Civiel recht overig
De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Rechtbank Overijssel, 12 juni 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:2166 · Rechtbank Overijssel · 12 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2023-2166
Zaakgegevens
Op 12 juni 2023 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 12 juni 2023
- Datum publicatie
- 13 juni 2023
- Zaaknummer
- 297760 KG RK 23-240
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2023:2166
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: 297760 KG RK 23-240
Beslissing van 12 juni 2023
in de zaak van
[verzoeker] , handelend onder de naam [eenmanszaak] ,
te [woonplaats] ,
verzoeker tot wraking.
1 De procedure
Bij e-mail van 4 juni 2023 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van
mr. W.R.H. Lutjes, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de kantonzaak die is geregistreerd onder zaaknummer 10190885 \ CV EXPL 22-3983. Het verzoek is ingediend bij de wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en vervolgens ter behandeling in handen gesteld van de wrakingskamer van deze rechtbank.
2 De beoordeling
De wrakingskamer overweegt dat uit artikel 37 lid 1 Rv volgt dat een verzoek tot wraking in beginsel in elke stand van de procedure kan worden gedaan. Het verzoek moet evenwel zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd (zie HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). In dit geval is het verzoek gedaan nadat op 30 mei 2023 eindvonnis is gewezen. Het verzoek is dus te laat ingediend. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Om die reden komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe.
3 De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, H. Manuel en M.H. van der Lecq in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.