Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht – bewezenverklaring diefstal met geweld en ontvoering, en oplichtingen en diefstal door…

Rechtbank Oost-Brabant, 20 juli 2026

Zaakgegevens

Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20 juli 2026
Datum publicatie
16 juli 2026
Zaaknummer
01/316763-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:5045
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht – bewezenverklaring diefstal met geweld en ontvoering, en oplichtingen en diefstal door bankhelpdeskfraude. Overschrijding redelijke termijn. Oplegging van jeugddetentie en een deels voorwaardelijke werkstraf. Vordering benadeelde partij deels toegewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummers: 01.316763.24 en 03.254132.25 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 20 juli 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2007] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juli 2026.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 11 juni 2026.

01.316763.24

De officier van justitie beschuldigt verdachte ervan dat hij – samengevat – op 17 augustus 2024 in Eindhoven samen met anderen [slachtoffer 1] heeft bestolen van zijn telefoon, horloge, sieraden, pasjes, zonnebril en geld. Daarbij zou geweld en bedreiging met geweld zijn gebruikt, namelijk door die [slachtoffer 1] in zijn eigen auto te duwen en met hem in zijn auto rond te rijden, een zak over zijn hoofd te trekken, hem te slaan en te schoppen, met een mes in zijn richting stekende bewegingen te maken, hem dreigend een mes voor te houden en dreigend te zeggen dat hij moest betalen. Dit is ten laste gelegd als diefstal met geweld in vereniging (feit 1) en als het medeplegen van vrijheidsberoving (feit 2).

03.254132.25

De officier van justitie beschuldigt verdachte er primair van dat hij – samengevat – op 13 augustus 2024 samen met anderen:

  • [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot afgifte van een sieradenkist met sieraden (feit 1);

  • [slachtoffer 4] heeft bewogen tot afgifte van een ketting en/of een pinpas (feit 2);

  • [slachtoffer 5] heeft bewogen tot afgifte van een envelop met pinpas (feit 3),

door – kort samengevat – die personen op te bellen en zich voor te doen als een ander, te zeggen dat er geld van hun rekening was gehaald of dat dit was geprobeerd, te zeggen dat er iemand langskomt bij hun woning, naar hun woning te gaan en spullen uit de woning mee te nemen;

- van [slachtoffer 5] geld heeft gestolen, door onbevoegd gebruik te maken van haar bankpas en pincode (feit 4).

Bij alle vier feiten is verdachte subsidiair ten laste gelegd dat hij medeplichtig is geweest aan deze feiten.

De volledige beschuldiging (tenlastelegging) staat in bijlage I.

Door een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging met zaaknummer 03.254132.25 staat bij de feiten 1, 2 en 3 geen jaartal vermeld. De officier van justitie heeft daarover opgemerkt dat dit schrijffouten betreffen en dat hier steeds 2024 dient te worden gelezen. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest de tenlastelegging zo dat aan de data het jaartal 2024 is toegevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging verder nog taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Verder zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

01.316763.24

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en feit 2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot de feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen voor feit 1 en feit 2:

1. Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] , opgemaakt op 21 augustus 2024, p. 31-45;

2. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 6 juli 2026.

De rechtbank concludeert op basis van de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging (feit 1) en het medeplegen van vrijheidsberoving (feit 2).

03.254132.25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle primair ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens verdachte wegens gebrek aan bewijs vrijspraak van de primair ten laste gelegde feiten bepleit. De subsidiair ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen verklaard, waarbij verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het in ontvangst nemen van de buit.

Het oordeel van de rechtbank

De gebezigde bewijsmiddelen staan in bijlage II.

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de rol van verdachte bij de oplichtingen en diefstal te kwalificeren is als medepleger (zoals primair ten laste gelegd) of als medeplichtige (zoals subsidiair ten laste gelegd).

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden aangemerkt wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook wanneer het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde het volgende af.

Verdachte heeft op 13 augustus 2024 met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de auto gezeten. Verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn gezamenlijk langs de adressen van de aangevers gereden. [medeverdachte 2] bestuurde de auto en verdachte zat er als bijrijder naast. [medeverdachte 1] is steeds de woning in gegaan en heeft spullen uit de woning meegenomen.

Verdachte is degene geweest die heeft geregeld dat [medeverdachte 1] die dag mee ging. Hij heeft, nadat hij was ingestapt bij [medeverdachte 2] , deze laatste geïnstrueerd om [medeverdachte 1] op te halen. Verdachte onderhield het contact met de persoon die de aangevers belde en kreeg van deze persoon telefonisch de adressen door waar het drietal naartoe moest rijden. De ‘buit’ gaf [medeverdachte 1] af aan de andere twee jongens. Nadat [medeverdachte 1] de pinpas van aangeefster [slachtoffer 5] had weten te bemachtigen kwam verdachte met het adres van de pinautomaat waar [medeverdachte 2] vervolgens naar toe is gereden. Verdachte verstrekte aan [medeverdachte 1] de pincode waarna [medeverdachte 1] geld van de rekening van aangeefster [slachtoffer 5] heeft gepind. Verdachte heeft het door [medeverdachte 1] gepinde geld van hem in ontvangst genomen. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat er een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan om verdachte als medepleger aan te merken.

Daarmee acht de rechtbank het primair ten laste gelegde medeplegen ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten bewezen.

De bewezenverklaring

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat uitgewerkte bewijsmiddelen in de bijlage komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

01.316763.24

1. primair

op 17 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, op de openbare weg, een telefoon en een horloge en sieraden en pasjes en een zonnebril en geld, die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

door die [slachtoffer 1] in zijn eigen auto te duwen en met die [slachtoffer 1] in zijn auto rond te rijden en daarbij die [slachtoffer 1] een zak over zijn hoofd te trekken en die [slachtoffer 1] te slaan en te schoppen en met een mes in de richting van die [slachtoffer 1] stekende bewegingen te maken en die [slachtoffer 1] dreigend een mes voor te houden en dreigend tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij moest betalen;

2

op 17 augustus 2024 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk

[slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

door die [slachtoffer 1] in zijn eigen auto te duwen en met die [slachtoffer 1] in zijn auto rond te rijden en daarbij die [slachtoffer 1] een zak over zijn hoofd te trekken;

03.254132.25

1. primair

op 13 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het

aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een sieradenkist met sieraden, door

- voornoemde [slachtoffer 3] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de bank,

- tijdens dat telefoongesprek tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat er geprobeerd was om 800 euro van haar rekening weg te nemen,

- vervolgens zich naar de woning van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te begeven,

- vervolgens de woning van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] binnen te gaan en te zeggen dat hij van de bank is, dat er een fout is gemaakt en dat hij dit in orde komt maken,

- vervolgens een sieradenkist met sieraden te pakken en de woning te verlaten;

2 primair

op 13 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een ketting, door

- voornoemde [slachtoffer 4] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de [bank] ,

- tijdens dat telefoongesprek tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er 800 euro van haar rekening was afgehaald en die [slachtoffer 4] te vragen naar haar geld, juwelen en pinpas,

- vervolgens tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat ze haar geld en juwelen klaar moest leggen,

- vervolgens tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er iemand langskomt om de spullen op te halen,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te begeven en

- een ketting aan te nemen van die [slachtoffer 4] ;

3 primair

op 13 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een envelop met pinpas, door

- voornoemde [slachtoffer 5] op te bellen en zich voor te stellen als [naam] ,

- tijdens dat telefoongesprek tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er geprobeerd was geld afhandig van haar te maken en dat zij dit hadden voorkomen,

- vervolgens tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij haar wil helpen en dat zij de bankpas in een envelop moest doen,

- vervolgens tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er iemand langskomt om de envelop op te halen,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te begeven en aan te bellen en

- een envelop met pinpas aan te nemen van die [slachtoffer 5] ;

4 primair

op 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geldbedragen die aan [slachtoffer 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas en pincode van die [slachtoffer 5] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie vordert oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren, waarvan 160 uren voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren met toezicht van de jeugdreclassering.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een jeugddetentie voor de duur van het voorarrest en een deels voorwaardelijke werkstraf met het meewerken aan de jeugdcoach en het behouden van een baan als bijzondere voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het ontvoeren en beroven van slachtoffer [slachtoffer 1] . Verdachte heeft het slachtoffer doen laten geloven dat hij een date had, maar toen het slachtoffer bij de afgesproken plek aankwam, werd hij mishandeld en ontvoerd in zijn eigen auto. Hij is gedurende een aantal uren van zijn vrijheid beroofd geweest en kreeg een zwarte zak over zijn hoofd zodat hij niets meer kon zien. Zijn spullen zijn van hem afgepakt en er is geprobeerd grote bedragen van zijn bankrekening te halen. Voor en gedurende de autorit is het slachtoffer mishandeld. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich niet bekommerd om andermans eigendom of de gevoelens van angst van het slachtoffer toen hij deze overval en ontvoering urenlang moest doorstaan. Verdachte heeft het slachtoffer bovendien in hulpeloze toestand in zijn auto achtergelaten, ook toen hij vermoedde dat het slachtoffer niet meer kon rijden. Verdachte vervulde bij het plegen van de strafbare feiten een leidende rol. Het initiatief om dit alles te doen ging mede uit van verdachte. Hij heeft bij de overval voorop gelopen en de eerste klap uitgedeeld aan het slachtoffer.

Een overval, zeker wanneer daarbij geweld wordt gebruikt, is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is. Het slachtoffer is nog altijd dagelijks bang en de herinnering hindert hem in zijn dagelijks bestaan. Overvallen leiden bovendien tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving. Verdachte heeft met die gevoelens geen rekening gehouden toen hij besloot op een gewelddadige manier snel aan geld te willen komen.

Verder heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting en diefstal. De slachtoffers werden gebeld door iemand die meldde dat er iets mis was gegaan met hun bankrekening. Zij moesten hun waardevolle spullen en/of pinpas klaarleggen, waarna een medeverdachte aan de deur kwam om deze op te halen. Uit de woning van slachtoffer [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is door de medeverdachte een sieradenkist meegenomen. Uit de woning van slachtoffer [slachtoffer 4] is door de medeverdachte een ketting meegenomen en uit de woning van slachtoffer [slachtoffer 5] een envelop met een pinpas, waarna de medeverdachte hiermee geld heeft opgenomen. Verdachte heeft bij deze oplichtingen, in de voorbereiding en vanuit de auto, een sturende rol gehad.

Verdachte en zijn medeverdachten misbruik hebben gemaakt van het vertrouwen en de kwetsbaarheid van slachtoffers op hoge leeftijd. Door op deze manier te handelen heeft verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het veiligheidsgevoel van de slachtoffers. Juist de eigen woning hoort een plek te zijn waar mensen zich veilig en beschermd mogen voelen. Voor oudere slachtoffers geldt dat zij extra kwetsbaar zijn voor dit soort geraffineerde babbeltrucs. Deze feiten kunnen angstgevoelens, onzekerheid en wantrouwen veroorzaken, waardoor slachtoffers zich in hun eigen woning niet langer veilig voelen. Uit het dossier blijkt hoeveel impact de feiten op deze slachtoffers hebben gehad en de onrust die dit bij hen en hun familie heeft veroorzaakt. Het gaat om een laffe en gewetenloze daad.

