Socialezekerheidsrecht

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening - aanvraag bijzondere bijstand voor wasmachine afgewezen

Rechtbank Rotterdam, 22 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 oktober 2026
Datum publicatie
20 oktober 2026
Zaaknummer
ROT 26/7439
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14398
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening - aanvraag bijzondere bijstand voor wasmachine afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/7439


uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A. El Idrissi),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (het college)

(gemachtigde: mr. S. El Kadouri).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor kosten van witgoed (wasmachine en vaatwasser). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 1 september 2026 (bestreden besluit) afgewezen omdat verzoekster voor deze kosten had kunnen sparen en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden.

1.1.

Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het college (voorschotten) bijzondere bijstand van € 1.100,00 voor aankoop van het witgoed dient toe te kennen en op korte termijn dient uit te betalen en het bestreden besluit op te schorten.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en mr. M. El Idrissi, kantoorgenoot van verzoeksters gemachtigde en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Aanpassing verzoek

2. Op de zitting is het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen beperkt tot alleen de wasmachine. De voorzieningenrechter gaat bij de beoordeling dan ook uit van dit aangepaste verzoek.

Afwijzen van het verzoek

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Spoedeisend belang

4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op het onderliggende bezwaar- of beroepschrift.

De voorzieningenrechter dient dus eerst te kijken of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld.

5. Verzoekster is gevraagd de spoedeisendheid van haar verzoek toe te lichten.

Zij geeft aan dat zij vanwege haar beperkingen waaronder krachtsverlies in haar armen en

handen de was niet met de hand kan doen en daarom een wasmachine nodig heeft. Zij heeft vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ondersteuning voor zware huishoudelijke taken. Onder die ondersteuning valt het machinaal (dus niet handmatig) wassen van kleding. Het is dan ook van wezenlijk belang voor haar huishouding om te beschikken over een wasmachine.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in een situatie als dit eerst aanleiding is om een spoedeisend belang aan te nemen indien sprake is van een acute sociale en/of medische noodsituatie die maakt dat betrokkene de bezwaarprocedure niet zou kunnen afwachten.

7. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is. Gelet op haar beperkingen is aannemelijk dat verzoekster de was niet op de hand kan doen en vanuit de Wmo wordt alleen ondersteuning gegeven voor het machinaal wassen. Opties om de was tijdelijk uit te besteden zijn financieel niet mogelijk dan wel niet voorhanden. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het verzoek spoedeisend.

Heeft het college de bijzondere bijstand terecht geweigerd?

8. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw, voor zover hier van belang, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

9. De kosten voor een wasmachine zijn incidentele algemeen noodzakelijke kosten. Deze kosten moeten in principe uit het inkomen op bijstandsniveau worden voldaan.

Het inkomen op bijstandsniveau wordt geacht daarvoor toereikend te zijn. De kosten moeten door middel van reservering (sparen) of door gespreide betaling achteraf kunnen worden voldaan. Bijzondere bijstand wordt alleen verleend als die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

10. Verzoekster voert aan dat zij zelf geen geld heeft om een wasmachine te kopen.

Ze was de afgelopen jaren ook niet in staat om geld te reserveren voor aankoop daarvan.

Ze moet als alleenstaande moeder rond komen van een bijstandsuitkering en heeft - door de extreme inflatie - te kampen gehad met een enorme stijging van de kosten van levensonderhoud. Ze is ook volledig arbeidsongeschikt en daardoor niet in staat om haar inkomsten door arbeid te vergroten.

11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het geval van verzoekster geen sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat tot bijstandsverlening zou moeten worden overgegaan. Uit de stukken blijkt dat verzoekster jaren geleden een wasmachine heeft gekocht via Marktplaats. Verzoekster heeft op zitting verklaard dat zij vier jaar geleden - nadat haar wasmachine kapot was gegaan - de wasmachine van haar buurvrouw heeft gekregen toen die ging verhuizen. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in de jaren die volgden op de aankoop en op de verkrijging van de wasmachine(s) zodanig in haar financiën beperkt was dat zij niet heeft kunnen sparen voor de kosten van (aankoop van) een wasmachine. De enkele stelling dat zij met haar inkomen op bijstandsniveau niet heeft kunnen sparen door een enorme stijging van levensonderhoud is daartoe onvoldoende, nu uitgangspunt is dat het inkomen op bijstandsniveau geacht wordt toereikend te zijn om te sparen voor aankoop van een wasmachine. Verzoekster heeft nagelaten de financiële beperking met stukken te onderbouwen. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw is de voorzieningenrechter dan ook niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Traousis-van Wingaarden, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 21 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3237.