Strafrecht overig
Veroordeling voor het medeplegen van witwassen van grote geldbedragen, tot een totaal van € 604.900,--, en…
Rechtbank Overijssel, 30 augustus 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:4242 · Rechtbank Overijssel · 30 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2022-4242
Zaakgegevens
Op 30 augustus 2022 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 30 augustus 2022
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 08-952672-18 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2022:4242
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor het medeplegen van witwassen van grote geldbedragen, tot een totaal van € 604.900,--, en een grote hoeveelheid auto’s en motoren.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-952672-18 (P)
Datum vonnis: 30 augustus 2022
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
16 augustus 2022.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. L. Grooters en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 16 augustus 2022, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 1 juni 2016 tot 17 mei 2019, al dan niet samen met anderen, bedragen van € 366.000,-- en € 130.00,--, negen motoren en tien auto’s heeft witgewassen, terwijl hij wist (primair), dan wel redelijkerwijs moest vermoeden (subsidiair), dat die bedragen, motoren en auto’s van misdrijf afkomstig waren;
feit 2: in de periode 12 juni 2016 tot 17 mei 2019, al dan niet samen met anderen, een bedrag van € 108.900,--, negen motoren en tien auto’s heeft witgewassen, terwijl hij wist (primair), dan wel redelijkerwijs moest vermoeden (subsidiair), dat die € 108.900,-- en die motoren en auto’s van misdrijf afkomstig waren;
feit 3: in de periode van 10 december 2018 tot 9 maart 2019, al dan niet samen met anderen, een geldbedrag van € 35.211,-- heeft witgewassen, terwijl hij wist (primair), dan wel redelijkerwijs moest vermoeden (subsidiair), dat die € 35.211,-- van misdrijf afkomstig was.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2016 tot 17 mei 2019, te Nieuwleusen, Rogat, Zwartebroek, Coevorden, Duiven, Hollandscheveld, Hardenberg, Ommen en/of Dedemsvaart, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens van (een) voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 366.000 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 1] B.V. (omschrijving: lening t.b.v. dhr. [verdachte] )) en/of
- een geldbedrag van € 130.000 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 1] B.V. (omschrijving: lening u.g.)
althans van enig(e) geldbedrag(en), en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R 1100 Yoshimura, kenteken [kenteken 1] (ter waarde van € 5.500) (pagina 087) en/of
- een motor, Honda, CB 1000 R ABS, kenteken [kenteken 2] (ter waarde van € 15.819) (pagina 089) en/of
- een motor, Suzuki GSX R 750, kenteken [kenteken 3] (ter waarde van € 1.875) (pagina 091) en/of
- een motor, Yamaha, FJR 1300 ABS, kenteken [kenteken 4] (ter waarde van € 11.200) (pagina 094) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC, kenteken [kenteken 5] (ter waarde van € 8.000) (pagina 095) en/of
- een motor, Suzuki, kenteken [kenteken 6] (pagina 096) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC-F (ter waarde van € 8.002,58) (pagina 103) en/of
- een motor, Suzuki, GSX 600 F, kenteken [kenteken 7] (ter waarde van € 1.250) (pagina 109) en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R750, kenteken [kenteken 8] (ter waarde van € 2.250) (pagina 112) en/of
- een auto, Audi, RS 4 AVANT, kenteken [kenteken 9] (ter waarde van € 63.000)(pagina 121) en/of
- een auto, Audi, S4 Avant, kenteken [kenteken 10] (ter waarde van € 15.000) (pagina 122) en/of
- een auto, Audi, S4, kenteken [kenteken 11] (ter waarde van € 38.000) (pagina 123) en/of
- een auto, Audi, A4, kenteken [kenteken 12] (ter waarde van € 23.000) (pagina 125) en/of
- een auto, Porsche, 911 Carrera, kenteken [kenteken 13] (ter waarde van € 26.000 euro) (pagina 126) en/of
- een auto, BMW, 3 serie coupe E92, kenteken [kenteken 14] (ter waarde van € 37.500) (pagina 128) en/of
- een auto, Audi, S7 sportback, kenteken [kenteken 15] (ter waarde van € 49.950) (pagina 131) en/of
- een auto, Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken 16] (ter waarde van € 30.350) (pagina 132) en/of
- een auto, Audi, S8, kenteken [kenteken 17] (ter waarde van € 53.000) (pagina 133) en/of
- een auto, Audi, Q5, kenteken [kenteken 18] (ter waarde van € 39.950) (pagina 134),
althans van een of meer motoren en/of auto's,
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen en/of voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of
- die geldbedragen en/of voorwerpen heeft omgezet en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die geldbedragen en/of voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2016 tot 17 mei 2019, te Nieuwleusen, Rogat, Zwartebroek, Coevorden, Duiven, Hollandscheveld, Hardenberg, Ommen en/of Dedemsvaart, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens van (een) voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 366.000 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 1] B.V. (omschrijving: lening t.b.v. dhr. [verdachte] )) en/of
- een geldbedrag van € 130.000 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 1] B.V. (omschrijving: lening u.g.)
althans van enig(e) geldbedrag(en), en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R 1100 Yoshimura, kenteken [kenteken 1] (ter waarde van € 5.500) (pagina 087) en/of
- een motor, Honda, CB 1000 R ABS, kenteken [kenteken 2] (ter waarde van € 15.819) (pagina 089) en/of
- een motor, Suzuki GSX R 750, kenteken [kenteken 3] (ter waarde van € 1.875) (pagina 091) en/of
- een motor, Yamaha, FJR 1300 ABS, kenteken [kenteken 4] (ter waarde van € 11.200) (pagina 094) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC, kenteken [kenteken 5] (ter waarde van € 8.000) (pagina 095) en/of
- een motor, Suzuki, kenteken [kenteken 6] (pagina 096) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC-F (ter waarde van € 8.002,58) (pagina 103) en/of
- een motor, Suzuki, GSX 600 F, kenteken [kenteken 7] (ter waarde van € 1.250) (pagina 109) en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R750, kenteken [kenteken 8] (ter waarde van € 2.250) (pagina 112) en/of
- een auto, Audi, RS 4 AVANT, kenteken [kenteken 9] (ter waarde van € 63.000)(pagina 121) en/of
- een auto, Audi, S4 Avant, kenteken [kenteken 10] (ter waarde van € 15.000) (pagina 122) en/of
- een auto, Audi, S4, kenteken [kenteken 11] (ter waarde van € 38.000) (pagina 123) en/of
- een auto, Audi, A4, kenteken [kenteken 12] (ter waarde van € 23.000) (pagina 125) en/of
- een auto, Porsche, 911 Carrera, kenteken [kenteken 13] (ter waarde van € 26.000 euro) (pagina 126) en/of
- een auto, BMW, 3 serie coupe E92, kenteken [kenteken 14] (ter waarde van € 37.500) (pagina 128) en/of
- een auto, Audi, S7 sportback, kenteken [kenteken 15] (ter waarde van € 49.950) (pagina 131) en/of
- een auto, Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken 16] (ter waarde van € 30.350) (pagina 132) en/of
- een auto, Audi, S8, kenteken [kenteken 17] (ter waarde van € 53.000) (pagina 133) en/of
- een auto, Audi, Q5, kenteken [kenteken 18] (ter waarde van € 39.950) (pagina 134),
althans van een of meer motoren en/of auto's,
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen en/of voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of
- die geldbedragen en/of voorwerpen heeft omgezet en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
2.