De persoon van de verdachte

Kijkend naar de persoon van verdachte, neemt de rechtbank als strafverzwarend mee dat verdachte een leidende rol heeft gehad in de gepleegde feiten. Verdachte is ook eerder veroordeeld voor een diefstal en liep tijdens het plegen van de feiten in de proeftijd van die veroordeling.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat verdachte lang onder toezicht heeft gestaan tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. Verdachte heeft tijdens de schorsing een enkelband gehad. De schorsing is (na een waarschuwingsgesprek) goed verlopen. Daarnaast blijkt uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat verdachte sinds de schorsing een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, namelijk dat hij werk heeft en een relatie. Dit zijn echter externe factoren en hij heeft nog wel verdere begeleiding nodig om op het rechte pad te blijven.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het rapport van kinder- en jeugdpsycholoog G.H.J. Friedrichs-Groenendaal van 24 februari 2025, waarin de psycholoog vaststelt dat bij verdachte sprake is van diverse stoornissen. Op grond van de doorwerking van die stoornissen ten tijde van het plegen van de delicten, adviseert de psycholoog het ten laste gelegde in (enigszins) verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over en houdt in de strafmaat rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Redelijke termijn

Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen.

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn op 23 oktober 2024 is aangevangen, omdat verdachte op die dag in verzekering is gesteld. De redelijke termijn voor berechting van minderjarigen is daarmee op de dag van de uitspraak (20 juli 2026) overschreden met bijna 4 maanden, welke overschrijding niet aan de verdediging te wijten is. De rechtbank houdt op na te melden wijze bij het bepalen van de straf in het voordeel van verdachte rekening met deze overschrijding van de redelijke termijn.

Straf

Gelet op de ernst van de feiten en de rol die verdachte daarin heeft gespeeld, vindt de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft geëist, een jeugddetentie een passende sanctie.

De rechtbank legt daarom een onvoorwaardelijke jeugddetentie op voor de duur van het voorarrest, te weten 43 dagen, met aftrek van voorarrest. Hoewel de rechtbank in beginsel een langere (voorwaardelijke) jeugddetentie passend vindt, zal de rechtbank in dit geval volstaan met het daarnaast opleggen van een (deels voorwaardelijke) werkstraf in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van bijna 4 maanden.

De rechtbank zal verdachte een werkstraf voor de duur van 150 uren opleggen, waarvan 90 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan dit voorwaardelijk strafdeel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd. Deze bijzondere voorwaarden houden in de meldplicht bij de jeugdreclassering, meewerken aan begeleiding van de jeugdcoach, meewerken aan behandeling, inzage geven in zijn financiële situatie, meewerken aan hulpverlening rondom financiën, meewerken aan een correcte wooninschrijving en mee blijven werken aan het behouden van een baan. Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij mee zal werken aan de bijzondere voorwaarden als deze aan hem worden opgelegd. Door deze voorwaarden op te leggen, beoogt de rechtbank te bereiken dat verdachte op het rechte pad blijft.

De raadsvrouw van verdachte heeft verweer gevoerd tegen oplegging van de volgende voorwaarden: meewerken aan behandeling, inzage geven in financiën en meewerken aan financiële hulpverlening.

Ten aanzien van het meewerken aan een behandeling overweegt de rechtbank dat verdachte ter zitting heeft aangegeven dat een behandeling geen nut heeft en de jeugdreclassering ook geen intrinsieke motivatie voor behandeling bij verdachte ziet. De psycholoog en de Raad voor de Kinderbescherming onderschrijven wel de noodzaak van een behandeling, nu de positieve ontwikkeling van verdachte met name voortkomt uit externe omstandigheden, zoals de vriendin en het werk van verdachte. Om de positieve ontwikkeling te bestendigen, is volgens de psycholoog en de Raad voor de Kinderbescherming behandeling van verdachte nodig. Om die reden legt de rechtbank het meewerken aan de behandeling als bijzondere voorwaarde op, waarbij het aan de jeugdreclassering is om dit zo nodig in te zetten.

