RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11733840 \ CV EXPL 25-1660
Vonnis van 13 januari 2026
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOLVA BEWINDVOERING B.V q.q.,
gevestigd en kantoorhoudende te Coevorden, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene], wonende te [woonplaats 1],
hierna te noemen: bewindvoerder,
en
2. [eiser],
wonende te [woonplaats 2],
vertegenwoordigd door [betrokkene] als voogd,
hierna te noemen: [eiser],
gezamenlijk te noemen: eisers,
gemachtigde: mr. R.J.M.H. Orgel,
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 3],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. J.A.A.M. Rupert.
3.1.
Op [overlijdensdatum] 2023 is [erflaatster] (hierna te noemen: erflaatster) overleden. Erflaatster heeft geen testament opgesteld. Haar drie kinderen, [betrokkene] (hierna: [betrokkene]), [naam 1] en [eiser], zijn haar erfgenamen. [eiser] verblijft in [locatie], een jeugdzorginstelling in [plaats].
3.2.
Erflaatster heeft vanaf 2020 een affectieve relatie gehad met [gedaagde]. Gedurende deze relatie hebben erflaatster en [gedaagde] niet samengewoond. Wel hebben zij plannen gehad om te gaan samenwonen.
3.3.
De affectieve relatie is vlak voor het overlijden van erflaatster geëindigd. [gedaagde] had nog spullen in de woning van erflaatster staan. Partijen hebben via WhatsApp contact gehad over het ophalen en terugbrengen van de spullen over en weer. [gedaagde] is op [overlijdensdatum] 2023 langsgekomen om zijn spullen op te halen en spullen van erflaatster terug te brengen. Toen [gedaagde] bezig was om zijn spullen in te laden en spullen van erflaatster uit te laden, is erflaatster buiten bewustzijn geraakt. [gedaagde] heeft haar gereanimeerd totdat ambulancepersoneel het van hem overnam. Erflaatster is dezelfde dag overleden in het ziekenhuis. [gedaagde] heeft dezelfde dag ook de groepsleiding van [locatie] geïnformeerd over het overlijden van erflaatster.
3.4.
[gedaagde] heeft op [overlijdensdatum] 2023 het hondje van erflaatster, een chihuahua met de naam [naam 2], ondergebracht bij mevrouw [naam 3], zijn buurvrouw. Het hondje (hierna te noemen [naam 2]) verblijft hier nog steeds.
3.5.
De erfgenamen hebben de nalatenschap van hun moeder beneficiair aanvaard. Zij hebben de besloten vennootschap Solva Bewindvoering B.V. gemachtigd hen te vertegenwoordigen bij het vereffenen van de nalatenschap. In maart 2025 heeft de gevolmachtigde verklaard dat de schulden zijn voldaan en de vereffening is geëindigd.
3.6.
Bij brief van 4 december 2023 is aan [gedaagde] door de gemachtigde van eisers verzocht spullen terug te geven.
Overwegingen
5.1.
De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen of de inboedelgoederen, printer en [naam 2] tot de nalatenschap van erflaatster behoren en in hoeverre [gedaagde] deze moet teruggeven aan eisers.
5.2.
De kantonrechter overweegt dat naast eisers ook een andere erfgenaam gerechtigd is tot de nalatenschap van erflaatster. Dit is de halfzus van eisers (Voetnoot 4) [naam 1]. Tijdens de mondelinge behandeling is van de zijde van de gemachtigde van eisers toegelicht dat [naam 1] niet betrokken wil worden bij de procedure.
5.3.
Ingevolge het bepaalde in artikel 3:171 BW zijn eisers, nu uit de stukken volgt dat de vereffening van de nalatenschap is geëindigd, als deelgenoten in de nalatenschap van hun moeder, gerechtigd tot het instellen van rechtsvorderingen, ook zonder deelname van de andere deelgenote [naam 1] aan de procedure. Zij treden hierbij op in hun hoedanigheid voor de gezamenlijke deelgenoten, dus ook voor [naam 1]. Eisers hebben dit ook in de dagvaarding vermeld en tijdens de mondelinge behandeling is dit bevestigd.
5.4.