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 juni 2016 tot 17 mei 2019, te Nieuwleusen, Rogat, Zwartebroek, Coevorden, Duiven, Hollandscheveld, Hardenberg, Ommen en/of Dedemsvaart, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens van (een) voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 108.900 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 2] B.V. (omschrijving: aankoop goederen),
althans van enig geldbedrag, en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R 1100 Yoshimura, kenteken [kenteken 1] (ter waarde van € 5.500) (pagina 087) en/of
- een motor, Honda, CB 1000 R ABS, kenteken [kenteken 2] (ter waarde van € 15.819) (pagina 089) en/of
- een motor, Suzuki GSX R 750, kenteken [kenteken 3] (ter waarde van € 1.875) (pagina 091) en/of
- een motor, Yamaha, FJR 1300 ABS, kenteken [kenteken 4] (ter waarde van € 11.200) (pagina 094) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC, kenteken [kenteken 5] (ter waarde van € 8.000) (pagina 095) en/of
- een motor, Suzuki, kenteken [kenteken 6] (pagina 096) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC-F (ter waarde van € 8.002,58) (pagina 103) en/of
- een motor, Suzuki, GSX 600 F, kenteken [kenteken 7] (ter waarde van € 1.250) (pagina 109) en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R750, kenteken [kenteken 8] (ter waarde van € 2.250) (pagina 112) en/of
- een auto, Audi, RS 4 AVANT, kenteken [kenteken 9] (ter waarde van € 63.000)(pagina 121) en/of
- een auto, Audi, S4 Avant, kenteken [kenteken 10] (ter waarde van € 15.000) (pagina 122) en/of
- een auto, Audi, S4, kenteken [kenteken 11] (ter waarde van € 38.000) (pagina 123) en/of
- een auto, Audi, A4, kenteken [kenteken 12] (ter waarde van € 23.000) (pagina 125) en/of
- een auto, Porsche, 911 Carrera, kenteken [kenteken 13] (ter waarde van € 26.000 euro) (pagina 126) en/of
- een auto, BMW, 3 serie coupe E92, kenteken [kenteken 14] (ter waarde van € 37.500) (pagina 128) en/of
- een auto, Audi, S7 sportback, kenteken [kenteken 15] (ter waarde van € 49.950) (pagina 131) en/of
- een auto, Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken 16] (ter waarde van € 30.350) (pagina 132) en/of
- een auto, Audi, S8, kenteken [kenteken 17] (ter waarde van € 53.000) (pagina 133) en/of
- een auto, Audi, Q5, kenteken [kenteken 18] (ter waarde van € 39.950) (pagina 134),
althans van een of meer motoren en/of auto's,
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen en/of voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of
- die geldbedragen en/of voorwerpen heeft omgezet en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 juni 2016 tot 17 mei 2019, te Nieuwleusen, Rogat, Zwartebroek, Coevorden, Duiven, Hollandscheveld, Hardenberg, Ommen en/of Dedemsvaart, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens van (een) voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 108.900 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 2] B.V. (omschrijving: aankoop goederen),
althans van enig geldbedrag, en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R 1100 Yoshimura, kenteken [kenteken 1] (ter waarde van € 5.500) (pagina 087) en/of
- een motor, Honda, CB 1000 R ABS, kenteken [kenteken 2] (ter waarde van € 15.819) (pagina 089) en/of
- een motor, Suzuki GSX R 750, kenteken [kenteken 3] (ter waarde van € 1.875) (pagina 091) en/of
- een motor, Yamaha, FJR 1300 ABS, kenteken [kenteken 4] (ter waarde van € 11.200) (pagina 094) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC, kenteken [kenteken 5] (ter waarde van € 8.000) (pagina 095) en/of
- een motor, Suzuki, kenteken [kenteken 6] (pagina 096) en/of
- een motor, KTM, 500 EXC-F (ter waarde van € 8.002,58) (pagina 103) en/of
- een motor, Suzuki, GSX 600 F, kenteken [kenteken 7] (ter waarde van € 1.250) (pagina 109) en/of
- een motor, Suzuki, GSX-R750, kenteken [kenteken 8] (ter waarde van € 2.250) (pagina 112) en/of
- een auto, Audi, RS 4 AVANT, kenteken [kenteken 9] (ter waarde van € 63.000)(pagina 121) en/of
- een auto, Audi, S4 Avant, kenteken [kenteken 10] (ter waarde van € 15.000) (pagina 122) en/of
- een auto, Audi, S4, kenteken [kenteken 11] (ter waarde van € 38.000) (pagina 123) en/of
- een auto, Audi, A4, kenteken [kenteken 12] (ter waarde van € 23.000) (pagina 125) en/of
- een auto, Porsche, 911 Carrera, kenteken [kenteken 13] (ter waarde van € 26.000 euro) (pagina 126) en/of
- een auto, BMW, 3 serie coupe E92, kenteken [kenteken 14] (ter waarde van € 37.500) (pagina 128) en/of
- een auto, Audi, S7 sportback, kenteken [kenteken 15] (ter waarde van € 49.950) (pagina 131) en/of
- een auto, Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken 16] (ter waarde van € 30.350) (pagina 132) en/of
- een auto, Audi, S8, kenteken [kenteken 17] (ter waarde van € 53.000) (pagina 133) en/of
- een auto, Audi, Q5, kenteken [kenteken 18] (ter waarde van € 39.950) (pagina 134),
althans van een of meer motoren en/of auto's,
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen en/of voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of
- die geldbedragen en/of voorwerpen heeft omgezet en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
3.