Ten aanzien van het geven van inzage in zijn financiën en hulp bij financiën, overweegt de rechtbank dat bij de bewezen verklaarde delicten geld de drijfveer lijkt te zijn geweest. Problemen in de financiën vormen een criminogene factor. Daarom vindt de rechtbank het belangrijk dat de jeugdreclassering inzicht heeft in de hoogte van het inkomen van verdachte, de mutaties op zijn bankrekening, de hoogte van zijn schulden en de daarop gepleegde aflossingen en al zijn andere financiële verplichtingen. Om dezelfde reden vindt de rechtbank het van belang dat verdachte meewerkt aan financiële hulpverlening indien de jeugdreclassering dit nodig vindt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (01.316763.24)

[slachtoffer 1] , wettelijk vertegenwoordigd door mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert een vergoeding van schade van een bedrag van € 13.080,63, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op € 5.080,63 aan materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde materiële schade het volgende opgemerkt. De kostenpost ‘sieraden’ berust op een schatting van gewicht, karaatgehalte en waarde per gram goud en is onvoldoende objectief onderbouwd. Deze post moet niet ontvankelijk worden verklaard. Ten aanzien van de telefoon, horloge en zonnebril moet uitgegaan worden van de dagwaarde, in plaats van de gevorderde nieuwprijzen. De post ‘contant geld’ moet met terughoudendheid begroot worden, omdat de exacte hoogte van het bedrag onvoldoende vaststaat. Ten aanzien van de kleding moet de rechtbank op basis van haar schattingsbevoegdheid een lager bedrag toewijzen dan gevorderd, vanwege de ontbrekende bewijsstukken. De post ‘taxi’ kan worden toegewezen tot een bedrag van € 155,33, nu dat het maximum taxibedrag was voor de gereden route in 2024. Het overige dient niet ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de post ‘eigen risico zorgverzekering’ refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde immateriële schade verzocht een lager bedrag toe te wijzen, nu het bedrag op basis van de thans overgelegde onderbouwing te hoog is.

Beoordeling

Materiële schade

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering:

  • het contante geld ter hoogte van € 630,00. De benadeelde partij heeft in zijn verhoor op 21 augustus 2024 al aangegeven dat de hoogte van het bedrag dat de daders uit zijn portemonnee hadden gepakt ongeveer € 630,00 was;

  • het eigen risico van de zorgverzekering ter hoogte van € 786,63. Deze post is voldoende onderbouwd en niet betwist;

  • de sieraden ter hoogte van € 2.160,00. Hoewel gebaseerd op een schatting, is de berekening van dit bedrag helder onderbouwd en heeft de benadeelde partij in zijn verhoor op 21 augustus 2024 al genoemd dat zijn gestolen sieraden ongeveer

€ 1.900,00 waard waren. Het gevorderde bedrag ligt daar niet ver vanaf. Door de verdediging is niet betwist dat het ging om een zegelring, een ketting en oorhangers en evenmin is het opgegeven gewicht en de gehanteerde goudprijs betwist. De rechtbank acht deze post voldoende onderbouwd;

- de taxikosten ter hoogte van € 200,00. Het gevorderde bedrag betreft, blijkens de overgelegde factuur, de daadwerkelijke schade die de benadeelde partij heeft geleden. Dat de benadeelde partij mogelijk een lagere ritprijs had kunnen bedingen doet daar niet aan af. Ook deze post is voldoende onderbouwd.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren ten aanzien van de posten ‘horloge’, ‘zonnebril’, ‘Samsung telefoon’ en ‘kleding’ van de vordering. Van het horloge, de zonnebril en de Samsung telefoon is de nieuwprijs gevorderd, terwijl niet is gesteld of gebleken wanneer de benadeelde partij deze goederen heeft aangeschaft noch is hiervan bewijs overgelegd, op basis waarvan de dagwaarde van de goederen geschat kan worden. Ten aanzien van de kleding zijn evenmin bewijsstukken overgelegd waaruit opgemaakt kan worden om welke kledingstukken het gaat en hoelang de benadeelde partij deze kleding al had. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank wijst de vordering ten aanzien van de materiële schade toe tot een bedrag van € 3.776,63.

