Strafrecht overig

Een 22-jarige verdachte uit Helmond rijdt op 4 april 2023 in zijn auto door een volksbuurt in Helmond. Hij…

Rechtbank Oost-Brabant, 12 juni 2026

Zaakgegevens

Op 12 juni 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12 juni 2026
Datum publicatie
11 juni 2026
Zaaknummer
01.137814.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:4090
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Een 22-jarige verdachte uit Helmond rijdt op 4 april 2023 in zijn auto door een volksbuurt in Helmond. Hij wordt aangesproken door buurtbewoners over de snelheid waarmee hij door de straat rijdt. Dan ontstaat er tumult. Verdachte mishandelt een vrouw die hem aanspreekt. Verdachte laat ook zijn geslachtsdeel zien en roept daarbij seksueel getinte bewoordingen naar omstanders. Verdachte gaat weg, maar rijdt kort daarna weer door de straat. Hij rijdt dan een buurtbewoner aan met zijn auto. Dat levert een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel op. De verdediging stelt dat er op dat moment sprake was van een noodweersituatie, maar dat verweer wordt door de rechtbank verworpen. Verdachte zou ook een auto hebben beschadigd, maar van die verdenking wordt hij vrijgesproken.

Een maand eerder heeft verdachte bij de tandarts vernielingen aangericht in en om de behandelkamer, waardoor schade is ontstaan.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 uur met aftrek en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Ook moet verdachte een fikse schadevergoeding betalen aan de tandartspraktijk. Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummers: 01.137814.23 en 01.353318.24 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 12 juni 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 mei 2026.

Op 29 mei 2026 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 29 april 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. 01-137814-23 feit 1 primair:

hij op of omstreeks 4 april 2023 te Helmond, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet met een (personen)auto is ingereden op en/of is gereden tegen die [slachtoffer 1] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

T.a.v. 01-137814-23 feit 2:

hij op of omstreeks 4 april 2023 te Helmond, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] tegen de benen, althans het lichaam, te schoppen en/of die [slachtoffer 2] tegen het hoofd te slaan;

T.a.v. 01-137814-23 feit 3:

hij op of omstreeks 4 april 2023 te Helmond, in elk geval in Nederland, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op de [straat 1] , door zijn ontblote penis te tonen en/of zijn ontblote penis vast te pakken en/of daarbij te roepen: "kanker hoer" en/of "kankerkinderen" en/of "ik neuk jullie allemaal" en/of "jij mag mij pijpen" en/of "pijpen, pijpen, pijpen" althans woorden van gelijke aard of strekking;

T.a.v. 01-137814-23 feit 4:

hij op of omstreeks 4 april 2023 te Helmond, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

T.a.v. 01-353318-24 feit 1:

hij op of omstreeks 21 maart 2024 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk

- één of meerdere muren,

- een stoel

- een scanner en/of

- een deurklink,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak ten aanzien van parketnummer 01.137814.23 feit 4.

Standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht dit ten laste gelegde feit bewezen.

Standpunt van de verdediging:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank:

De heer [slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan van schade die op 4 april 2023 in Helmond aan zijn auto is ontstaan. Hij verklaart dat een buurtbewoner ( [getuige 1] ) heeft gezien dat door de verdachte met een stalen buis is gezwaaid en dat daarbij mogelijk schade is ontstaan aan zijn auto. Deze buurtbewoner verklaart dat verdachte naar de auto toeliep en iets bij de auto deed.

De rechtbank heeft alles afwegende niet de overtuiging gekregen dat de door aangever beschreven schade aan zijn auto ook daadwerkelijk het directe gevolg is geweest van het handelen van de verdachte. Hierdoor kan een bewezenverklaring van dit feit niet volgen.

De rechtbank acht niet wettig én overtuigend bewezen wat aan verdachte ten aanzien van parketnummer 01.137814.23 onder feit 4 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsmotivering ten aanzien van parketnummer 01.137814.23 feit 1, 2 en 3 en parketnummer 01.353318.24.

Inleiding.

De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het procesdossier vast dat verdachte op 4 april 2023 rond 20.00 uur meermalen in Helmond over de [straat 1] met zijn auto, een zwarte Kia Picanto met het kenteken [kenteken] , in Helmond heeft gereden. Verdachte heeft daarbij een persoon op straat geraakt met zijn auto. Ook is hij gestopt en uitgestapt en heeft hij interactie gehad met buurtbewoners ter plaatse.

