Civiel recht overig

Verstek. Ambtshalve toetsen koopovereenkomst: voldaan aan de informatieverplichtingen met uitzondering van…

Rechtbank Overijssel, 19 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2021 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Enschede
Datum uitspraak
19 oktober 2021
Datum publicatie
1 november 2021
Zaaknummer
9445219 \ CV EXPL 21-3626
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:4088
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Ambtshalve toetsen koopovereenkomst: voldaan aan de informatieverplichtingen met uitzondering van het herroepingsrecht. Bezorgkosten afgewezen ogv art. 6:230n lid 3 BW. Kredietovereenkomst vernietigd. Artikel 3:53 j° 6:203 BW. Kosten Afterpay.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 9445219 \ CV EXPL 21-3626

Vonnis van 19 oktober 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap ARVATO FINANCE B.V., H.O.D.N. AFTERPAY,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen,

eisende partij,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 79,38 met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.

1.2.

Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.

1.3.

Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2 De beoordeling

Ambtshalve toetsen

2.1.

De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand met betrekking tot een zaak tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument onder meer aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Artikel 6:230m BW bepaalt welke informatie moet worden verstrekt, artikel 6:230v BW bepaalt de wijze waarop die informatie moet worden gegeven. Dat verschilt naar gelang de aard en de inhoud van de overeenkomst. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

2.2.

Volgens genoemde bepalingen dient de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren over onder meer de voornaamste kenmerken van de zaak of dienst, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten, de mogelijkheid van herroeping en de kosten van retournering. Uitdrukkelijk merkt de kantonrechter op dat dit slechts een samenvatting is van de kern van deze bepalingen. De kantonrechter verwijst naar hetgeen in die bepalingen verder is vermeld en attendeert erop dat afhankelijk van de aard van de zaak meer of minder informatie wordt verlangd.

Handelaar moet informeren

2.3.

Wat de wijze van verstrekking van de informatie betreft kan de handelaar naar het oordeel van de kantonrechter niet volstaan met het opnemen daarvan in algemene voorwaarden. Tijdens het verkoopproces dient de consument stap voor stap langs deze informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Het gebruik van ‘kleine lettertjes’, zo blijkt uit de Kamerstukken, is in dat verband niet aanvaardbaar.

De handelaar moet de genoemde informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument verstrekken. Dit moet gebeuren bij het sluiten van de overeenkomst, of in ieder geval binnen een redelijke termijn daarna, uiterlijk bij de levering van de zaken. Zo’n duurzame gegevensdrager kan een brief zijn, een e-mailbericht, een pdf-bestand of zelfs een factuur, op voorwaarde dat daarin alle informatie is opgenomen.

De eisende partij moet voldoende stellen en onderbouwen

2.4.

In geval van een procedure dient de eisende partij te stellen dat aan al deze verplichtingen is voldaan, daargelaten of de eisende partij zelf de verkopende partij is of via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden. Deze stellingen moeten ook worden onderbouwd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in printscreens vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, de eisende partij dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.

Wat betekent dat voor deze zaak

2.5.

In deze zaak heeft eiseres gesteld dat de koopovereenkomst is gesloten in een webwinkel. Er is gesteld dat is voldaan aan de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen doordat de in artikel 6:230m BW genoemde informatie is getoond tijdens het bestelproces op de website en in de bevestiging van de bestelling. Tevens heeft eiseres printscreens van het bestelproces en de bevestiging overgelegd.

2.6.

De kantonrechter is van oordeel dat eiseres heeft voldaan aan haar precontractuele informatieverplichtingen, met uitzondering van de verplichting om de consument te informeren over het herroepingsrecht (artikel 6:230m lid 1 onder h BW). De schending van deze precontractuele informatieverplichting heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van 14 dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan gedaagde zijn verstrekt, doch met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Nu deze termijn reeds is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat gedaagde de overeenkomst heeft willen herroepen, zal de kantonrechter aan dit gebrek geen verdere sanctie verbinden.

2.7.