Immateriële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten lichamelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending ten aanzien van de ontvoering en diefstal met geweld met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (art. 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek). Op basis van de Rotterdamse schaal oordeelt de rechtbank dat sprake is van feiten die vallen onder hoofdstuk 19.1 (bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal en/of afpersing) en 19.2 (vrijheidsberoving), sub (a) (meest ernstig), vanwege het mishandelen van de benadeelde partij, het bedreigen met een mes, het bedekken van zijn hoofd en de vrijheidsberoving. De rechtbank stelt de immateriële schade naar billijkheid vast op een bedrag van € 5.000,00 en zal dit bedrag toewijzen. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard en kan hij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In totaal wijst de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van

€ 8.776,63, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Kostenveroordeling

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Hoofdelijk

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (03.254132.25, feit 2)

[slachtoffer 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [betrokkene] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert een vergoeding van schade van een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op materiële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, wegens het ontbreken van onderbouwing van de schade.

Beoordeling

De rechtbank overweegt dat aan de gevorderde kosten van de gestolen ketting geen onderbouwing of bewijsstukken zijn toegevoegd. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering.

De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Beslag (01.316763.24)

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen Balenciaga zak vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp van welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

33, 33a, 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 282, 311, 312, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificatie en strafbaarheid

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

* 01.316763.24

feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

* 03.254132.25

feit 1 primair, 2 primair en 3 primair, telkens:

medeplegen van oplichting;

feit 4

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

strafoplegging

legt op de volgende straf:

een jeugddetentie voor de duur van 43 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht;

een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie, waarvan 90 uren subsidiair 45 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

1. zich meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. De jeugdreclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

2. meewerkt aan begeleiding van de jeugdcoach;

3. meewerkt aan behandeling, wanneer de jeugdreclassering dit nodig acht;

4. inzage geeft in zijn financiële situatie;

5. meewerkt aan hulpverlening rondom financiën, wanneer de jeugdreclassering dit nodig acht;

6. meewerkt aan een correcte wooninschrijving, wanneer de jeugdreclassering dit nodig acht;

7. mee blijft werken aan het behouden van een baan (en/of een andere vorm van dagbesteding);

geeft aan Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

vordering benadeelde partij [slachtoffer 4] (t.a.v. 03-254132-25 feit 2 primair)

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

vordering benadeelde partij [slachtoffer 1] (01-316763-24 feit 1 en 2)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 8.776,63 euro, bestaande uit 3.776,63 euro materiële schade en 5.000,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

maatregel van schadevergoeding ten behoeve van [slachtoffer 1]

legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 8.776,63 euro. Voormeld bedrag bestaat uit 3.776,63 euro materiële schade en 5.000,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

beslag (01-316763-24)

verklaart verbeurd het inbeslaggenomen goed, te weten:

1. STK Zak;

bevel voorlopige hechtenis

heft op het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.M. Hettinga, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. I.M. Rinzema, leden,

in tegenwoordigheid van mr. R. van Warners, griffier.

en is uitgesproken op 20 juli 2026.

Bijlage I

Tenlastelegging

01-316763-24

1

hij op of omstreeks 17 augustus 2024 te Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, Celebeslaan te Eindhoven, en/of andere openbare wegen aldaar, een telefoon en/of een horloge en/of sieraden en/of pasjes en/of een zonnebril en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1] in zijn eigen auto te duwen en/of met die [slachtoffer 1] in zijn auto rond te rijden en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] een zak over zijn hoofd te trekken en/of die [slachtoffer 1] te slaan en/of schoppen en/of met een mes in de richting van de [slachtoffer 1] stekende bewegingen te maken en/of die [slachtoffer 1] dreigend een mes voor te houden en/of dreigend tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij moest betalen;

2

hij op of omstreeks 17 augustus 2024 te Eindhoven en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer 1] in zijn eigen auto te duwen en/of met die [slachtoffer 1] in zijn auto rond te rijden en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] een zak over zijn hoofd te trekken.