Volgens eisers behoren de mango houten meubels toe aan de nalatenschap van erflaatster en moet [gedaagde] deze goederen daarom aan hen afgeven. [gedaagde] betwist dit en stelt dat de meubels van [gedaagde] en erflaatster samen waren.
5.5.
De kantonrechter vindt het voldoende aannemelijk dat de mango houten meubels van zowel erflaatster als [gedaagde] waren. Erflaatster en [gedaagde] hebben enkele jaren een affectieve relatie gehad en waren voornemens te gaan samenwonen totdat erflaatster, zo is onbetwist gesteld door [gedaagde], op 23 juni 2023 de relatie plotseling verbrak. Uit de WhatsApp-correspondentie voorafgaand aan [overlijdensdatum] 2023 blijkt dat erflaatster en [gedaagde] over en weer spullen bij elkaar liggen. Op de dag dat [gedaagde] spullen bij erflaatster wilde ophalen, nam hij een bus met aanhanger mee. Dat wijst erop dat [gedaagde] ook grotere zaken – zoals meubels – moest vervoeren. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter aldus ook dat een deel van de mango houten meubels eigendom is van [gedaagde]. Daarom hoeft [gedaagde] slechts één tv-kast en één boekenkast aan eisers terug te geven. Indien [gedaagde] de kast met een aanschafwaarde van € 199,00 (de smalste kast) aan eisers teruggeeft, zal hij, gelet op verschil in waarde van beide kasten, aan eisers een bedrag van € 30,00 dienen te betalen. Als [gedaagde] de andere kast aan eisers geeft, zullen eisers eenzelfde bedrag aan [gedaagde] dienen te voldoen. Dit bedrag kan in het laatste geval in mindering worden gebracht op het bedrag dat [gedaagde] aan eisers dient te voldoen.
5.6.
Voor wat betreft de tafeltjes geldt dat tot de nalatenschap 1,5 tafeltje behoort. [gedaagde] zal niet veroordeeld worden tot teruggave van een halve tafel, maar zal de helft van de waarde van één tafeltje moeten betalen, ofwel € 24,75.
5.7.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat de printer onderdeel is van de nalatenschap van erflaatster en dat hij deze aan eisers zal teruggeven. [gedaagde] heeft meegedeeld dat hij de printer nog wil nakijken op mogelijke opgeslagen documenten. Daarom zal de kantonrechter bepalen dat [gedaagde] de printer binnen 30 dagen na heden moet afgeven, zodat hij nog in de gelegenheid is documenten van de Epson printer te verwijderen.
5.8.
Volgens eisers heeft [gedaagde] een bureau meegenomen, dat hij eerder aan erflaatster heeft geschonken. [gedaagde] voert op zijn beurt aan dat hij het bureau niet geschonken heeft, maar in de woning van erflaatster plaatste omdat hij daar een werkplek voor het schildersbedrijf van hem en erflaatster inrichtte.
5.9.
De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] betwist dat hij het bureau aan erflaatster heeft geschonken. Daarom is het (in dit geval) aan eisers om voldoende te stellen en onderbouwen dat het bureau daadwerkelijk is geschonken. Daartoe is alleen aangevoerd dat het bureau zou zijn geschonken, zodat [eiser] daaraan huiswerk kan maken op de momenten dat hij bij erflaatster verbleef. Hieruit blijkt echter niet het oogmerk dat [gedaagde] het bureau zou willen schenken. [gedaagde] hoeft het bureau dus niet terug te geven.
Hond [naam 2]
5.10.
Eisers vorderen dat [gedaagde] aan hen geeft omdat ook [naam 2] onderdeel is van de nalatenschap van erflaatster.
5.11.
De kantonrechter overweegt dat voldoende is gebleken dat erflaatster [naam 2] heeft aangeschaft voordat zij een relatie kreeg met [gedaagde]. Dat [gedaagde] mede-eigenaar zou zijn zoals zijn gemachtigde heeft gesteld, volgt de kantonrechter niet. [gedaagde] heeft zelf ook verklaard dat erflaatster de kosten van [naam 2] voldeed. Omdat erflaatster alleen woonde, heeft [gedaagde] [naam 2] toen erflaatster naar het ziekenhuis werd gebracht waar ze dezelfde dag is overleden, bij een kennis ondergebracht. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] aldus op juiste wijze de zaken van erflaatster heeft waargenomen. Gesteld noch gebleken is dat er op dat moment een andere oplossing voorhanden was. Het was niet mogelijk om [naam 2] onder te brengen bij [locatie] en erflaatster en [betrokkene] hadden op dat moment al jaren geen contact meer.
