Strafrecht overig
De rechtbank heropent het onderzoek onder gelijktijdige schorsing daarvan opdat het Openbaar Ministerie…
Rechtbank Overijssel, 26 juli 2016
ECLI:NL:RBOVE:2016:2922 · Rechtbank Overijssel · 26 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2016-2922
Zaakgegevens
Op 26 juli 2016 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 26 juli 2016
- Datum publicatie
- 26 juli 2016
- Zaaknummer
- 08.770088-16 en 08.770231-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2016:2922
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank heropent het onderzoek onder gelijktijdige schorsing daarvan opdat het Openbaar Ministerie, verdachte en diens raadsman over het (voorgenomen) bevel tot observatie worden gehoord.
Uitspraak
Rechtbank Overijssel
Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummers: 08.770088-16 en 08.770231-15
Datum vonnis: 26 juli 2016
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ,
verblijvende FPC Pompestichting, Lunettenlaan 501, 5263 NT Vught.
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 juni 2016 en 12 juli 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.C.C. Berendsen en van hetgeen door de gemachtigde raadsman van verdachte mr. P. Hoogenraad, advocaat te Maassluis, naar voren is gebracht. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.
Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 08.770088-16 en 08.770231-15 tegen de verdachte aangebrachte zaken.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging aan de verdachte luidt - na wijziging conform artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) - dat:
in de zaak met parketnummer 08.770088-16:
hij op of omstreeks 04 december 2015 te Balkbrug, althans in de gemeente
Hardenberg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven,
- met een potlood en/of een pen, althans met een scherp/puntig voorwerp een of
meermalen in de hals en/of in het hoofd (onder rechter oor en bovenop het hoofd aan de
rechterzijde) en/of in het gezicht (boven linker wenkbrauw) heeft gestoken
en/of geslagen en/of
- met een potlood en/of een pen, althans met een scherp/puntig voorwerp een of
meermalen in/tegen de schouder en/of het sleutelbeen, althans het
bovenlichaam heeft gestoken en/of geslagen en/of
- met de vuist een of meermalen tegen het gezicht/hoofd en /of lichaam heeft
gestompt en/of geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou
kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op of omstreeks 4 december 2015 in Balkbrug, althans in de gemeente
Hardenberg, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om al dan niet met voorbedachten rade aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (steekwonden hals en onder rechteroor en boven linker
wenkbrauw) toe te brengen
- met een potlood en/of een pen, althans met een scherp/puntig voorwerp een of
meermalen in de hals en/of in het hoofd (onder rechter oor en bovenop het hoofd aan de
rechterzijde) en/of in het gezicht (boven linker wenkbrauw) heeft gestoken
en/of geslagen en/of
- met een potlood en/of een pen, althans met een scherp/puntig voorwerp een of
meermalen in/tegen de schouder en/of het sleutelbeen, althans het
bovenlichaam heeft gestoken en/of geslagen en/of
- met de vuist een of meermalen tegen het gezicht/hoofd en /of lichaam heeft
gestompt en/of geslagen;
in de zaak met parketnummer 08.770231-15:
hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Balkbrug, gemeente Hardenberg,
[slachtoffer] ( [functie slachtoffer] ) heeft mishandeld door die [slachtoffer]
- meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen in/op/tegen het
gezicht/hoofd, althans het lichaam en/of
- meermalen, althans eenmaal, te trappen en/of te schoppen op/tegen het
lichaam.
Hervatting van het onderzoek
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting. Het onderzoek ter terechtzitting is op 12 juli 2016 gesloten. Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat ten aanzien van de persoon van verdachte het onderzoek niet volledig is geweest, zodat het onderzoek ter terechtzitting moet worden heropend.
De rechtbank overweegt daartoe - zakelijk weergegeven - als volgt.
Verdachte heeft geweigerd in de onderhavige zaken zijn medewerking aan het psychologisch en het psychiatrisch onderzoek te verlenen. De psychiater, D.J. Vinkers, en de psycholoog, B. van Giessen, hebben in hun rapport van respectievelijk 13 mei 2016 en 9 mei 2016 beiden aangegeven om die reden op de gestelde vragen, waaronder de vraag of er bij verdachte van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens sprake is, geen of met onvoldoende zekerheid antwoord te kunnen geven.
De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd dat verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08.770088-16 primair (poging tot moord) en het in de zaak met parketnummer 08.770231-15 wordt veroordeeld en dat hem de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt opgelegd. De officier van justitie heeft aan de vordering tot oplegging van de TBS-maatregel de hiervoor genoemde ‘weigerrapporten’ van de psycholoog en de psychiater en de 6-jaars rapportage, die in het kader van een verlenging van de huidige TBS-maatregel van verdachte zijn opgemaakt, ten grondslag gelegd. Laatstgenoemde 6-jaars rapportage bestaat uit een rapport van psychiater P.A. de Mon van 19 september 2013 en een rapport van psycholoog I.M. van Woudenberg van 23 september 2013.
De rechtbank overweegt, mede gezien de eis van de officier van justitie, toepassing van artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht. Gezien het feit dat de 6-jaars rapportage bijna drie jaar geleden is opgemaakt en het feit dat verdachte heeft geweigerd aan het laatstelijk verrichte persoonlijkheidsonderzoek zijn medewerking te verlenen, acht de rechtbank het noodzakelijk dat er (wederom) een onderzoek naar de persoon c.q. geestvermogens van verdachte wordt ingesteld. In het belang van een correcte en zorgvuldige afdoening is naar het oordeel van de rechtbank observatie van verdachte in het Pieter Baan Centrum dan wel in een andere inrichting tot klinische observatie bestemd vereist.
Gezien de omstandigheid dat, gelet op het bepaalde in artikel 509g, tweede lid Sv, een dergelijk bevel niet kan worden gegeven dan nadat het openbaar ministerie, de verdachte en zijn raadsman zijn gehoord, zal de rechtbank het onderzoek daartoe heropenen en gelijktijdig schorsen, zoals hierna is bepaald.
Beslissing
De rechtbank:
heropent het onderzoek ter terechtzitting onder gelijktijdige schorsing daarvan voor onbepaalde tijd opdat het openbaar ministerie, verdachte en diens raadsman over het (voorgenomen) bevel tot observatie worden gehoord;
stelt de stukken in handen van het openbaar ministerie;
beveelt de oproeping van de verdachte en diens raadsman om op de nog nader te bepalen terechtzitting te verschijnen;
beveelt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in kennis wordt gesteld van het tijdstip van hervatting van het onderzoek ter terechtzitting.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2016.
Mr. Bordenga en mr. Van der Maden zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.