartij herken ik één van de vechtende personen als

[medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] loopt in het midden van de groep supporters in het wit gekleed en is

voorzien van nummer 9. Ik, [verbalisant 14] , zie op de beelden dat [medeverdachte 1]

daadwerkelijk deelneemt aan de vechtpartij.

Ik herken [medeverdachte 1] aan zijn iets wat gezette postuur in combinatie met zijn donkere

huidskleur.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is vast te stellen dat verdachte aanwezig is geweest bij het incident aan het Parkforum en deel heeft uitgemaakt van de groep in het wit geklede personen. De verdediging heeft daarbij vraagtekens geplaatst bij de bewijswaarde van de processen-verbaal van bevindingen van de spotters, mede gelet op het algemene en summiere signalement dat van de verdachte is gegeven en het feit dat de beelden niet van beste kwaliteit waren.

Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte door acht verbalisanten is herkend als één van de personen die op 8 april 2017 deel heeft uitgemaakt van de groep in het wit geklede personen. De rechtbank ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de herkenning van de verdachte door de verbalisanten. De verbalisanten hebben ieder voor zich gerelateerd aan de hand van welke kenmerken zij de verdachte hebben herkend. Uit de hiervoor bedoelde processen-verbaal van bevindingen blijkt dat zij de verdachte al vóór 8 april 2017 kenden en vanuit hun functie en de daaruit voortvloeiende contacten met supporters van PSV, onder wie de verdachte, ook goed in staat zijn om verdachte te herkennen. Van andere omstandigheden die aan de betrouwbaarheid van de bevindingen van de verbalisanten raken, is het de rechtbank niet gebleken. Op grond van voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte behoorde tot de bedoelde in het wit geklede groep. Het verweer wordt in zoverre verworpen.

De verdediging heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat niet kan worden gezegd dat er sprake is geweest van geweld. Nu geen van de bij het incident betrokken personen aangifte heeft gedaan, is niet komen vast te staan dat sprake is geweest van pijn en/of letsel voor de betrokkenen.

Zoals hiervoor door de rechtbank overwogen blijkt dat de verdachte deel uitmaakte van een groep in het wit geklede personen die in de richting van een groep in zwarte bovenkleding geklede personen liep en dat de groep waarvan verdachte deel uitmaakte vervolgens in gevecht is geraakt met de andere groep, waarbij tegen het lichaam van personen van die andere groep is geslagen, geschopt en geduwd. Hieruit volgt dat sprake is van geweld. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte, zo begrijpt de rechtbank, een beroep toekomt op een rechtvaardigingsgrond, waardoor het handelen van de verdachte – voor zover bewezen – niet wederrechtelijk is. De rechtvaardigingsgrond is gelegen in de omstandigheid dat de twee groepen personen met elkaar vrijwillig een gevecht aan gaan, zoals bij een bokswedstrijd.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat mogelijk sprake was van een treffen tussen de twee groepen personen die er vrijwillig voor kozen met elkaar in gevecht te gaan, niet kan worden gezien als een rechtvaardigingsgrond, op grond waarvan de wederrechtelijkheid aan het handelen van de verdachte komt te ontvallen. De rechtbank overweegt daartoe dat artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht niet alleen de lichamelijke integriteit van personen tegen wie geweld wordt aangewend beoogt te beschermen, maar dat ook de openbare orde het beschermd belang is. Het door de rechtbank bewezen verklaarde feit moet worden aangemerkt als een delict tegen de openbare orde en is om die reden niet te vergelijken met de situatie als door de raadsvrouw is geschetst. De rechtbank verwerpt daarom ook dit verweer.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 8 april 2017 te Eindhoven met anderen, op of aan de openbare weg, het Parkforum, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen (te weten: personen met een zwart shirt), door meermalen,

- dreigend op te dringen in de richting van die personen en

- die personen te slaan en/of te schoppen en/of te duwen;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

  • een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

  • een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis met aftrek.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht de rechtbank tot een veroordeling komen kan op grond van de richtlijnen volstaan worden met een taakstraf van ten hoogste 150 uren.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met andere personen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, in de nacht op een afgesproken plek waarbij gefilmd werd, wetende dat de beelden op internet verspreid zouden gaan worden. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij hieraan heeft meegewerkt waarbij hij zich agressief en gewelddadig heeft gedragen tegen andere personen. Met dit geweld heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit en de gezondheid van de andere personen, maar vooral bijgedragen aan in de samenleving heersende gevoelens van angst en onveiligheid bij in dit geval voetbalwedstrijden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat velen getuige zijn geweest van de beelden die snel na de vechtpartij zichtbaar waren op het internet.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat sinds het tijdstip waarop het door hem gepleegde strafbare feit heeft plaatsgehad geruime tijd is verstreken, terwijl verdachte, voor zover nu bekend, in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank zal dan ook een taakstraf met een gevangenisstraf combineren.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, passend en geboden is.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 141 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straffen.

Een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

Een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Stelt als algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B.A.J. Zijlstra, voorzitter,

mr. L.G.J.M. van Ekert en mr. F. Kooijman, leden,

in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,

en is uitgesproken op 9 oktober 2018.

mr. F. Kooijman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost Brabant, Districtsrecherche Eindoven, BHV nummer 2017072533. Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] d.d. 18 april 2017, p. 162/163/164 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] d.d. 18 april 2017, p. 165/166 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 15] d.d. 13 april 2017, p. 156 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 16] d.d. 9 mei 2017, p. 158/159 Proces-verbaal van digitaal onderzoek van [verbalisant 1] d.d. 8 juni 2017, p. 169 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 2 mei 2017, p. 167 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] d.d. 18 juli 2017, p. 170 Proces-verbaal herkenning persoon door [verbalisant 5] d.d. 26 april 2017, p. 172 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] d.d. 4 mei 2017, p. 174 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] d.d. 11 mei 2017, p. 175 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] d.d. 11 mei 2017, p. 176 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 8] d.d. 13 april 2017, p. 177/178 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 9] d.d. 10 mei 2017, p. 179 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 10] d.d. 3 mei 2017, p. 180 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 11] d.d. 25 april 2017, p. 183 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 12] d.d. 8 mei 2017, p. 185 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 13] d.d. 1 mei 2017, p. 186 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 14] d.d. 18 juli 2017, p. 187