Strafrecht overig
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf…
Rechtbank Overijssel, 7 maart 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:4065 · Rechtbank Overijssel · 7 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2022-4065
Zaakgegevens
Op 7 maart 2022 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 7 maart 2022
- Datum publicatie
- 21 april 2023
- Zaaknummer
- 84.003391.22 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2022:4065
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, nadat zij schuldig is gevonden aan het voorhanden hebben en opslaan van illegaal vuurwerk.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.003391.22 (P)
Datum vonnis: 7 maart 2022
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [woonplaats] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 februari 2022.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. P.A. van der Vliet en van wat door verdachte naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte opzettelijk professioneel vuurwerk (550 stuks knalvuurwerk, 8 shells en een knalstreng van 1,6 kilogram) in haar woning heeft opgeslagen/voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij op of omstreeks 30 december 2020 te Enschede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 550 stuks knalvuurwerk (Spanish cracker-C, AB29, Chooêt, p. 25 proces-verbaal), en/of
- 8 stuks shells (SF5013, Shangli Sunsong Import & Export, p. 30 proces-verbaal), en/of
- 1,6 kg knalstreng (White Dragon, 02067, Chi, p. 35 proces-verbaal),
althans één of meer stuks knalvuurwerk en/of shells (mortierbommen) en/of één of meer kilogram(men) knalstreng,
in een woning gelegen aan [woonplaats] heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft ter terechtzitting geen verweer ten aanzien van het bewijs gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door haar geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.
-
Een proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2021 (pag. 3);
-
een proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van
15 februari 2021 (pag. 15 e.v.); -
het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 21 februari 2022, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 30 december 2020 te Enschede, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:
- 550 stuks knalvuurwerk (Spanish cracker-C, AB29, Chooêt), en
- 8 stuks shells (SF5013, Shangli Sunsong Import & Export, en
- 1,6 kg knalstreng (White Dragon, 02067, Chi),
in een woning gelegen aan [woonplaats] heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer gelezen in samenhang met artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten.. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
het misdrijf:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan.
6 De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
7 De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf voor de duur van 100 uur wordt opgelegd. Daarnaast dient aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden te worden opgelegd, waarbij een proeftijd van twee jaren geldt.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft een hoeveelheid professioneel vuurwerk in haar woning opgeslagen en voorhanden gehad. Het is algemeen bekend dat het opslaan en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, ernstig gevaar voor de omgeving (mens en milieu) kan opleveren. Daarom is het voorhanden hebben en gebruik ervan alleen toegestaan aan personen met gespecialiseerde kennis. Verdachte heeft zich van deze risico’s onvoldoende rekenschap gegeven en de rechtbank rekent dit verdachte aan.
Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 10 januari 2022 blijkt dat verdachte geen relevante documentatie heeft.
Verder heeft de rechtbank oog gehad voor de omstandigheid dat, zoals ter zitting is gebleken, de strafzaak en de potentiële uitkomst daarvan een zware wissel heeft getrokken op verdachte, die daarnaast kampt met mentale problematiek als gevolg van de zorgen die zij heeft over de gezondheid van meerdere van haar gezinsleden.
Alles overwegend, en mede in acht nemend dat verdachte een dienstverband heeft, is de rechtbank van oordeel, conform de eis van de officier van justitie, dat passend en geboden is om aan verdachte op te leggen een taakstraf van 100 uur, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren.
8 De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht.
9 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 100 (honderd) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2022.
Mr. Wentink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.