Op 21 maart 2024 is verdachte naar de [slachtoffer 4] in Helmond gegaan voor een afspraak. Daar werd verdachte volgens eigen zeggen niet of niet goed geholpen. Verdachte is boos geworden en heeft in de behandelruimte met een stoel gegooid en heeft net buiten de behandelruimte ook met een stoel gegooid. Hierdoor is schade ontstaan aan de beide ruimten in het pand van [slachtoffer 4] en is ook apparatuur beschadigd. [slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan en verdachte heeft bij de politie een bekennende verklaring afgelegd.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt de betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van de aangevers en de getuigen ter discussie.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat er sprake is van noodweer. Er was volgens de verdachte sprake van een wederrechtelijke aanranding door buurtbewoners waartegen hij zich moest verweren. De verdachte voelde zich ernstig aangevallen en wilde zo snel mogelijk uit de situatie weg door met zijn auto weg te rijden. Daarbij heeft verdachte de aangever geraakt. Verdachte had nimmer de intentie of het opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, om de aangever met zijn auto te raken. De raadsman heeft de conclusie getrokken dat verdachte om die reden moet worden vrijgesproken van dit feit.

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 2 en 3 een bewijsverweer gevoerd, waardoor vrijspraak zou moeten volgen.

De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de ten laste gelegde vernielingen op 21 maart 2024 bij de [slachtoffer 4] in Helmond.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de volgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van het parketnummer 01.137814.23:

Feiten 1, 2 en 3:

? Het proces-verbaal van verhoor van verdachte op 5 april 2023, pagina’s 72 en 76, voor zover inhoudende:

Ik was gisteren (de rechtbank begrijpt dat dit op 4 april 2023 was) aan het vasten. Ik reed die ene straat in.

Voor mijn gevoel reed ik zeker tussen de 30 en 50 kilometer per uur, daar moet ik eerlijk in zijn. Ik reed in de 3e versnelling en gaf gas. Mijn bedoeling was niet om hem aan te rijden, maar om daar weg te komen.

Feit 1

? Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina’s 10 en 11, voor zover inhoudende:

Op 4 april 2023 rond 20.30 uur bevond ik mij, samen met mijn vrouw, op de [straat 1] in Helmond.

Ik stond nog op straat op de [straat 1] ter hoogte van huisnummer [huisnummer 1] . Ik keek in de richting van de [straat 2] en zag dat de auto vanuit daar weer de [straat 1] in kwam gereden. Ik zag en hoorde dat de auto, een zwarte Kia, hard op mij af kwam gereden. Ik hoorde dat omdat de motor van de auto een ronkend geluid maakte alsof de motor met een heel hoog toerental reed. Ik zag dat de auto op mij af kwam gereden en geen vaart minderde. Ik zag dat de auto recht op mij af kwam gereden.

Ik zag geen kans en had geen tijd om aan de kant te springen omdat de auto zo snel bij mij was. Ik werd daarna frontaal aangereden door de auto waardoor ik op de motorkap terecht kwam. Na de aanrijding kwam ik weer terug op het wegdek terecht. Ik voelde ook pijn toen ik op het wegdek lag. Ik voelde pijn in mijn rug, knie en aan mijn achterhoofd.

? Het proces-verbaal van verhoor van getuige [huisnummer 1] , pagina 34, voor zover inhoudende:

Op dinsdag 4 april 2023, omstreeks 20:00 uur, zaten wij in de voortuin van de [adres 2]

in Helmond. Ik zag dat een zwarte Kia, kenteken [kenteken] , met hoge

snelheid vanuit de [straat 2] de [straat 1] in kwam gereden.

Ongeveer 20 minuten later kwam hij weer met hoge snelheid de straat ingereden. Ik stond achter [slachtoffer 1] . Ik zag dat [slachtoffer 1] deels achter een geparkeerde auto stond. Ik zag dat de Kia wederom met hoge snelheid kwam aanrijden vanuit de [straat 1] . Ik zag dat hij gericht op [slachtoffer 1] inreed en de laatste meters gas bijgaf. Ik zag dat hij [slachtoffer 1] frontaal raakte. Ik zat dat [slachtoffer 1] door de lucht vloog en uiteindelijk op zijn rug terecht kwam op de weg. Ik zag dat de Kia met hoge snelheid rechtsaf sloeg richting de [straat 3] en zijn weg vervolgde.

? Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ), pagina’s 17 en 18, voor zover inhoudende:

Op 4 april 2023 omstreeks 20.00 uur, was ik op de [adres 3] te Helmond. Een auto, ik denk een Kia Picanto, reed hard door de straat.

Hij ging een andere straat in maar kwam vervolgens weer terug. Ik zag dat hij met volle vaart ineens tegen mijn vader (de rechtbank begrijpt dat dit aangever [slachtoffer 1] betreft) aanreed. Ik zag dat mijn vader op de grond viel. De man reed verder. Uiteindelijk is de man door de politie aangehouden.

Feit 2

? Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ), pagina’s 17 en 18, voor zover inhoudende:

Op 4 april 2023 omstreeks 20.00 uur, was ik op de [adres 3] te Helmond. Een Kia Picanto reed hard door de straat. Ik zag een donkere man uitstappen. Ik liep naar de man toe en zei dat hij moest ophouden omdat er ook kleine kinderen aanwezig waren. Opeens zag ik dat hij trapte, ik voelde dat hij mij met kracht aan de binnenkant van mijn linkerknie raakt. Ik voelde direct pijn. Vervolgens voelde ik ook een klap tegen mijn hoofd. De pijn die ik voelde kon enkel door de klappen van de man zijn gekomen. Ik heb een dikke knie met een blauwe plek en een bult op mijn hoofd naar aanleiding van de klappen van de man.

Van het letsel aan de knie zijn foto’s gemaakt, zie pagina’s 21, 22 en 23.

? Het proces-verbaal van verhoor van getuige [huisnummer 1] , pagina 34, voor zover inhoudende:

Op dinsdag 4 april 2023, omstreeks 20:00 uur, zaten wij in de voortuin van de [adres 2]

in Helmond. Ik zag dat [slachtoffer 2] op hem afliep en hem probeerde te kalmeren. Ik zag dat hij [slachtoffer 2] meermaals trapte en sloeg.

Feit 3

? Het proces-verbaal van aangifte van [getuige 2] , pagina 24, voor zover inhoudende:

Ik doe aangifte van de openbare schennis der eerbaarheid. Plaats delict: [adres 2] . Pleegdatum: 4 april 2023.

Ik zat met wat andere mensen in de voortuin op de [adres 3] in Helmond. Ik zat dat er een zwarte Kia Picanto erg hard door de straat reed. Ik zag dat het kenteken [kenteken] was.

De bestuurder stopte en stapte uit. Ik zag dat het een donkere man met opvallend dikke lippen was. Ik denk dat het een Somaliër was. Ik zag dat hij zijn broek naar beneden trok en zijn lul vastpakte. Hij riep :'pijpen kankerhoer, pijpen kankerhoer'.

Ik zag dat hij zijn lul vasthield toen hij dat riep.

? Het proces-verbaal van verhoor van getuige [huisnummer 1] , pagina 34, voor zover inhoudende:

Op dinsdag 4 april 2023, omstreeks 20:00 uur, zaten wij in de voortuin van de [adres 2]

in Helmond. Ik zag dat hij op dat moment zijn penis uit zijn broek haalde en deze aan ons toonde. Ik kon zijn geslachtsdeel volledig zien.

? Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 49, voor zover inhoudende:

Op dinsdag 4 april 2023 zaten ik, mijn oom, mijn schoonzusje en mijn man bij mij in

de voortuin. Mijn kinderen waren ook buiten. Rond 19.15 uur kwam er een auto door de straat gereden. De auto reed erg hard, ik denk 60 km/u. Mijn vriendin zei tegen de bestuurder van de auto: "Doe eens even normaal hier in de straat". De bestuurder stopte en stapte uit de auto. Ik hoorde de man zeggen: "Ik neuk jullie kanker moeder" "Je moet je kanker kinderen op de stoep houden" "Pijp me". Ik zag dat de man zijn broek omlaag deed en zijn penis vast pakte. Ik hoorde de man zeggen: "Pijp me" terwijl hij zijn penis vast hield.