Wat betreft de wettelijke contractuele informatieverplichtingen overweegt de kantonrechter als volgt. De eisende partij heeft voldaan aan deze informatieverplichtingen, met uitzondering van de informatieverplichting ten aanzien van het herroepingsrecht. In de factuur van 27 november 2018, die kan worden gezien als een duurzame gegevensdrager, is niet opgenomen of de gedaagde partij al dan niet een herroepingsrecht toekomt. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat de contractuele informatieverplichtingen op dit onderdeel niet zijn nageleefd.

2.8.

Er is veel discussie, ook binnen de rechtspraak, over de vraag of en op welke wijze de naleving van de informatieverplichtingen moet worden getoetst en wat de sanctie moet zijn van het niet naleven daarvan. Mede gelet op de onduidelijkheid die dit met zich brengt voor partijen, zoals ook de eisende partij en de daarbij betrokken gemachtigden over wat van hen in het kader van informeren en in de procedure stellen en substantiëren wordt verlangd, zal aan de tekortkomingen in deze zaak geen sanctie worden verbonden. Daarbij is van belang dat de gedaagde partij de gekochte zaken kennelijk zonder commentaar heeft behouden en er overigens geen aanleiding is om te vermoeden dat de vordering voor wat betreft de hoofdsom als zodanig niet rechtmatig of ongegrond is. De gevorderde hoofdsom wordt dan ook toegewezen met inachtneming van en behoudens het volgende.

Beoordeling overige kosten
2.9. Dat op een juiste wijze informatie is gegeven over de “bezorgkosten” is onvoldoende gesteld en/of gebleken. Uit artikel 6:230n lid 3 BW volgt dan dat deze kosten niet verschuldigd zijn. De bijkomende in rekening gebrachte kosten, in dit geval een bedrag van € 7,95 aan “bezorgkosten”, worden daarom afgewezen.

2.10.

Nu een deel van de vordering niet toewijsbaar is gebleken, de eisende partij de renteberekening niet heeft gespecificeerd en het niet aan de kantonrechter is om een correcte renteberekening te maken, is de rente toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding.

2.11.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen nu de gedaagde partij de hoofdsom niet (tijdig) heeft voldaan, terwijl de eisende partij hiervoor wel een correcte aanmaning heeft gestuurd.

Slotsom

2.12.

De eisende partij moet dan ook de hoofdsom van € 29,40 (€ 37,35 - € 7,95 (aan “bezorgkosten”)) betalen, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 27 augustus 2021 tot de voldoening, alsmede € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

2.13.

De gedaagde partij zal de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de kant van de eisende partij zijn:

- dagvaarding € 102,15

- griffierecht € 126,00

- salaris gemachtigde € 37,00 (1 punt x tarief € 37,00)

Totaal € 265,15.

Toekomstige procedures

2.14.

Op basis van het bovenstaande moet nu voldoende duidelijk zijn wat in het kader van de wettelijke informatieverplichtingen ten aanzien van overeenkomsten betreffende de koop van één of meer roerende zaken door een consument van een handelaar wordt verwacht, zowel ten aanzien van het bestelproces als ten aanzien van de manier waarop een vordering op basis van koop op afstand of buiten de verkoopruimte moet worden onderbouwd. Zowel handelaren als hun rechtsopvolgers en gemachtigden mogen aldus in staat worden geacht om hun werk(proces) daarop in te richten.

2.15.

De kantonrechter zal in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van de rechtbanken Noord-Nederland (29 september 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3353) en Amsterdam (21 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6481) aan de Hoge Raad vooralsnog niet overgaan tot het verbinden van gevolgen aan het niet (in alle opzichten) voldaan hebben aan de hierboven besproken (pre)contractuele informatieverplichtingen, afgezien van toepassen van de specifieke sancties die de wet op enkele van de informatieverplichtingen stelt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 69,40, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over

€ 29,40 vanaf 27 augustus 2021 tot de voldoening;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van de eisende partij tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 265,15;

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2021. (HRP)