Bestuursrecht overig
Verschoningskamer. Verschoningsverzoek toegewezen.
Rechtbank Rotterdam, 13 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6528 · Rechtbank Rotterdam · 13 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verschoning/ecli-nl-rbrot-2026-6528
Zaakgegevens
Op 13 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Datum publicatie
- 5 juni 2026
- Zaaknummer
- C/10/714580 / HA RK 26-105
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6528
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoningskamer. Verschoningsverzoek toegewezen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaak- en rekestnummer: C/10/714580 / HA RK 26-105
Beslissing van 13 februari 2026
op het verzoek van:
mr. C.A. Geleijnse,
rechter-plaatsvervanger in deze rechtbank,
hierna: de rechter,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in:
de beroepsprocedure over een besluit van De Nederlandsche Bank N.V. op grond van de Wet toezicht trustkantoren 2018 met zaaknummer ROT 25/265.
1 Het procesverloop
De rechter heeft zitting in de meervoudige kamer (bestuursrecht) die op 19 maart 2026 een beroepsprocedure over een besluit van De Nederlandsche Bank N.V. (hierna: DNB) op grond van de Wet toezicht trustkantoren 2018 behandelt. Het zaaknummer van de beroepsprocedure is ROT 25/265.
Bij e-mail van 6 februari 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
2 Het verzoek
Als onderbouwing van het verzoek tot verschoning voert de rechter het volgende aan. De rechter werkte tot en met oktober 2021 als advocaat. Bij zijn start als rechter-plaatsvervanger in deze rechtbank is afgesproken dat de rechter gedurende een ruime periode (vijf jaar) na uitdiensttreding geen zaken zal behandelen waarin een of meer advocaten van zijn oude kantoor als vertegenwoordiger optreden. Deze termijn van vijf jaar verstrijkt per november 2026. Het is de rechter gebleken dat een advocaat, werkzaam bij zijn oude kantoor, in de procedure als vertegenwoordiger van DNB optreedt. Deze advocaat was een directe collega van de rechter. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de procedure te voorkomen, verzoekt de rechter om verschoning.
3 De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3. bedoeld op.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
4 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de rechter om zich in de beroepsprocedure met zaaknummer ROT 25/265 te mogen verschonen toe.
Deze beslissing is gegeven door mr. J. van den Bos, voorzitter, mr. A. Buizer en mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, rechters, in aanwezigheid van mr. E. Elenbaas, griffier, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 13 februari 2026.
de griffier de voorzitter