Strafrecht overig
De rechtbank Overijssel spreekt een 26-jarige man vrij voor het plegen van aanrandingen. De inhoud van het…
Rechtbank Overijssel, 9 oktober 2020
ECLI:NL:RBOVE:2020:3372 · Rechtbank Overijssel · 9 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2020-3372
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2020 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2020
- Datum publicatie
- 14 oktober 2020
- Zaaknummer
- 08.047731.20 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2020:3372
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Overijssel spreekt een 26-jarige man vrij voor het plegen van aanrandingen. De inhoud van het strafdossier bevat weliswaar aanwijzingen die als belastend voor de man kunnen worden uitgelegd, maar die aanwijzingen leiden niet tot het wettige en overtuigende bewijs voor de aanrandingen.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.047731.20 (P)
Datum vonnis: 9 oktober 2020
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 09 oktober 2020.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. E.J. Leunk en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Borne, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: [aangever 1] heeft aangerand door onverhoeds haar borsten en billen te betasten;
feit 2: [aangever 2] heeft aangerand door haar onverhoeds in de billen te knijpen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 10 september 2019 te Borne,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid, te weten door
nader te noemen [aangever 1] op een fiets te achtervolgen en/of (vervolgens)
gekomen nabij die [aangever 1] haar aan te spreken en/of (daarbij) te roepen 'STOP'
en/of (vervolgens)
die [aangever 1] onverhoeds aan/over haar borst(en) en/of rug en/of billen aan te
raken en/of te wrijven
[aangever 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer
ontuchtige handelingen, te weten:
het onverhoeds betasten en/of aanraken van en/of wrijven over haar borst(en)
en/of billen;
2.
hij op of omstreeks 20 augustus 2019 te Borne,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid, te weten door
nader te noemen [aangever 2] op een fiets te achtervolgen en/of (vervolgens)
gekomen nabij en/of naast die [aangever 2] onverhoeds in haar billen te knijpen
en/of haar billen aan te raken
[aangever 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer
ontuchtige handelingen, te weten:
het onverhoeds knijpen in en/of aanraken van haar billen.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 De bewijsoverwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een veroordeling te komen. Verdachte dient daarom van die feiten te worden vrijgesproken, aldus de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft – overeenkomstig de inhoud van de door haar ter zitting overgelegde pleitnota - zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een veroordeling van verdachte zodat hij moet worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank
De inhoud van het strafdossier bevat weliswaar aanwijzingen die als belastend voor verdachte kunnen worden uitgelegd, maar die aanwijzingen leiden niet tot het wettige en overtuigende bewijs dat verdachte degene is geweest die op respectievelijk 20 augustus 2019 en 10 september 2019 de tenlastegelegde aanrandingen in Borne heeft gepleegd.
De rechtbank acht dan ook niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. G.J. Stoové, rechters, in tegenwoordigheid van Z. Demir, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2020.
Buiten staat
Mr. Bordenga-Koppes en mr. Stoové zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.