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 december 2018 tot 9 maart 2019, te Nieuwleusen, Rogat, Zwartebroek, Coevorden, Duiven, Hollandscheveld, Hardenberg, Ommen en/of Dedemsvaart, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens van (een) voorwerpen, te weten een geldbedrag van (in totaal) € 35.211 euro (pagina 080), althans van enig geldbedrag
- de werkelijke aard heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- dit geldbedrag/die geldbedragen voorhanden heeft gehad en/of omgezet
terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat geldbedrag/die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 december 2018 tot 9 maart 2019, te Nieuwleusen, Rogat, Zwartebroek, Coevorden, Duiven, Hollandscheveld, Hardenberg, Ommen en/of Dedemsvaart, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens van (een) voorwerpen, te weten een geldbedrag van (in totaal) € 35.211 euro (pagina 080), althans van enig geldbedrag
- de werkelijke aard heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- dit geldbedrag/die geldbedragen voorhanden heeft gehad en/of omgezet
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.
De rechtbank constateert dat de motoren en auto’s ten laste gelegd onder 2, dezelfde motoren en auto’s betreffen als ten laste gelegd onder 1. Bij beide feiten wordt verdachte ten aanzien van die motoren en auto’s hetzelfde (juridische) verwijt gemaakt, waarbij het enige verschil is dat onder feit 1 een twee weken langere periode ten laste is gelegd dan de periode onder feit 2. Aangezien het gaat om een ten laste gelegde periode van bijna drie jaar, komt de rechtbank tot de conclusie dat dit verschil van zo beperkte betekenis is dat er sprake is van ‘hetzelfde feit’ in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) voor wat betreft de ten laste gelegde motoren en auto’s. De rechtbank is daarom van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de onder 2 ten laste gelegde motoren en auto’s.
De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie voor het overige ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 De bewijsoverwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende gesteld.
Niets wijst er op dat de van [bedrijf 1] B.V. (feit 1), [bedrijf 2] B.V. (feit 2) en [naam 1] (feit 3) afkomstige gelden van misdrijf afkomstig zijn, en al helemaal niet dat verdachte dit wist of had kunnen vermoeden. Verdachte heeft ook niets gedaan om de herkomst van dat geld te verhullen.
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde
De rechtbank leidt uit het dossier de volgende feiten en omstandigheden af.
In de periode van 13 juni 2016 tot en met 8 juli 2016 zijn op de rekening van verdachte bij de Rabobank meerdere bedragen bijgeschreven van in totaal € 108.900,--, onder vermelding van "2 open asfalt containers", “egalisatieschuif incl. nivelleer en wegenschaaf (zelfmade)", “aankoop kleine slijkopzuiger" en "aankoop baggerschuifboot". Deze bedragen waren afkomstig van een bankrekening van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ).
[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) was ten tijde van de overboekingen verantwoordelijk voor [bedrijf 2] .
Op 5 augustus 2016 en 10 oktober 2016 werden op de genoemde Rabobank rekening van verdachte twee geldbedragen bijgeschreven van in totaal € 130.000,--, onder vermelding van " [nummer 1] " en "lening u.g.", die afkomstig waren van een bankrekening van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ).
In de periode van 20 juli 2017 tot en met 13 augustus 2018 zijn op de bankrekening van verdachte bij de ING bank meerdere geldbedragen bijgeschreven van in totaal € 366.000,--, onder vermelding van "lening tbv dhr. [verdachte] . Duur twee maanden". Deze bedragen waren ook afkomstig van een bankrekening van [bedrijf 1] .
[naam 10] (hierna: [naam 10] ) was ten tijde van de overboekingen alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 1] .
Nadat voornoemde overboekingen hebben plaatsgevonden heeft verdachte grote bedragen contant opgenomen van zijn rekeningen bij de Rabobank en de ING bank.
In de ten laste gelegde periode heeft verdachte verschillende dure motoren en auto’s gekocht. Deze motoren en auto’s verkocht hij soms al binnen enkele dagen na aankoop weer of hij ruilde de motoren en auto’s in voor andere voertuigen. De (bij)betalingen van deze auto’s en motoren zijn betaald via een van de bankrekeningen van verdachte of contant door hem voldaan.
Verdachte heeft verklaard dat hij via [medeverdachte] in contact is gekomen met [naam 10] , omdat zij ergens in wilden investeren en verdachte wel iets wist. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist waar het geld van [medeverdachte] en [naam 10] vandaan kwam. De bedragen die verdachte op zijn rekeningen kreeg, heeft hij van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] als lening ontvangen voor een investering in bitcoins, aldus verdachte. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij van het door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] overgeboekte geld slechts € 40.000,-- heeft geïnvesteerd in bitcoins. Van de rest van het geld heeft hij geleefd. Hij heeft hiervan de in de tenlastelegging onder 1 en 2 genoemde motoren en auto’s gekocht (met uitzondering van een motor die verdachtes vriendin heeft gekocht, te weten de Suzuki, GSX R750, kenteken [kenteken 7] ) en hij heeft met het geld gegokt.
Met betrekking tot het bestanddeel afkomstig uit enig misdrijf
[bedrijf 1] heeft in de jaren 2015, 2016 en 2017 werkzaamheden verricht voor de gemeente [gemeente] . Voor deze werkzaamheden heeft [bedrijf 1] een bedrag van € 1.640.197,-- bij de gemeente gedeclareerd, terwijl diverse onderaannemers € 523.960,-- hebben gefactureerd bij [bedrijf 1] voor werkzaamheden die zij namens [bedrijf 1] voor de gemeente [gemeente] hadden verricht. Dat betreft een verschil van € 1.121.236,--.
In het dossier bevinden zich twee vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland van 31 mei 2021 in de strafzaken tegen [naam 10] en [medeverdachte] . Uit deze vonnissen blijkt dat [naam 10] en [medeverdachte] in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 tezamen en in vereniging met elkaar valse facturen, afkomstig van [bedrijf 1] en gericht aan de gemeente [gemeente] , hebben opgemaakt en van deze valse facturen gebruik hebben gemaakt door die facturen naar de gemeente [gemeente] te sturen.
