Civiel recht overig
vordering nakoming betaling geldsom
Rechtbank Overijssel, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:3646 · Rechtbank Overijssel · 17 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-3646
Zaakgegevens
Op 17 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Datum publicatie
- 28 juni 2026
- Zaaknummer
- C/08/344115 / HA ZA 26-33
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.F.P. Coehorst
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:3646
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vordering nakoming betaling geldsom
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/344115 / HA ZA 26-33
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SVEA FINANS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Reeuwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Svea Finans,
advocaat: mr. L.F.P. Coehorst,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Svea Finans heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Svea Finans vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Svea Finans heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Svea Finans heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.117,19 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Svea Finans worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
125,57 |
|
|
- griffierecht |
€ |
3.083,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
836,00 |
(1 punt × € 836,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.233,57 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] om aan Svea Finans te betalen
-
een bedrag van € 34.219,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 1 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
-
een bedrag van € 4.532,74 aan wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW berekend tot en met 31 december 2025
-
een bedrag van € 1.117,19 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 16 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.233,57 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.