Mijn kinderen stonden hier bij en hebben dit allemaal zien gebeuren. Mijn kinderen en

andere kinderen uit de buurt die dit zagen stonden allemaal te huilen.

Ten aanzien van het parketnummer 01.353318.24:

? Het proces-verbaal van aangifte van [getuige 4] , namens [slachtoffer 4] , op 22 maart 2024, pagina’s 5 en 6, voor zover inhoudende:

Ik doe aangifte vernieling. Ik ben werkzaam als assistent bij [slachtoffer 4] aan [adres 4] te Helmond. Op donderdag 21 maart 2024, was ik op de praktijk aanwezig. Ik zag dat ik om 9.30 uur een afspraak had met [verdachte] .

Ik riep hem toen direct de behandelkamer binnen. Ik zag dat hij geïrriteerd was. De orthodontist bevestigde hem nogmaals dat wij hem niet konden helpen. Ik zag dat [verdachte] bozer werd. Ik hoorde dat hij schreeuwde: "voor wat kom ik hier dan" Hij had vrij gevraagd voor zijn werk. Hij liep uit de behandelstoel. Hij stond in de behandelkamer. Ik zag dat

hij een stoel in de behandelkamer pakte. Ik zag dat hij erg boos was. Ik zag dat hij de stoel richting mij gooide. Ik kon de stoel nog net ontwijken. Ik hoorde dat hij zei: 'Ik zorg ervoor dat er vandaag niemand meer behandeld wordt.

Ik zag dat hij de behandelkamer uitliep. Hij pakte de klink zo hard vast, dat de klink kapot is. Ik zag dat hij de stoel voor de behandelkamer pakte. Ik zag dat hij deze opzettelijk en met kracht zeker twee keer tegen de muren gooide, waardoor de muren beschadigd zijn. Wij zagen later dat hierdoor ook wat apparatuur was beschadigd.

Hij had uiteindelijk zelf de praktijk verlaten.

Schade:

- schade aan meerdere muren

- stoel kapot - buiten de wachtkamer

- scanner beschadigd. De scanner moet nog getest worden, of het apparaat nog goed

functioneert. Dit is een apparaat van ongeveer 40.000 euro.

- schade aan deurklink.

? Het proces-verbaal van verhoor van verdachte op 17 juni 2024, pagina’s 23 en 24, voor zover inhoudende:

O: U wordt verdacht van een vernieling gepleegd op bij Tandarts [slachtoffer 4] gevestigd op de [adres 4] in Helmond.

Op een gegeven moment zei de vrouwelijke tandarts tegen mij dat ik niet zou worden behandeld. Toen werd ik helemaal gek. Toen is alles in 10 seconden gebeurd. Ik herinner mij wel dat ik een stoel heb gegooid. Ik heb hem opgepakt en gegooid.

Ik heb de deur dichtgeslagen omdat ik zo boos was.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van parketnummer 01.137814.23, feiten 1,2 en 3:

De rechtbank zal eerst het verweer over de betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van de aangevers en getuigen bespreken.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van de buurtbewoners (aangevers en getuigen) consistent zijn op hoofdlijnen en ook op de feitelijke gebeurtenissen tijdens het voorval op 4 april 2023. De enkele ontkenning van verdachte ten aanzien van de hem verweten handelingen, is onvoldoende om aan te nemen dat de verklaringen van de aangevers en getuigen als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt.

De rechtbank passeert dan ook dit verweer en gaat uit van de inhoud van de verklaringen van de buurtbewoners.

Ten aanzien van feit 1:

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake was van noodweer, waardoor vrijspraak zou moeten volgen. Vervolgens heeft de verdediging bepleit dat er geen sprake was van opzet, waardoor eveneens vrijspraak moet volgen.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is geweest van een noodweersituatie zoals bepleit door de raadsman, omdat een dergelijke situatie door de verdediging onvoldoende aannemelijk is gemaakt.

De rechtbank overweegt hiertoe dat er sprake is geweest van – in ieder geval – twee momenten op 4 april 2023 waarbij interactie is geweest tussen verdachte en aangever.