De rechtbank Midden-Nederland overweegt in het vonnis van [naam 10] het volgende.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op papier eigenaar was van [bedrijf 1] B.V. en volgens zijn eigen verklaring verantwoordelijk voor de opgemaakte facturen. Echter het strafbare feit zou niet gepleegd kunnen zijn zonder de medewerking van medeverdachte [medeverdachte] . Medeverdachte [medeverdachte] had vrij spel vanwege zijn dubbelrol als opdrachtgever en aannemer. Hij was zowel werkzaam voor de gemeente [gemeente] als voor aannemingsmij [bedrijf 1] . [medeverdachte] gaf als budgetverantwoordelijke bij de gemeente [gemeente] zijn goedkeuring aan de facturen, zodat [bedrijf 1] het geld ontving.
(…)
Verdachte heeft met zijn handelen zichzelf en zijn medeverdachte bevoordeeld. (…) Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente [gemeente] daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft.
[naam 10] heeft verklaard dat hij (de rechtbank begrijpt: [bedrijf 1] ) met de werkzaamheden voor de gemeente [gemeente] ongeveer een half miljoen euro heeft verdiend en dat al dat geld naar verdachte is gegaan. Eind 2016 heeft [naam 10] naar eigen zeggen nog een bedrag van ongeveer € 150.000,-- naar [bedrijf 2] overgemaakt. Van dit bedrag weet [naam 10] dat [medeverdachte] het heeft overgemaakt naar verdachte.
Uit de hiervoor aangehaalde vonnissen in de strafzaken tegen [naam 10] en [medeverdachte] en uit de aangehaalde verklaring van [naam 10] leidt de rechtbank af dat de door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] naar de rekening bij de Rabobank en de ING bank van verdachte overgemaakte bedragen van misdrijf, te weten valsheid in geschrift, afkomstig zijn.
Met betrekking tot de wetenschap van verdachte omtrent de herkomst van het geld
De rechtbank ziet zich vervolgens geplaatst voor de vraag of verdachte wist (zoals onder 1 en 2 primair ten laste gelegd), dan wel redelijkerwijs moest vermoeden (zoals onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegd), dat de van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] afkomstige geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.
Verdachte heeft verschillende verklaringen afgelegd over de reden van de overboekingen door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .
Tegenover de Rabobank heeft verdachte over de overboekingen van [bedrijf 1] verklaard dat deze betrekking hebben op de tijd dat hij een incassobureau had en in dat verband nog geld tegoed had van [bedrijf 1] . Een deel van de bijschrijvingen van [bedrijf 2] zou volgens verdachte betrekking hebben op schulden die [bedrijf 2] bij verdachtes incassobureau zou hebben gehad. Daarnaast zou een deel van de overboekingen betrekking hebben op de verkoop van voertuigen.
Vervolgens heeft verdachte in zijn verhoor tegenover de politie verklaard dat hij het geld dat hij van [bedrijf 2] en van [bedrijf 1] heeft ontvangen leningen betrof voor een investering in bitcoins. Hij zou forse bedragen hebben geïnvesteerd in bitcoins, maar hij niet meer hoeveel precies. Dat hij het geld van [bedrijf 2] heeft ontvangen in verband met de verkoop van machines, zoals [medeverdachte] zou hebben verklaard, is volgens verdachte niet juist.
Tot slot heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij van de ruim € 600.000,-- die hij van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] als lening heeft ontvangen slechts ongeveer € 40.000,-- heeft geïnvesteerd in bitcoins en de rest heeft gebruikt om auto’s en motoren te kopen en om van te leven.
Als reden voor de overboekingen zijn diverse, van elkaar verschillende omschrijvingen gehanteerd.
In een schriftelijke geldleningovereenkomst (bestaande uit één pagina) tussen [bedrijf 1] en verdachte, namens [bedrijf 1] ondertekend door [naam 10] , staat dat het doel van de geldlening ad € 800.000,-- ‘handel en aankoop van machines’ is. In die overeenkomst staat dat [bedrijf 1] als uitlener mee zal participeren in de te behalen winst, maar op de wijze waarop in die winst wordt geparticipeerd is niet vermeld. Daarnaast staat bij vrijwel alle bankoverschrijvingen telkens vermeld ‘Duur twee maanden’. Over een investering in bitcoins vermeldt de overeenkomst niets. Ook bij de bankoverschrijvingen is niets vermeld over bitcoins.
Bij de bankoverschrijvingen van [bedrijf 2] staat vermeld dat het om (de aankoop van) respectievelijk twee asfaltcontainers, een egalisatieschuif, een kleine slijkopzuiger en een baggerschuifboot gaat.
Verdachte heeft verklaard dat door hem geen zekerheid is gesteld voor de geldleningen van meer dan € 600.000,--. Ook over de aflossing van de leningen zou hij met [naam 10] later wel afspraken hebben gemaakt, maar verdachte wil daar verder niet op ingaan. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij wel begonnen is met het aflossen van de leningen, maar deze verklaring heeft hij niet onderbouwd. Met betrekking tot de door verdachte beweerde aflossingen zijn geen bewijsstukken getoond door verdachte.
Over de investering in de bitcoins heeft verdachte verklaard dat hij het geld daarvoor contant heeft opgenomen en vervolgens via een tussenpersoon heeft geïnvesteerd. Daarvan is volgens verdachte geen schriftelijke overeenkomst opgesteld. De naam van die tussenpersoon wil hij niet noemen, ondanks het feit dat hij erop is gewezen dat hij daarmee elke vorm van controle van zijn verklaring onmogelijk maakt. Ook [naam 10] heeft verklaard dat hij het geld aan verdachte heeft geleend om te investeren in bitcoins.
De investering zou volgens verdachte niet goed zijn gegaan, als gevolg waarvan al het geld weg is, aldus zijn verklaring bij de politie. Ter zitting blijft verdachte bij die verklaring, ook als hem wordt voorgehouden dat volgens openbare bronnen de koers van bitcoins tussen 2016 en 2020 alleen maar (sterk) omhoog is gegaan.