5.12.
Eisers stellen dat in de brief van 4 december 2023 [gedaagde] verzocht is de spullen die hij meegenomen heeft, terug te geven. Of onder deze spullen ook [naam 2] wordt begrepen, kan de kantonrechter niet beoordelen, omdat de betreffende brief niet in het geding is gebracht. Maar ook als dat wel zo is, heeft het bijna twee jaren geduurd voordat de onderhavige procedure is gestart. Inmiddels verblijft [naam 2] ruim tweeënhalf jaar bij zijn nieuwe verzorgster. De kantonrechter heeft de overtuiging dat hij daar een goed thuis heeft gevonden en acht het daarom niet in het belang van [naam 2] indien hij (opnieuw) zou moeten verhuizen. Bovendien kan [naam 2] niet naar [eiser] omdat [eiser] bij [locatie] verblijft. Het zou misschien mogelijk zijn dat hij naar [betrokkene] gaat, maar [betrokkene] was niet woonachtig bij erflaatster en had zelfs al jaren geen contact meer gehad. Ook hebben [eiser] en [betrokkene] [naam 2] na het overlijden van erflaatster niet meer gezien, ondanks dat [gedaagde] wel heeft aangegeven dat [naam 2] bezocht mocht worden. De conclusie is dan ook: [naam 2] kan blijven waar hij nu is.
5.13.
Omdat [naam 2] wel onderdeel uitmaakte van de nalatenschap van erflaatster zal het bedrag dat erflaatster heeft betaald voor de aanschaf van [naam 2], dienen te worden voldaan aan de nalatenschap. Onbetwist is gesteld door [gedaagde] dat dit een bedrag van € 300,00 is. Nu de buurvrouw van [gedaagde] die [naam 2] vanaf juni 2023 verzorgt, via [gedaagde] te kennen heeft gegeven dit bedrag te willen voldoen, zal [gedaagde] worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan eisers. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een hoger bedrag toe te kennen. [betrokkene] had op het moment van overlijden van erflaatster al jaren geen contact meer met erflaatster zodat niet valt in te zien waaruit de gestelde bijzondere band tussen haar en [naam 2] dan zou moeten hebben bestaan. Ook [eiser] kwam maar twee dagen per twee of drie weken thuis en is bovendien niet in de gelegenheid om [naam 2] te huisvesten, net zo min als [naam 1], zo is tijdens de mondelinge behandeling gebleken.
Het (meer) subsidiair gevorderde
5.14.
De kantonrechter ziet geen reden voor het toewijzen van het subsidiair gevorderde, nu [gedaagde] heeft aangegeven dat hij de spullen nog onder zich heeft en kan afgeven. Ook hebben eisers – met onderbouwing door overlegging van facturen – al aangetoond wat de waarde van de zaken is.
5.15.
De kantonrechter ziet geen reden om een dwangsom te verbinden aan de afgifte van de zaken. Wel zal [gedaagde], als hij niet alle goederen afgeeft, de nader te noemen bedragen moeten betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding:
- € 449,- als hij de mango houten boekenkast niet binnen 30 dagen afgeeft;
- € 229,00 (Voetnoot 5) als hij de mango houten tv-kast niet binnen 30 dagen afgeeft;
- € 50,- als hij de Espon printer niet binnen 30 dagen afgeeft;
5.16.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Beslissing
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de Epson printer, een mango houten tv-kast en een mango houten boekenkast, binnen 30 dagen na dagtekening van dit vonnis;
6.2.
bepaalt dat [gedaagde], indien hij niet binnen de genoemde termijn tot afgifte overgaat, hij de volgende bedragen aan eisers dient te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling:
- € 449,00 (boekenkast);
- € 229,00 (tv-kast);
- € 50,00 (Epson printer);
6.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan eisers van een bedrag van € 324,75 (€ 24,75 + € 300,00) plus of min een bedrag van € 30,00 (Voetnoot 6), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
6.4.
compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.