Bestuursprocesrecht

Uitspraak op een verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft geen beslissing ingetrokken…

Rechtbank Rotterdam, 7 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Datum publicatie
7 oktober 2026
Zaaknummer
ROT 26/5758
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:13399
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak op een verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft geen beslissing ingetrokken, gewijzigd of herzien, dan wel een voorlopige maatregel getroffen naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/5758


uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 oktober 2026 in de zaak tussen


[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. A. Hielkema).

Inleiding

1. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend omdat op 2 juli 2026 mondeling geen gevolg is gegeven aan haar verzoek om ingeschreven te worden in de basisregistratie personen (brp), omdat zij volgens het college geen rechtmatig verblijf heeft.

2. Verzoekster heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 17 augustus 2026 ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten. Het college heeft hierop gereageerd op 9 september 2026. Verzoekster heeft hierop gereageerd op 11 september 2026. Het college heeft op 23 september 2026 gereageerd.

3. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

5. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

5.1.

In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

6. In deze zaak gaat het om een mondelinge weigering verzoekster in te schrijven in de brp per 2 juli 2026. Verzoekster heeft vervolgens op 22 juli 2026 schriftelijk een aanvraag tot inschrijving in de brp ingediend (met behulp van het formulier aangifte eerste inschrijving brp), waarna verzoekster in de brp is ingeschreven per 22 juli 2026. Het college heeft geen beslissing ingetrokken, gewijzigd of herzien, dan wel een voorlopige maatregel getroffen naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Omdat het verzoek om proceskosten wordt afgewezen, is er evenmin aanleiding voor vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.