Bestuursrecht overig

De rechtbank Overijssel wijst het verzoek tot wraking af.

Rechtbank Overijssel, 9 december 2021

Zaakgegevens

Op 9 december 2021 heeft de Rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 december 2021
Datum publicatie
17 december 2021
Zaaknummer
273827/ HA RK 21-509
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:4749
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank Overijssel wijst het verzoek tot wraking af.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rekestnummer: 273827/ HA RK 21-509

Beslissing van 9 december 2021

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te Zwolle,

gemachtigde: M.C. Neslo te Zwolle,

verzoekster tot wraking.

1 De procedure

Op 22 november 2021 heeft [verzoekster] het verzoek tot wraking gedaan van

mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder zaaknummer ZWO 21/1559 ZW KWAA.

2 Het verzoek en de beoordeling

2.1.

Volgens [verzoekster] heeft de rechter partijdig gehandeld in zijn zaak. De processtukken in de zaak zijn volgens [verzoekster] duidelijk genoeg om een uitspraak zonder een zitting te doen. Toch heeft de rechter de geplande behandeling op 16 november 2021 uitgesteld tot nader bericht. Op deze manier handelt de rechter partijdig want er valt niks te procederen in deze zaak: de stukken zijn door de besluiten van het UWV immers duidelijk genoeg om een uitspraak zonder een zitting te kunnen doen.

2.2.

De wrakingskamer zal het verzoek tot wraking niet op zitting behandelen, maar terstond ongegrond verklaren omdat het verzoek kennelijk ongegrond is (conform artikel 5 lid 2 onder a Wrakingsprotocol rechtbank Overijssel, gepubliceerd op rechtspraak.nl).

De wrakingskamer overweegt daartoe als volgt. In casu ziet het wrakingsverzoek op een procesbeslissing van de rechter, te weten de beslissing om de behandeling van het beroep uit te stellen tot een nader te bepalen datum. De juistheid van de beslissing kan op zichzelf niet door middel van een wrakingsverzoek aan de orde worden gesteld. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat mr. A.T. de Kwaasteniet bij het geven van deze beslissing vooringenomen was tegen [verzoekster] of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bestond, heeft [verzoekster] niet aangevoerd. Uit het enkele feit dat de rechter de behandeling van het beroep heeft uitgesteld tot een nader te bepalen datum kan de rechtbank dat niet afleiden. Daarom moet het verzoek worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank:

verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, A. Oosterveld en E. Venekatte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W. Nijkamp en in openbaar uitgesproken op 9 december 2021.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.