Bestuursrecht overig
Artikel 8:75a Awb. Intrekking beroep is gevolg van tegemoetkomen door ander bestuursorgaan dan verweerder…
Rechtbank Rotterdam, 20 juli 2007
ECLI:NL:RBROT:2007:BB5752 · Rechtbank Rotterdam · 20 juli 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2007-bb5752
Zaakgegevens
Op 20 juli 2007 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 06/3053
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2007:BB5752
Samenvatting
Artikel 8:75a Awb. Intrekking beroep is gevolg van tegemoetkomen door ander bestuursorgaan dan verweerder. Geen proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector Bestuursrecht
Meervoudige kamer
Reg.nr.: WET 06/3053-FRC
Uitspraak in het geding tussen
stichting “Stichting BAVO Europoort” (rechtsopvolger van stichting “Stichting BAVO RNO Groep”), gevestigd te Rotterdam, eiseres,
gemachtigde mr. J.G. Sijmons, advocaat te Zwolle,
en
het algemeen bestuur van de stichting “Stichting Koppeling”, verweerder.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij besluit van 21 oktober 2005 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat haar verzoek om compensatie van de kosten in verband met de behandeling c.q. opname van onverzekerde vreemdelingen in het jaar 2004 in de door haar beheerde zorginstelling niet in behandeling kan worden genomen.
Bij besluit van 14 juni 2006 heeft verweerder het tegen dat besluit gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres bij brief van 20 juli 2006, aangevuld bij brief van 21 augustus 2006, beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2007. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde, alsmede mr. E.E. Haverkamp, bestuurssecretaris bij eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P.F. van Duren, advocaat te Den Bosch, en door T.A.M. Stam.
2. Overwegingen
Tijdens de behandeling van het onderzoek ter zitting heeft eiseres het beroep ingetrokken en de rechtbank op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten van beroep en in de kosten van bezwaar.
De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport aanleiding heeft gezien de kosten zoals door eiseres gemaakt voor medisch noodzakelijke zorg aan illegalen over onder meer het jaar 2004 in zijn geheel te vergoeden.
Nu vaststaat dat de aanleiding voor de intrekking van het beroep is gelegen in een tegemoetkoming aan eiseres door een ander bestuursorgaan dan verweerder, ziet de rechtbank geen aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
3. Beslissing
De rechtbank,
recht doende:
wijst het verzoek af.
Aldus gedaan door mr. E.F.C. Francken als voorzitter, mr. J. Bergen en
mr. J.J.J. Schols als leden en door de voorzitter en mr. A.J.J. van der Vlist, griffier, ondertekend.
De griffier: De voorzitter:
Uitgesproken in het openbaar op: 20 juli 2007
Afschrift verzonden op:
Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiseres wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.