De rechtbank stelt vast dat:
- verdachte sterk wisselende en onderling tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd omtrent de reden van de overboekingen door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] van in totaal meer dan € 600.000,-- naar zijn privérekening;
- er bij de overboekingen omschrijvingen zijn vermeld die grotendeels in strijd met de waarheid zijn;
- er een schriftelijke geldleningovereenkomst is opgesteld voor een zeer groot bedrag, die slechts één bladzijde beslaat, waarin een onjuist doel van de lening wordt vermeld en een belangrijk onderdeel over de wijze van winstverdeling ontbreekt;
- een bedrag van meer dan € 600.000,-- zou zijn uitgeleend aan verdachte, zonder dat hij daarvoor enige vorm van zekerheid heeft hoeven te stellen, terwijl verdachte niet aantoonbaar beschikt over verhaalsobjecten tot het geleende bedrag;
- verdachte zijn verklaring dat hij bezig is met aflossing van de leningen niet heeft onderbouwd met bankoverschrijvingen of ander schriftelijk bewijs;
- verdachte weigert de naam van de tussenpersoon te noemen bij wie hij geld in bitcoins zou hebben belegd, zodat zijn verklaring op dit onderdeel niet geverifieerd kan worden;
- verdachtes verklaring dat de investering in bitcoins niet goed gegaan is en het daarin belegde geld weg is, niet te rijmen is met de in de betreffende jaren sterk gestegen koers van de bitcoin.
Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaringen van verdachte over het doel van de geldleningen en de omstandigheden waaronder deze leningen zijn verstrekt, als ongeloofwaardig terzijde gesteld moet worden en dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat de door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] op zijn bankrekeningen overgeboekte bedragen uit misdrijf afkomstig waren.
Vrijspraak van één motor en één auto
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het witwassen van één motor en één auto, die onder 1 van de tenlastelegging opgenomen zijn, te weten:
- de motor Suzuki GSX-R750 (kenteken [kenteken 8] )
Deze motor is op naam gezet van de vriendin van verdachte en via haar bankrekening betaald. Uit het dossier blijkt niet dat het aankoopbedrag van verdachte afkomstig is.
- de auto Audi S4 Avant (kenteken [kenteken 10] )
Deze auto is door verdachte aangekocht voor € 15.000,--, waarbij hij een BMW 435i (kenteken [kenteken 19] ) voor € 45.000,-- heeft ingeruild, zodat hij € 30.000,-- terug kreeg. Uit het dossier blijkt niet dat deze BMW door verdachte betaald is met geld dat van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] afkomstig was of met ander geld dat van misdrijf afkomstig was.
Met betrekking tot het bestanddeel medeplegen
De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft gehandeld in een nauwe en bewuste samenwerking met [naam 10] (feit 1) en [medeverdachte] (feit 2), voor zover het de overgeboekte geldbedragen betreft. [naam 10] en [medeverdachte] wisten dat het door hen naar de bankrekeningen van verdachte overgemaakte geld van een door henzelf gepleegd misdrijf afkomstig was. Uit het feit dat bij de overboekingen onjuiste en/of onvolledige omschrijvingen zijn gebruikt, dat elke vorm van zekerheidsstelling door verdachte achterwege is gebleven en dat er evenmin duidelijke (schriftelijke) afspraken over terugbetaling van de als ‘lening’ gepresenteerde overboekingen zijn gemaakt, leidt de rechtbank af dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [naam 10] en [medeverdachte] bij het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen.
De conclusie
Alles overwegende acht de rechtbank het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde witwassen wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
In de periode van 10 december 2018 tot en met 8 maart 2019 heeft [bedrijf 3] drie geldbedragen van in totaal € 35.211,-- overgemaakt naar een bankrekening op naam van verdachte, onder vermelding van “ [nummer 2] ”, “fact [nummer 3] ” en “ [omschrijving] ”.
Verdachte heeft hierover verklaard dat hij werkzaamheden voor [bedrijf 3] heeft verricht, inhoudende kraan-, grondzeef- en funderingswerkzaamheden. Deze verklaring wordt bevestigd door de heer [naam 2] , bestuurder van [bedrijf 4] BV, waar [bedrijf 3] BV onderdeel van is.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat waaruit blijkt dat de geldbedragen die aan verdachte zijn overgemaakt door [bedrijf 3] BV afkomstig zijn van enig misdrijf.
De rechtbank zal verdachter dan ook vrijspreken van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot 17 mei 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens van voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 366.000 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 1] B.V. (omschrijving: lening t.b.v. dhr. [verdachte] )) en
- een geldbedrag van € 130.000 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 1] B.V. (omschrijving: lening u.g.) en
- een motor, Suzuki, GSX-R 1100 Yoshimura, kenteken [kenteken 1] (ter waarde van € 5.500) en
- een motor, Honda, CB 1000 R ABS, kenteken [kenteken 2] (ter waarde van € 15.819) en
- een motor, Suzuki GSX R 750, kenteken [kenteken 3] (ter waarde van € 1.875) en
- een motor, Yamaha, FJR 1300 ABS, kenteken [kenteken 4] (ter waarde van € 11.200) en
- een motor, KTM, 500 EXC, kenteken [kenteken 5] (ter waarde van € 8.000) en
- een motor, Suzuki, kenteken [kenteken 6] en
- een motor, KTM, 500 EXC-F (ter waarde van € 8.002,58) en
- een motor, Suzuki, GSX 600 F, kenteken [kenteken 7] (ter waarde van € 1.250) en
- een auto, Audi, RS 4 AVANT, kenteken [kenteken 9] (ter waarde van € 63.000) en
- een auto, Audi, S4, kenteken [kenteken 11] (ter waarde van € 38.000) en
- een auto, Audi, A4, kenteken [kenteken 12] (ter waarde van € 23.000) en
- een auto, Porsche, 911 Carrera, kenteken [kenteken 13] (ter waarde van € 26.000 euro) en
- een auto, BMW, 3 serie coupe E92, kenteken [kenteken 14] (ter waarde van € 37.500) en
- een auto, Audi, S7 sportback, kenteken [kenteken 15] (ter waarde van € 49.950) en
- een auto, Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken 16] (ter waarde van € 30.350) en
- een auto, Audi, S8, kenteken [kenteken 17] (ter waarde van € 53.000) en
- een auto, Audi, Q5, kenteken [kenteken 18] (ter waarde van € 39.950),
heeft verhuld wie die geldbedragen en voorwerpen voorhanden had en
die geldbedragen en voorwerpen heeft omgezet en voorhanden heeft gehad,
terwijl hij en zijn mededader wisten dat die geldbedragen en voorwerpen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;
2.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 13 juni 2016 tot 17 mei 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens van een voorwerp, te weten:
- een geldbedrag van € 108.900 (afkomstig van de rekening van [bedrijf 2] B.V. (omschrijving: aankoop goederen),
heeft verhuld wie dat geldbedrag voorhanden had en dat geldbedrag heeft omgezet en voorhanden heeft gehad,
terwijl hij en zijn mededader wisten dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 420bis juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1 primair, feit 2 primair