03.254132.25

1

primair

hij, op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Leudal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of mdoor een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,

het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een sieradenkist met sieraden, in ieder geval enig goed, door

- voornoemde [slachtoffer 3] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de bank,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat er geprobeerd was om 800 euro van haar rekening weg te nemen,

- ( vervolgens) zich naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te begeven,

- ( vervolgens) de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binenn te gaan en te zeggen dat hij van de bank is, dat er een fout is gemaakt en dat hij dit in orde komt maken,

- ( vervolgens) een sieradenkist met sieraden te pakken en de woning te verlaten;

subsidiair

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Leudal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een sieradenkist met sieraden, in ieder geval enig goed, door

- voornoemde [slachtoffer 3] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de bank,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat er geprobeerd was om 800 euro van haar rekening weg te nemen,

- ( vervolgens) zich naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te begeven,

- ( vervolgens) de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binenn te gaan en te zeggen dat hij van de bank is, dat er een fout is gemaakt en dat hij dit in orde komt maken,

- ( vervolgens) een sieradenkist met sieraden te pakken en de woning te verlaten,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 augustus 2024

in de gemeente Leudal althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het adres van voornoemd(e) slachtoffer(s) aan de bestuurder door te geven en/of de buit in ontvangst te nemen;

2

primair

hij, op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of

het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een ketting en/of een pinpas, in ieder geval enig goed, door

- voornoemde [slachtoffer 4] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de [bank] ,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er 800 euro van haar rekening was afgehaald en die [slachtoffer 4] te vragen naar haar geld, juwelen en pinpas,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat ze haar geld en juwelen klaar moest leggen,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er iemand langskomt om de spullen op te halen,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te begeven en aan te bellen en/of - een pinpas en/of ketting aan te nemen van die [slachtoffer 4] ;

subsidiair

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een ketting en/of een pinpas, in ieder geval enig goed, door

- voornoemde [slachtoffer 4] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de [bank] ,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er 800 euro van haar rekening was afgehaald en die [slachtoffer 4] te vragen naar haar geld, juwelen en pinpas,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat ze haar geld en juwelen klaar moest leggen,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er iemand langskomt om de spullen op te halen,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te begeven en aan te bellen en/of

- een pinpas en/of ketting aan te nemen van die [slachtoffer 4] ,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het adres van voornoemd slachtoffer aan de bestuurder door te geven en/of de buit in ontvangst te nemen;

3

primair

hij, op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een envelop met pinpas, in ieder geval enig goed, door

- voornoemde [slachtoffer 5] op te bellen en zich voor te stellen als [naam] ,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er geprobeerd was geld afhandig van haar te maken en dat zij dit hadden voorkomen,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij haar wil helpen en dat zij de bankpas in een envelop moest doen,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er iemand langskomt om de envelop op te halen,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te begeven en aan te bellen en/of

- een envelop met pinpas aan te nemen van die [slachtoffer 5] ;

subsidiair

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een envelop met pinpas, in ieder geval enig goed, door

- voornoemde [slachtoffer 5] op te bellen en zich voor te stellen als [naam] ,

- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er geprobeerd was geld afhandig van haar te maken en dat zij dit hadden voorkomen,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij haar wil helpen en dat zij de bankpas in een envelop moest doen,

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er iemand langskomt om de envelop op te halen,

- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te begeven en aan te bellen en/of - een envelop met pinpas aan te nemen van die [slachtoffer 5] ,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 augustus 2024

in de gemeente Venlo althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het adres van voornoemd slachtoffer aan de bestuurder door te geven en/of de buit in ontvangst te nemen;

4

primair

hij op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5]

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas(sen) en pincode(s) van die [slachtoffer 5] ;

subsidiair

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas(sen) en pincode(s) van die [slachtoffer 5] ,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het adres van voornoemd slachtoffer aan de bestuurder door te geven en/of de buit in ontvangst te nemen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, genummerd OB2R024124.