Omgevingsrecht
Varia. Vovo. Besluit tot afwijzing aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats. Naar het oordeel van de…
Rechtbank Rotterdam, 29 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9186 · Rechtbank Rotterdam · 29 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/omgevingsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbrot-2026-9186
Zaakgegevens
Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Datum publicatie
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- ROT 26/4910
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9186
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Varia. Vovo. Besluit tot afwijzing aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van spoedeisend belang.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/4910
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, het college
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).
Samenvatting
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een verkeersbesluit tot aanwijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Procesverloop
Met het primaire besluit van 30 september 2025 heeft het college bepaald dat verzoeker een gehandicaptenparkeerplaats krijgt. Met het bestreden besluit van 7 mei 2026 is het bezwaar van derden daartegen gegrond verklaard en heeft het college het primaire besluit herroepen. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van zo’n situatie geen sprake is. Verzoeker is het er niet mee eens dat er geen recht bestaat op de gehandicaptenparkeerplaats. Verzoeker voert aan dat sprake is van medische problematiek en het daarom noodzakelijk is dat de auto dichtbij de woning kan worden geparkeerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker hiermee niet aannemelijk gemaakt dat hierdoor de beroepsprocedure niet kan worden afgewacht. De woning van verzoeker beschikt over een oprit. Deze is volgens verzoeker niet geschikt om op te parkeren omdat deze te krap is om de portieren volledig te kunnen openen en sluiten in het kader van zorgverlening. Deze toelichting acht de voorzieningenrechter onvoldoende voor het aannemen van een spoedeisend belang. Uit het dossier blijkt onder meer dat op de oprit ruimte is voor het parkeren van drie auto’s en niet gesteld is dat de overige bewoners beperkingen hebben hun auto elders te parkeren. Verzoeker heeft niet met nadere stukken onderbouwd dat door het bestreden besluit een acute (medische) noodsituatie ontstaat die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: