Strafrecht overig
Verdachte is tenlastegelegd dat hij een vrouw gebeft zou hebben terwijl zij sliep en niet in staat was om…
Rechtbank Overijssel, 3 maart 2015
ECLI:NL:RBOVE:2015:1083 · Rechtbank Overijssel · 3 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2015-1083
Zaakgegevens
Op 3 maart 2015 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 3 maart 2015
- Datum publicatie
- 3 maart 2015
- Zaaknummer
- 08/955897-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2015:1083
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte is tenlastegelegd dat hij een vrouw gebeft zou hebben terwijl zij sliep en niet in staat was om haar wil kenbaar te maken.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Uitspraak
Rechtbank Overijssel
Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08/955897-13
Datum vonnis: 3 maart 2015
Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 juni 2014 en 17 februari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.E. Kikkert, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
primair: [slachtoffer] heeft gebeft, terwijl zij sliep;
subsidiair: ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], terwijl zij sliep.
Voluit luidt de tenlastelegging, na wijziging, aan de verdachte, dat:
hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Almelo, met [slachtoffer], van wie hij,
verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd
bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige
gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens
leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent
te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer
handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte:
- de (korte) broek en/of onderbroek en/of panty van die [slachtoffer]
uitgetrokken en/of (vervolgens) de benen van die [slachtoffer] gespreid en/of
- zijn hoofd tussen de benen van die [slachtoffer] gebracht en/of (vervolgens)
met zijn, verdachtes, tong de vagina en/of schaamlippen en/of de clitoris van die [slachtoffer] gelikt en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, tong in de vagina van die
[slachtoffer] geduwd en/of gebracht;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou
kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Almelo, met [slachtoffer], van wie hij
verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd
bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige
gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed
dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te
bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer
ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:
- het met zijn, verdachtes, tong likken aan/over de schaamlippen en/of vagina
en/of schaamstreek van die [slachtoffer].
3 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in preventieve hechtenis heeft doorgebracht en met een proeftijd van 3 jaar.
De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en heeft de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
4 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
5 De beoordeling van het bewijs
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] en getuige [getuige 1] gedetailleerd, consistent en helder zijn. Deze verklaringen worden onderbouwd door de verklaring van de moeder van aangeefster en het relaas van de politie. Verdachte heeft, terwijl aangeefster sliep, gelikt aan haar vagina en clitoris; er was sprake van seksueel binnendringen in het lichaam van aangeefster. Aangeefster was niet in staat om haar wil omtrent de handelingen van verdachte kenbaar te maken en/of zich hiertegen te verzetten.
Het standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het primair en subsidiair tenlastegelegde; er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De verklaringen van aangeefster [slachtoffer] en getuige [getuige 1] zijn onbetrouwbaar en tegenstrijdig. Aangeefster heeft op basis van de informatie die zij van [getuige 1] ontving, aangifte gedaan en niet op basis van eigen wetenschap. Subsidiair kan niet bewezen worden dat er sprake was van een bewusteloze, onmachtige of gestoorde toestand van aangeefster.
De bewijsoverwegingen van de rechtbank
De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Nu op grond van de zich in het dossier bevindende stukken niet uitgesloten kan worden dat aangeefster geen herinnering heeft aan hetgeen haar is overkomen en haar aangifte gebaseerd is op wat zij van getuige [getuige 1] heeft gehoord, is er in essentie slechts sprake van één belastende verklaring, te weten de verklaring van de getuige [getuige 1] over wat er in de woonkamer tussen aangeefster en verdachte zou zijn voorgevallen. De verklaring van [getuige 1] vindt geen ondersteuning in ander rechtstreeks wettig bewijsmateriaal. Getuige [getuige 2] heeft immers verklaard dat er niets is gebeurd terwijl verdachte vanaf zijn allereerste verklaring is blijven volharden in ontkenning van het hem tenlastegelegde. Bij die stand van zaken ontbreekt het wettige bewijsmateriaal om tot de overtuiging te kunnen komen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken.
6 De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer], wonende te [woonplaats] aan het [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 680,- (zeshonderdtachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
-
materiële schade (kleding) € 80,-;
-
immateriële schade € 600,-.
Omdat verdachte wordt vrijgesproken, dient de vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] niet-ontvankelijk te worden verklaard.
7 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer], wonende te [woonplaats], aan het [adres] niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. B.W.M. Hendriks en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2015.