Civiel recht overig
Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Overijssel, 16 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5723 · Rechtbank Overijssel · 16 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-5723
Zaakgegevens
Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 27 september 2026
- Zaaknummer
- C/08/331884 / HA ZA 25-124
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.P.B. Kroep, mr. A.C. Huisman, mr. A.C. Huisman, mr. V.J.N. van Oijen
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5723
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenvonnis
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Vonnis van 16 september 2026
in de hoofdzaak met zaaknummer C/08/331884 / HA ZA 25-124
1 [partij A1] ,
te [woonplaats 1] ,
2. [partij A2],
te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [partij A] ,
advocaat: mr. C.P.B. Kroep,
tegen
[partij B] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [partij B] ,
advocaat: mr. A.C. Huisman.
in de vrijwaringszaak met zaaknummer C/08/342792 HA ZA 25-449
[partij B] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [partij B] ,
advocaat: mr. A.C. Huisman,
tegen
1 [partij C] ,
te [woonplaats 3] ,
2. COÖPERATIE DAMSTÉ ADVOCATEN-NOTARISSEN U.A.,
te Enschede,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [partij C] en Damsté,
advocaat: mr. V.J.N. van Oijen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
- de dagvaarding van [partij A] met producties 1 t/m 13,
- de conclusie van antwoord van [partij B] met producties 1 t/m 3,
- de akte van [partij A] met productie 14,
- de akte van [partij A1] c.s met producties 15 t/m 27,
- de akte van [partij B] met producties 4 t/m 7.
Het verloop van de procedure in de vrijwaring blijkt uit:
- het vonnis in incident van 8 oktober 2025,
- de akte van [partij C] en Damsté met producties 4 en 5,
- de akte van [partij B] met producties 8 t/m 10.
Vervolgens heeft er op 4 september 2026 in zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn daarbij verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij zij spreekaantekeningen hebben overgelegd. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
Ten slotte is in de hoofdzaak en in de vrijwaring vonnis bepaald.
2 De beoordeling
in de hoofdzaak
Tijdens de mondelinge behandeling van 4 september 2026 heeft [partij B] twee (principale) verweren gevoerd die zij niet eerder bij conclusie van antwoord naar voren heeft gebracht. Het gaat allereerst om het verweer dat de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 Burgerlijk Wetboek van toepassing is, waardoor [partij A1] voor de bij akte van 21 januari 2020 verrichte rechtshandeling volgens [partij B] geen toestemming nodig had van [partij A2]. Daarnaast heeft [partij B] het verweer gevoerd dat de mogelijkheid van [partij A] om zich op vernietiging te beroepen is verjaard. Deze verweren brengen volgens [partij B] mee dat de vorderingen van [partij A] moeten worden afgewezen.
Naar het oordeel van de rechtbank is die grens in dit geval niet overschreden. Wel begrijpt de rechtbank dat de nieuwe verweren [partij A] hebben overvallen en zij er daardoor nog niet inhoudelijk op hebben kunnen reageren. In het kader van hoor en wederhoor zal de rechtbank [partij A] de gelegenheid geven om bij akte een reactie te geven op de verweren die zijn vermeld in rechtsoverweging 2.1. Vervolgens zal de zaak naar de rol worden verwezen voor vonnis.
in de vrijwaringszaak
De rechtbank zal iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak aanhouden totdat ook in de hoofdzaak een eindvonnis kan worden gewezen.
3 De beslissing
De rechtbank
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 30 september 2026 voor het nemen van een akte door [partij A] over de verweren die zijn vermeld in rechtsoverweging 2.1, waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd en de zaak naar de rol van woensdag 25 november 2026 zal worden verwezen voor vonnis,
houdt iedere beslissing aan,
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 30 september 2026, opdat tegelijk met de hoofdzaak vonnis kan worden bepaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.