Het eerst moment is dat verdachte volgens aangever hard door de straat rijdt en dat verdachte daarop wordt aangesproken. Verdachte stopt dan met zijn auto en stapt uit. Verdachte gedraagt zich dan agressief. Getuige [getuige 1] spreekt verdachte ook aan. Dan doet verdachte agressief tegen deze getuige (feit 2), haalt hij zijn penis uit zijn broek en schreeuwt hij seksueel getinte uitspraken (feit 3). Dan komt een andere buurtbewoner uit zijn woning om te sussen en vertrekt verdachte met zijn auto. Aannemelijk is dat de buurtbewoners dan niet vriendelijk meer zijn richting verdachte. Even later volgt het tweede moment, waarbij verdachte wederom door de straat rijdt en de aangever raakt. De mogelijke wederrechtelijk aanranding van verdachte is dan niet of niet meer aan de orde. Hij was immers al met zijn auto vertrokken uit de beladen situatie van daarvoor en keert zelf binnen een kort tijdsbestek weer naar deze plek terug. Ook is zijn gedraging, het met volle vaart en frontaal op iemand inrijden, en daarbij gas bijgeven, in de kern niet als verdedigend maar als aanvallend aan te merken.

Nu er geen sprake is van een noodweersituatie gaat het beroep op noodweer niet op, zodat het verweer van de verdediging om die reden wordt verworpen.

De verdediging betwist dat er sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet.

De rechtbank passeert ook dat verweer van de verdediging en wel vanwege het volgende.

Verdachte reed door de straat waar ook aangever aanwezig was. Volgens de getuigen reed verdachte daar met zijn auto met een snelheid van tussen de 40 en 60 kilometer per uur. De straat wordt beschreven als een smalle straat met aan weerszijden geparkeerde voertuigen.

De rechtbank overweegt dat verdachte op dat moment niet met een passende snelheid door de straat is gereden, immers heeft hij de snelheid van zijn voertuig niet aangepast aan de verkeerssituatie ter plaatse. Een personenauto is een potentieel moordwapen. Zelfs als met een auto een snelheid van bijvoorbeeld 30 kilometer per uur wordt gereden, kan je met een auto al zwaar lichamelijk letsel toebrengen in het geval van een aanrijding met een persoon.

De rechtbank acht de verklaringen van de buurtbewoners betrouwbaar, zoals hiervoor reeds aangegeven, zodat de rechtbank uitgaat van de inhoud van die verklaringen. De buurtbewoners beschrijven dat verdachte hard door de straat rijdt, dat hij met zijn auto richting aangever stuurt, gas bijgeeft en dat hij de aangever zo vol raakt met zijn auto, dat de aangever op de motorkap van de auto van verdachte belandt en daarna terug op straat valt op zijn rug.

In de hiervoor beschreven handelingen ligt besloten dat verdachte op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangever. Verdachte heeft zijn auto in de richting gestuurd van de aangever en hij heeft hem ook daadwerkelijk geraakt. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte daarmee de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever door verdachtes handelen zwaar lichamelijk letsel kon oplopen en ook dat verdachte deze kans bewust heeft aanvaard.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 is een bewijsverweer gevoerd. De rechtbank acht op basis van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde openbare schennis heeft gepleegd zoals hierna bewezen is verklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van het parketnummer 01.137814.23:

Feit 1:

op 4 april 2023 te Helmond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet met een personenauto is ingereden op en is gereden tegen die [slachtoffer 1] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

op 4 april 2023 te Helmond [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] tegen de benen te schoppen en die [slachtoffer 2] tegen het hoofd te slaan;

Feit 3:

op 4 april 2023 te Helmond de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op de [straat 1] , door zijn ontblote penis te tonen en/of zijn ontblote penis vast te pakken en/of daarbij te roepen: "kanker hoer" en/of "kankerkinderen" en/of "ik neuk jullie allemaal" en/of "jij mag mij pijpen" en/of "pijpen, pijpen, pijpen" althans woorden van gelijke aard of strekking;

Ten aanzien van het parketnummer 01.353318.24:

op 21 maart 2024 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk

- één of meerdere muren,

- een stoel

- een scanner en

- een deurklink,

die aan [slachtoffer 4] toebehoorden heeft beschadigd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte na één dag inverzekeringstelling door de politie is heengezonden, niet opportuun is en heeft de rechtbank verzocht aan verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, een mishandeling en openbare schennis van de eerbaarheid op 4 april 2023 en van het beschadigen van muren, stoelen, een deurklink en apparatuur bij een tandartspraktijk op

21 maart 2024.