het misdrijf: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
6 De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.
7 De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft wat betreft de op te leggen straf geen standpunt ingenomen gelet op de door haar bepleite vrijspraak.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft zich in een periode van drie jaren schuldig gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen, tot een totaal van € 604.900,--, en een grote hoeveelheid auto’s en motoren. Witwassen is een ernstig strafbaar feit. Het vormt een aantasting van de legale economie en schaadt de integriteit van het financiële handelsverkeer en het vertrouwen dat daarin moet kunnen worden gesteld. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 28 juni 2022, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Verder houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met het volgende.
De feiten zijn gepleegd in de periode van 1 juni 2016 tot 17 mei 2019. De redelijke termijn is gaan lopen op de datum van de vordering doorzoeking ter inbeslagneming, te weten 23 april 2019. Als uitgangspunt geldt dat het geding – behoudens bijzondere omstandigheden die een dergelijke lange duur rechtvaardigen – met een einduitspraak dient te zijn afgerond binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is gaan lopen. In dit verband overweegt de rechtbank dat vanuit de verdediging geen enkel verzoek tot nader onderzoek is gedaan. Ook overigens kan de rechtbank geen reden aanwijzen die het tijdsverloop kan verklaren. De verdachte heeft gezien het vorenstaande een jaar en vier maanden langer dan redelijk is, moeten leven in onzekerheid over de afloop van de strafzaak. De rechtbank verbindt daaraan de volgende consequentie.
Bij een spoedige berechting zou – gezien de omvang van het witgewassen geldbedrag – de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden zijn geweest. Rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank, mede gelet op de vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde, een gevangenisstraf opleggen voor de duur van tien maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
De inbeslaggenomen voorwerpen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de voorwerpen met de nummers (overeenkomstig de beslaglijst van 28 juni 2022) 2 t/m 7, 11 en 14 moeten worden verbeurdverklaard. De voorwerpen met de nummers 12 en 13 moeten worden geretourneerd aan verdachte, nu niet is vast te stellen of er sprake is van een rechtstreeks verband met de strafbare feit. Het voorwerp met nummer 1 op de beslaglijst is reeds retour gegaan naar de rechthebbende.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen wat betreft de in beslag genomen voorwerpen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de volgende op de beslaglijst vermelde voorwerpen moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen die aan verdachte toebehoren of die verdachte geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de strafbare feiten is verkregen:
2 motorfiets [kenteken 20] SUZUKI;
3 motorfiets [kenteken 21] SUZUKI;
4 motorfiets [kenteken 2] HONDA;
5 motorfiets [kenteken 1] SUZUKI;
6 motorfiets [kenteken 8] SUZUKI;
7 motorfiets [kenteken 22] SUZUKI;
11 motorfiets [kenteken 6] SUZUKI;
14 geld Nederlands 3.000 euro ibn 16-7-2019 geld inruilwaarde motor.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de volgende aan verdachte toebehorende op de beslaglijst vermelde voorwerpen, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet:
12 geld Nederlands 300 euro ibn 16-5-2019;
13 geld Nederlands 2.400 euro ibn 16-5-2019.
10 De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen en de artikelen 33, 33a, 55 en 57 Sr.
11 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
feit 1 primair, feit 2 primair
het misdrijf: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 11, 14;
- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 12 en 13.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.T. Bos, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. H. Stam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Folkerts, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022.
Buiten staat
Mr. H. Stam is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer 69, onderzoek GENESIS / ON1 R018065. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Feiten 1 en 2
1.
Het proces-verbaal van verdenking van verbalisant [verbalisant 2] van 16 april 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 21 t/m 23):
[verdachte] – [rekeningnummer 1] ;
- In de periode van 13 juni 2016 t/m 8 juli 2016 is op deze rekening o.a. een totaalbedrag bijgeschreven van € 108.900,--, verdeeld over vier datums, afkomstig van rekening [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] BV o.v.v. "2 open asfalt containers", “egalisatieschuif incl. nivelleer en wegenschaaf (zelfmade)", “aankoop kleine slijkopzuiger" en "aankoop baggerschuifboot".
- Op 5 augustus 2016 en 10 oktober 2016 worden op deze rekening twee transacties bijgeschreven met een totaalbedrag van € 130.000,-- afkomstig van rekening [rekeningnummer 3] t.n.v. [bedrijf 1] BV o.v.v. " [nummer 1] " en "lening u.g."
In de periode van 13 oktober 2014 tot en met 11 november 2016 is er voor een totaal bedrag van € 117.130,-- contant opgenomen van deze rekening.
De volgende omschrijving stond bij de eerste alinea vermeld;
(…) Volgens opgave van de heer [verdachte] hebben genoemde bijschrijvingen betrekking op de tijd dat hij bedoeld incassobureau had en in dit verband nog gelden tegoed had van [bedrijf 1] BV.
[verdachte] – [rekeningnummer 4] ;
Vanaf 20 juli 2017 t/m 13 augustus 2018 zijn er op deze rekening diverse grote bedragen
bijgeschreven verdeelt over dertien datums met een totaalbedrag van € 366.000,-- met iedere keer als omschrijving "lening tbv dhr. [verdachte] . Duur twee maanden". De naam die bij de omschrijving stond vermeld was [bedrijf 1] BV met de tegenrekening [rekeningnummer 3] .
In de periode van 25 november 2016 tot en met 7 september 2018 is er voor een totaalbedrag van € 60.550,-- contant opgenomen van deze rekening.
[naam 10] is de directeur van [bedrijf 1] . In het 09Clean fraude onderzoek is vastgesteld dat grote geldbedragen, middels fraude en valsheid in geschrifte verkregen van de gemeente [gemeente] , van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] BV zijn overgeboekt naar o.a. verdachte.
