Civiel recht overig
Machtiging verzoekster om informatie te krijgen of om inzage te verkrijgen in alle bancaire gegevens en de…
Rechtbank Overijssel, 25 juni 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4244 · Rechtbank Overijssel · 25 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-4244
Zaakgegevens
Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 25 juni 2026
- Datum publicatie
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- 12237999 \ EJ VERZ 26-85
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4244
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Machtiging verzoekster om informatie te krijgen of om inzage te verkrijgen in alle bancaire gegevens en de (belasting)administratie van de overledene en dat eventuele schuldeisers van de nalatenschap op verzoek van verzoekster hun vorderingen op de nalatenschap aan haar op dienen te geven en desgevraagd met bescheiden dienen te onderbouwen vanaf het moment van haar overlijden tot op heden.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: 12237999 \ EJ VERZ 26-85
Beschikking van 25 juni 2026
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoekster,
verzoekende partij,
handelend als wettelijk vertegenwoordiger en ouder van het minderjarige kinderen:
1. [minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2008,
2. [minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2020,
1 Verloop van de procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het op 19 mei 2026 bij de griffie binnengekomen verzoek van verzoekster om de nalatenschap van [naam], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 3] 1938 en overleden te Almelo op [overlijdensdatum] 2026, laatst gewoond hebbende te [plaats] (hierna te noemen: erflaatster), namens haar minderjarige kind te mogen verwerpen.
2 Beoordeling van het verzoek
Namens de kantonrechter is verzoekster in de gelegenheid gesteld om het belang van de minderjarige nader te onderbouwen en aan te tonen dat de nalatenschap negatief is. De kantonrechter stelt dat het enkele feit dat er waarschijnlijk schulden zijn onvoldoende is om een belang van de minderjarige bij de door verzoekster voorgestane verwerping van de nalatenschap aanwezig te achten.
Dat er geen contact met de overledene was kan er niet toe leiden dat een belang van de minderjarigen bij de verwerping van de nalatenschap aanwezig geacht wordt te zijn. Uit de andere stellingen van verzoekers volgt dit belang evenmin.
De kantonrechter overweegt dat het voor het vaststellen van de omvang van de nalatenschap van erflaatster van belang is om inzicht te krijgen in de administratie van de overledene. Daarom verleent de kantonrechter verzoekster een machtiging om informatie te krijgen of om inzage te verkrijgen in alle bancaire gegevens en de (belasting)administratie van de overledene en dat eventuele schuldeisers van de nalatenschap op verzoek van verzoekster hun vorderingen op de nalatenschap aan haar op dienen te geven en desgevraagd met bescheiden dienen te onderbouwen. De kantonrechter stelt verzoekster hiermee in staat de samenstelling en omvang van de nalatenschap nader te inventariseren en het belang van de minderjarige(n) bij de verwerping nader te onderbouwen.
De kantonrechter stelt verzoekster derhalve in de gelegenheid om vóór 23 juli 2026 de nalatenschap van de overledene te inventariseren en vast te stellen of deze positief dan wel negatief is. Mocht de nalatenschap negatief blijken te zijn, dan zal de kantonrechter de verzochte machtiging tot verwerping alsnog verlenen. Mocht de omvang en samenstelling van de nalatenschap ongewis blijven of de nalatenschap positief blijken te zijn of indien de kantonrechter niet tijdig een inhoudelijke reactie van verzoekster ontvangt, dan zal de machtiging worden geweigerd. De kantonrechter zal er daarbij dan - behoudens andersluidend tegenbericht van de zijde van verzoekster - van uitgaan dat verzoekster géén mondelinge behandeling van het verzoek (een zitting) wenst.
3 Beslissing
De kantonrechter:
- machtigt verzoekster om informatie te krijgen of om inzage te verkrijgen in alle bancaire gegevens en de (belasting)administratie van de overledene en dat eventuele schuldeisers van de nalatenschap op verzoek van verzoekster hun vorderingen op de nalatenschap aan haar op dienen te geven en desgevraagd met bescheiden dienen te onderbouwen vanaf het moment van haar overlijden tot op heden;
- stelt verzoekster in de gelegenheid vóór 23 juli 2026 middels een vermogensoverzicht het belang van de minderjarige(n) bij een verwerping van de nalatenschap van de overledene nader te onderbouwen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026. (HGR)