De door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben grote onrust veroorzaakt in de plaatselijke gemeenschap. Zowel bij de tandartspraktijk als op straat. Verdachte heeft door zijn gedragingen welbewust een groot gevaar voor een ander in het leven geroepen door op een persoon op straat in te rijden en deze persoon ook daadwerkelijk aan te rijden, waardoor deze persoon op de motorkap van de auto van verdachte is gekomen en daarna achteruit op het wegdek is gevallen. Een vrouw die verdachte aansprak op zijn gedrag heeft hij geschopt en geslagen en ook heeft hij ten overstaan van meerdere volwassenen en kinderen zijn geslachtsdeel uit zijn broek gehaald en daarbij seksueel getinte en beledigende woorden geroepen naar hen. Verdachte heeft zich bij zijn handelen niets aangetrokken van de belangen van de slachtoffers.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat aanzienlijke tijd is verstreken sinds het tijdstip waarop de door hem gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad. Het voorval op 4 april 2023 is inmiddels ruim drie jaar geleden gepleegd en dat maakt dat de redelijke termijn van twee jaar, als bedoeld in artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, met 14 maanden is overschreden.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, gelet op de veroordeling door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 29 januari 2025. Ook heeft verdachte enkele strafbeschikkingen moeten betalen voor drie overtredingen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Alles afwegende acht de rechtbank het opleggen van een taakstraf en een gevangenisstraf passend en geboden.

De rechtbank zal de gevangenisstraf echter geheel voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De vordering van de benadeelde partij Stichting [slachtoffer 4] .

De vordering:

De benadeelde partij heeft een bedrag van € 1.616,84 gevorderd voor de vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering in zijn geheel toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman betwist een deel van de gevorderde schade ten aanzien van de schilderwerken aan het plafond. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte ook het plafond heeft geraakt toen hij spullen door de ruimte gooide. Daarnaast betreft bijlage 3 bij de vordering een offerte en geen factuur. Deze kostenpost kan in de visie van de verdediging niet voor toewijzing vatbaar zijn, waardoor de benadeelde dit deel van de vordering bij de civiele rechter kan aanbrengen en daar dan nader zal kunnen onderbouwen.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de gevorderde materiële schadevergoeding met uitzondering van de reparatie van het plafond. De rechtbank begroot de reparatiekosten van het plafond op een bedrag van € 100,00. De overig gevorderde schade ter hoogte van € 1.516, 84 komt voor vergoeding in aanmerking, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de 21 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de gevorderde schade ten aanzien van de reparatie van het plafond ter hoogte van € 100,00, aangezien de rechtbank niet kan vast stellen dat sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

De benadeelde kan die schade eventueel nog bij de civiele rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2024 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen, dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 239, 300, 302, 350 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten aanzien van parketnummer 01.137814.23 onder feit 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het ten aanzien van parketnummer 01.137814.23 onder de feiten 1 primair, 2 en 3 en ten aanzien van parketnummer 01.353318.24 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte ten aanzien van parketnummer 01.137814.23 onder de feiten 1 primair, 2 en 3 en ten aanzien van parketnummer 01.353318.24 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het parketnummer 01.137814.23:

Feit 1 primair:

poging tot zware mishandeling

Feit 2:

mishandeling

Feit 3:

schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd

Ten aanzien van het parketnummer 01.353318.24:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, beschadigen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. 01-137814-23 feit 1 primair, feit 2, feit 3, 01-353318-24 feit 1:

Een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

T.a.v. 01-137814-23 feit 1 primair, feit 2, feit 3, 01-353318-24 feit 1:

Een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

t.a.v. 01-353318-24:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van 1.561,80 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

21 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van

[slachtoffer 4] , van een bedrag van 1.561,80 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 15 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

21 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter,

mr. E.C.L. Pechaczek en mr. S.S. Arendse, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 12 juni 2026.

mr. S.S. Arendse is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, genummerd PL2100-2023072C74, afgesloten op 14 april 2023, aantal doorgenummerde bladzijden: 85. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, genummerd PL2100-2024060918, afgesloten op 6 juli 2024, aantal doorgenummerde bladzijden: 39.