Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel, 12 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Datum publicatie
23 augustus 2026
Zaaknummer
12243298 \ RR FORM 26-32
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:5160
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verstek regelrechter

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12243298 \ RR FORM 26-32

Vonnis van 12 augustus 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf],

te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [bedrijf],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier van 13 mei 2026,

- de mondelinge behandeling van 29 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- het tegen [bedrijf] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar deze zaak over gaat

2.1

[eiser] heeft op 27 november 2024 een ‘Suar boomstamtafel’ (hierna: de tafel) gekocht van [bedrijf] voor een bedrag van € 4.199,00.

2.2

[eiser] heeft de koopsom voldaan, maar de tafel is niet geleverd.

2.3

In deze procedure wil [eiser] dat [bedrijf] wordt veroordeeld om hem het bedrag van € 4.199,00 terug te betalen. [eiser] beroept zich daarbij op ontbinding van de koopovereenkomst.

3 De beoordeling

3.1

De kantonrechter stelt voorop dat [bedrijf] niet is verschenen. Bij het oproepen van [bedrijf] zijn de voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Tegen [bedrijf] is daarom verstek verleend.

3.2

Gelet op het verleende verstek zal de kantonrechter de vordering van [eiser] toewijzen, tenzij de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

3.3

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal dan ook worden toegewezen.

3.4

[bedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

€

265,00

- reis-, verblijf- en verletkosten

€

50,00

Totaal

€

315,00.

3.5

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de nakoming van het vonnis meteen kan worden afgedwongen, ook als één van de partijen daartegen verzet of hoger beroep instelt.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1

veroordeelt [bedrijf] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.199,00,

4.2

veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 315,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.