2.
Een geschrift, te weten een Risico Dragende Leningsovereenkomst tussen [bedrijf 1] BV en [verdachte] (pagina 44):
[afbeelding]
3
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] met bijlagen van 11 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 85 en 86):
[naam 3] , chef werkplaats bij de [bedrijf 5] in [vestigingsplaats 1] , verklaarde in het kort het volgende:
In mei 2018 is een Honda CB1000RA gekocht. Hij is op naam gezet van [naam 4] , maar betaald via de bankrekening van [verdachte] . Er is € 15.819,-- voor de motor betaald. De motor is voorzien van het kenteken [kenteken 2] .
Verder is er bij [bedrijf 5] de Suzuki Yoshimura door hun gekocht. Na verrekening met andere zaken is in totaal € 10.500,-- betaald. Deze motor is voorzien van het kenteken
[kenteken 1] . Het geld is betaald via de bankrekening van [verdachte] .
Ook is er Suzuki GSX voorzien van het kenteken [kenteken 3] door hun gekocht voor het
bedrag van € 1.875,--. Dit heeft [verdachte] contant voldaan.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] met bijlagen van 11 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 92 95
[naam 5] verklaarde ons het volgende:
Een andere motor is wel geleverd aan [verdachte] , maar is nog niet door hem betaald. Het gaat hierbij om een Yamaha, type FJR 1300 ABS, voorzien van het kenteken [kenteken 4] . Deze is door [verdachte] gekocht voor € 11.200,--. Hij heeft een andere motor hierop ingeruild ter waarde van € 3.000,--. Hij moest dus € 8.200,-- bijbetalen. Hij zou dit betalen via de bank. [verdachte] heeft dit nog niet betaald.
Factuur [bedrijf 6]
01-03-2019
Ingeruild
Merk KTM
Type 500 EXC
Kenteken / Unitnr. [kenteken 5]
Prijs 8000,00 -
Ingeruild
Merk SUZUKI
Type GSX 1300 R
Kenteken / Unitnr. [kenteken 6]
Totaal € 2200,00
5.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] met bijlagen van 15 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 100, 101, 103 en 104):
[naam 6] verklaarde het volgende:
Hij heeft hier inderdaad een KTM gekocht. De motor kostte € 7.846,-- ex. Op 25 februari 2019 is er betaald. We hebben de motor op verzoek helemaal in het zwart afgewerkt met nieuwe kappen. Een paar dagen nadat we de motor hadden afgeleverd, werden we gebeld door [bedrijf 6] uit [vestigingsplaats 2] . Zij vroegen of wij de originele kappen van de door ons aan [verdachte] nog hadden. Deze wilden zij graag hebben om de motor weer origineel te maken. [verdachte] had bij [naam 5] de KTM alweer ingeruild. Volgens mij voor een V Max van Yamaha.
Factuur Invoice 23 oktober 2018
[bedrijf 7]
KTM 500 EXC-F Six Days
Final amount: € 8.002,58
Betaalbevestiging 25-02-2019
Rekening-Courant [bedrijf 7] BV [rekeningnummer 5]
bij EUR 8.600,00
Tegenrekening/IBAN [rekeningnummer 4]
Ten name van Hr [verdachte]
Omschrijving [verdachte] 500 six days
Verwerkingsdatum 25-02-2019
6.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] met bijlage van 20 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 107 en 108):
[naam 7] verklaarde in het kort:
[verdachte] en zijn vriendin hebben hier inderdaad de motorfiets van het merk Suzuki, type GSX 600 F, voorzien van het kenteken [kenteken 7] gekocht.
[naam 8] verklaarde in het kort:
[verdachte] heeft hem voor zijn vriendin gekocht en ook op haar naam laten zetten. Hij heeft hem gekocht voor € 1.250 euro,--. [verdachte] heeft de motor contant betaald.
7.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] met bijlagen van 23 juli 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 119, 121 t/m 135):
[bedrijf 8] te [vestigingsplaats 3] .
[verdachte]
Factuurdatum: 8-8-2016
Aan u geleverd onderstaand BTW voertuig met kenteken [kenteken 9]
Kenteken : [kenteken 9]
Merk : AUDI
Model : RS 4 AVANT
Totaal € 63.000,00
Met inruil van een MARGE voertuig met kenteken [kenteken 10]
Merk/Model : AUDI S4 AVANT
Uitvoering : 4.2 V8 253kw 344pk QUATTRO AUTOMAAT
Totaal € -10.000,00
Te betalen € 53.000,00
Per bank voldaan
[verdachte]
Factuurdatum: 24-11-2016
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 11]
Kenteken : [kenteken 11]
Merk : AUDI
Model : AUDI S4
Totaal € 38.000,00
Te betalen € 38.000,00
€ 24.000 Maxlease
[verdachte]
Factuurdatum: 28-10-2017
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 12]
Kenteken : [kenteken 12]
Merk : AUDI
Model : A4
Te betalen € 23.000,00
Per bank
[verdachte]
Factuurdatum: 23-11-2017
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 13]
Kenteken : [kenteken 13]
Merk : PORSCHE
Model : 911 CARRERA
Te betalen € 26.000,00
Per bank voldaan
[verdachte]
Factuurdatum: 27-11-2017
Kenteken : [kenteken 13]
Merk/Model : PORSCHE 911 CARRERA
Van u ontvangen bovenstaande marge auto
Te ontvangen € 22.500,00
[verdachte]
Factuurdatum: 4-12-2017
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 14]
Kenteken : [kenteken 14]
Merk : BMW
Model : 3 SERIE COUPE E92
Te betalen € 37.500,00
Per bank
[verdachte]
Factuurdatum: 23-12-2017
Kenteken : [kenteken 14]
Merk/Model : BMW 3 SERIE COUPE E92
Van u ontvangen bovenstaande marge auto
Te ontvangen € 32500,00
[verdachte]
Factuurdatum: 5-1-2018
Kenteken : [kenteken 12]
Merk/Model : AUDI A4
Van u ontvangen bovenstaande marge auto
Te ontvangen € 20000,00
[verdachte]
Factuurdatum: 22-3-2018
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 15]
Kenteken : [kenteken 15]
Merk : AUDI
Model : S7 SPORTBACK
Totaal € 49.950,00
Met inruil van een MARGE voertuig met kenteken [kenteken 11]
Merk/Model : AUDI AUDI S4
Totaal € -24.950,00
Te betalen € 25.000,00
€ 5.000 Max-lease
rest zelf per bank
[verdachte]
Factuurdatum: 23-3-2018
Aan u geleverd onderstaand BTW voertuig met kenteken [kenteken 16]
