Strafrecht overig
Prejudiciele vragen. Verdachte maakt tijdens een controle op basis van artikel 4.17a Vb2000 vermoedelijk…
Rechtbank Roermond, 7 februari 2012
ECLI:NL:RBROE:2012:BV6168 · Rechtbank Roermond · 7 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-roermond/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbroe-2012-bv6168
Zaakgegevens
Op 7 februari 2012 heeft de Rechtbank Roermond in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RoermondRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 04/860337-11
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROE:2012:BV6168
Samenvatting
Prejudiciele vragen.
Verdachte maakt tijdens een controle op basis van artikel 4.17a Vb2000 vermoedelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument en wordt verdacht van overtreding van artikel 231 lid 2 WvSr. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de controle onrechtmatig was en dat de resultaten van deze controle niet als bewijsmiddel mogen worden gebruikt in de strafrechtelijke procedure. De rechtbank is - kort gezegd - van oordeel dat de tot nu toe gevormde jurisprudentie onvoldoende duidelijkheid biedt of artikel 4.17a Vb2000 al of niet strijdig is met de Schengengrenscode. Daarom worden de volgende prejudiciele vragen aan het Hof van Justitie van de EU gesteld:
1. Is artikel 4.17a van het Vb2000 in strijd met het verbod op grenscontroles respectievelijk op aan grenscontroles gelijk te stellen controles als bedoeld in artikel 20 en 21 van de Schengengrenscode?
2. Zo ja, komt een beroep hierop ook toe aan niet-EU burgers danwel personen die geen verblijfstitel in een lidstaat van de EU hebben?
Uitspraak
RECHTBANK ROERMOND
Sector strafrecht
Parketnummer : 04/860337-11
Datum uitspraak : 7 februari 2012
Tegenspraak
Tussenvonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortedatum en plaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1. Het onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 24 januari 2012.
2. De tenlastelegging
De verdachte staat terecht ter zake dat:
hij op of omstreeks 5 juni 2011 in de gemeente Venlo in het bezit was van (een) reisdocument(en), te weten:
- (vreemdelingen)paspoort (voorzien van nummer [nummer], afgegeven op 21 maart 2010), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat dit document qua detaillering, toegepast basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeenkwam met originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model en/of de ondergronddrukking van alle pagina's is aangebracht middels een printtechniek in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model waarin de ondergrondbedrukking is aangebracht middels een druktechniek, en/of
- een identiteitskaart (Italiaanse Carte D'intentita, voorzien van nummer: [nummer], afgegeven op 11 mei 2010), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat dat dit document qua detaillering, toegepast basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeenkwam met originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model en/of het documentnummer ([nummer]) is aangebracht middels een printtechniek in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model waarop het documentnummer is aangebracht middels een druktechniek en/of de bruinkleurige bedrukking op de voorzijde is gedrukt in een afwijkende druktechniek ten opzichte van originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model, en/of
- een vergunning tot verblijf (Italiaans Permesso di Soggiorno per Stranieri, voorzien van nummers: [nummers], afgegeven op 21 maart 2010), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat dit document qua detaillering, toegepast basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeenkwam met originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model en/of dit document niet is voorzien van een watermerk in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Italië afgegeven documenten van dit model waarin een watermerk is aangebracht;
(Artikel 231 Wetboek van strafrecht)
3. De geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
4. De bevoegdheid van de rechtbank
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.
5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.
6. Het onderzoek
Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank bevonden dat het onderzoek onvolledig is geweest. In een soortgelijke zaak (parketnummer 04/860338-11) heeft zij het noodzakelijk geacht prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Gelet op de samenhang met deze zaak is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek in onderhavige zaak moet worden heropend om het onderzoek vervolgens voor onbepaalde tijd te schorsen in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie op deze prejudiciële vragen.
7. Beslissing
De rechtbank:
heropent het onderzoek ter terechtzitting;
schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd;
beveelt de oproeping van de verdachte en een tolk, tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw.
Vonnis gewezen door mrs. E.H.M. Druijf, V.P. van Deventer en P.M.S. Dijks, rechters, van wie mr. P.M.S. Dijks voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. de Geus-Grob als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 7 februari 2012.
De griffier mr. M.M.C. de Geus-G