Strafrecht overig
De rechtbank Overijssel spreekt een 50-jarige man vrij voor het vervaardigen van amfetamine. De rechtbank is…
Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2019
ECLI:NL:RBOVE:2019:3535 · Rechtbank Overijssel · 7 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2019-3535
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2019 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2019
- Datum publicatie
- 7 oktober 2019
- Zaaknummer
- 08/146817-19 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2019:3535
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Overijssel spreekt een 50-jarige man vrij voor het vervaardigen van amfetamine. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vast is komen te staan dat hij zich op 7 maart 2019 in nauwe en bewuste samenwerking zich hier schuldig aan heeft gemaakt.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08/146817-19 (P)
Datum vonnis: 7 oktober 2019
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1]
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 september 2019.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Leunk en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 7 maart 2019 in Enschede, samen met anderen betrokken is geweest bij het maken van amfetamine en dat hij eveneens samen met anderen amfetamine(olie) aanwezig heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 7 maart 2019 te Enschede, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk, heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde
amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of een of meer (overige) stoffen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. De bewijsoverwegingen
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit kan worden bewezen en dat verdachte ter zake daarvan dient te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De tenlastelegging is beperkt tot één datum en op die dag is geen sprake geweest van verwijtbaar strafbare handelingen gepleegd door verdachte. Er is evenmin sprake geweest van een door hem geleverde significante bijdrage daaraan.
Het oordeel van de rechtbank
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op 7 maart 2019 samen met anderen betrokken is geweest bij de vervaardiging van amfetamine in een drugslaboratorium dat was gevestigd op [adres 2] in Enschede.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vast is komen te staan dat verdachte zich op 7 maart 2019 in nauwe en bewuste samenwerking met één of meer anderen schuldig heeft gemaakt aan het samen met anderen vervaardigen van amfetamine.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Berg, voorzitter, mr. H. Stam en mr. F.H.W. Teekman, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2019.