Kenteken : [kenteken 16]
Merk : VOLKSWAGEN
Model : TRANSPORTER DOUBLECAB
Te betalen € 30.250,00
Maxlease € 14.000
[verdachte]
Factuurdatum: 10-8-2018
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 17]
Kenteken : [kenteken 17]
Merk : AUDI
Model : S8
Totaal € 53.000,00
Met inruil van een MARGE voertuig met kenteken [kenteken 15]
Merk/Model : AUDI S7 SPORTBACK
Totaal € -45.000,00
Te betalen € 8.000,00
Per bank
[verdachte]
Factuurdatum: 23-11-2018
Aan u geleverd onderstaand MARGE voertuig met kenteken [kenteken 18]
Kenteken : [kenteken 18]
Merk : AUDI
Model : Q5
Totaal € 39.950,00
Met inruil van een BTW voertuig met kenteken [kenteken 16]
Merk/Model : VOLKSWAGEN TRANSPORTER DOUBLECAB
Totaal € -22.990,00
Te betalen € 16.960,00
[verdachte]
Factuurdatum: 15-2-2019
Kenteken : [kenteken 17]
Merk/Model : AUDI S8
Van u ontvangen bovenstaande marge auto
Te ontvangen € 40000,00
8
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 10] van 7 november 2019 met bijlage voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 167, 168, 169, 171, 175):
Ik heb [verdachte] geld geleend om daarmee te investeren. Dat geld heb ik verdiend met de werkzaamheden die ik heb verricht voor de gemeente [gemeente] . Ik had toen zelf van [verdachte] begrepen dat dat ging om de investering in bitcoins.
Ik ben nog steeds directeur van de firma [bedrijf 1] B.V. uit [vestigingsplaats 4] .
V: Hebt u dat geld namens [bedrijf 1] naar hem overgeboekt?
A: Ja dat ik allemaal via de zakelijke rekening naar hem overgeboekt.
V: Weet u zo om hoeveel geld het in totaal gaat?
A: Iets meer dan zes ton denk ik dat er overgemaakt is. Ik heb daar thuis wel een leenovereenkomst van met [verdachte] .
V: Hoeveel geld had u verdiend met de werkzaamheden voor de gemeente [gemeente] ?
A: Ik denk iets van een half miljoen euro.
V: Is dat geld dan allemaal naar [verdachte] gegaan?
A: Dat klopt.
OV: Het is ons gebleken dat er in totaal € 496.000 naar [verdachte] is overgemaakt.
A: Dat zou goed kunnen. Er staat mij ook bij dat ik eind 2016 ook nog een bedrag van ongeveer anderhalve ton heb overgemaakt naar het bedrijf van [medeverdachte] , genaamd [bedrijf 2] . Ik weet niet waar deze afkorting voor staat. Van dit bedrag weet ik dat [medeverdachte] dit heeft overgemaakt naar [verdachte] .
9
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] met bijlagen van 19 december 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 182):
Factuur [bedrijf 5]
Dhr. [verdachte]
Factuurdatum: 04/01/19
MOTOR Suzuki GSX 1300 R Hayabusa 9758,00
[kenteken 6]
AFLEVERBEURT Afleverbeurt 242,00
Totaal € 10000,00
10.
Een geschrift, te weten het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 31 mei 2021 in de zaak tegen [naam 10] met parketnummer 16/201402-19, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en Dedemsvaart en [gemeente] , en elders in Nederland (…)
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
medeplegen van valsheid in geschrift en van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
(…)
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op papier eigenaar was van [bedrijf 1] B.V. en volgens zijn eigen verklaring verantwoordelijk voor de opgemaakte facturen. Echter het strafbare feit zou niet gepleegd kunnen zijn zonder de medewerking van medeverdachte [medeverdachte] . Medeverdachte [medeverdachte] had vrij spel vanwege zijn dubbelrol als opdrachtgever en aannemer. Hij was zowel werkzaam voor de gemeente [gemeente] als voor aannemingsmij [bedrijf 1] . [medeverdachte] gaf als budgetverantwoordelijke bij de gemeente [gemeente] zijn goedkeuring aan de facturen, zodat [bedrijf 1] het geld ontving.
(…)
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Samen hebben zij binnen het bedrijf [bedrijf 1] gedurende een periode van een aantal jaren facturen valselijk opgemaakt en/of laten opmaken en deze gericht aan de gemeente
[gemeente] . Verdachte heeft met het bedrijf [bedrijf 1] de faciliteiten geboden die dit mogelijk maakte en samen met medeverdachte [medeverdachte] , die vanuit zijn rol als medewerker van de gemeente [gemeente] verantwoordelijk was voor de goedkeuring van de facturen op listige wijze misbruik gemaakt van de situatie. (…) Verdachte heeft met zijn handelen zichzelf en zijn medeverdachte bevoordeeld. (…) Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente [gemeente] daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft
11.
Een geschrift, te weten een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 31 mei 2021 in de zaak tegen [medeverdachte] met parketnummers 16/024672-20 en 16/201292-19, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 1 september 2015 tot en niet 1 december 2017, te Bergambacht en Dedemsvaart en [gemeente] , en elders in Nederland (…)
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Samen hebben zij binnen het bedrijf [bedrijf 1] gedurende een periode van een aantal jaren facturen valselijk opgemaakt en deze gericht aan de gemeente [gemeente] . Uit het dossier
komt het beeld naar voren dat verdachte hierin het grootste aandeel heeft gehad. (…) Verdachte heeft met zijn handelen zichzelf en zijn medeverdachte bevoordeeld. (…) Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente [gemeente] daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft
12
Het proces-verbaal van de terechtzitting op 16 augustus 2022, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Het klopt dat ik die auto’s en motoren heb gekocht en geleased. Het klopt ook dat ik sommige voertuigen heb ingeruild voor andere voertuigen. Het geld waarvan ik de voertuigen heb betaald komt van [bedrijf 1] BV.